Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

Preken

Groeiende serie preken die ik gehouden heb in één van de kerken van de parochie St. Petrus in Uden en de parochie Willibrordus in Oss.

19 Mei 2025

Schaapachtige herders. 4e zondag van Pasen C 2025

Het beeld van de herder met zijn schapen dat ons op deze 4e zondag van Pasen voorgesteld wordt, doet wellicht gedateerd en ouderwets aan. Het lijkt niet meer te passen in onze mondige, individualistische samenleving. Wij willen zeker niet voor kuddedier worden aangezien want wij zijn kritische, zelfbewuste mensen, die niet zomaar alles van onze leiders aannemen. “Ik maak zelf wel uit wat goed voor mij is” dat is een veel gehoorde uitdrukking. Tegelijk is dat ook iets goeds: persoonlijke verantwoordelijkheid, niet alles voor zoete koek slikken, zelf nadenken, je vragen serieus nemen, zelf je leven vorm geven, en niet willoos achter iemand aanhollen. Wat kunnen wij in deze tijd dan nog met het beeld van de herder en zijn kudde?

Allereerst is het belangrijk te beseffen dat in het Oude Testament de herder een belangrijke figuur is. Grote leiders zoals Mozes en David waren schaapsherder voordat ze geroepen werden om leiding te geven aan het volk. Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader toen hij bij de brandende braamstruik door God aangesproken werd om het volk uit Egypte te leiden. Ook de profeten hebben het voorbeeld van de herder gebruikt. Ezechiël bekritiseert de koningen van Israël met dat beeld. “Wee, de herders van Israël die vooral zichzelf weiden”; zegt hij. Dat God de echte herder is voor al zijn mensen, komt ook in Psalm 23 tot uitdrukking: “De Heer is mijn herder, mij zal het aan niets ontbreken”. Herderschap wordt in het Oude Testament gezien als een kostbaar  beeld van zuiver en zorgzaam leiderschap. God zelf is de enige echte herder en menselijk herderschap moet Hem dan ook als voorbeeld nemen.

Het kleine stukje evangelie van vandaag is het laatste deel van de redevoering van Jezus over de herder, de deur en de schapen. Heel kernachtig zegt Hij drie dingen die onze aandacht verdienen: Mijn schapen luisteren naar mijn stem. Ik ken ze. Ze volgen mij. -Luisteren, -kennen en -volgen.  Drie kenmerken van de wederzijdse relatie tussen een herder en zijn schapen. Het gaat bij de herder en zijn schapen immers  om een vertrouwensrelatie. Dat de stem van de herder betrouwbaar is, dat hij zijn schapen kent; want alleen dan zullen ze hem ook volgen. Helaas is in onze kerk een soort clericalisme binnengeslopen, die de priesters op grond van hun ambt onaantastbaar gemaakt lijkt te hebben. Sommigen waren, en zijn mogelijk nog, ronduit onbetrouwbaar en dat is zelfs zover gegaan dat seksueel misbruik eindeloos kon doorduren. De priester was immers per definitie een onaantastbaar, heilig figuur; daar kon je geen kritiek op hebben. En dat is desastreus gebleken voor de ontwikkeling van ons geloof. Vergeten werd  het feit, dat niet de persoon van de priester heilig is, maar degene Die hij mag vertegenwoordigen; Jezus Christus; Hij is de enige Herder die ons werkelijk kent tot in het diepst van ons hart, de enige Herder die geen sprankje eigenbelang of onbetrouwbaarheid kent; nee…., die tenslotte Zijn eigen leven gaf om ons, Zijn schapen, te redden. De priester is geroepen tot heiligheid, maar hij is het niet per definitie. Wij allemaal trouwens, wij zijn op grond van ons doopsel geroepen tot heiligheid, maar ook wij zijn het waarschijnlijk nog niet.

De zondag van de goede herder is ook de zondag bij uitstek om speciaal te bidden voor roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven. En zeker verdient dat ook ons gebed want wij hebben echt èchte priesters nodig. Mannen die hun leven in dienst stellen van God en mensen. Mannen die God zo duidelijk op de eerste plaats durven stellen dat ze af kunnen zien van de natuurlijke, aardse belangen. Vrouwen die als religieus Gods roepstem beantwoorden en zo meewerken aan een bedding voor geloofsgroei. Maar roeping is ook breder. Onze Herder roept ieder van ons bij zijn eigen naam. Dat wil zeggen; dat we allemaal geroepen zijn om Hem te volgen op onze eigen manier. Sommigen roept Hij tot een leven als gehuwde, om als man en vrouw verbonden te zijn en mogelijk samen een gezin te stichten; Vandaag hebben we daarin extra aandacht voor de velen die tot het moederschap geroepen zijn. Sommigen roept Hij vanuit eigen deskundigheid tot een specifiek beroep, anderen roept Hij met hun talenten tot vrijwilligerswerk. Sommigen roept Hij tot een leven van gebed, in een contemplatieve gemeenschap, of in een afgezonderd leven. Anderen roept Hij tot actieve dienst aan de naaste, aan vluchtelingen, aan zieken of ouderen, aan gehandicapten. En in deze opsomming mogen we toch zeker niet onze nieuwe paus, Leo de XIV vergeten; hij die door God geroepen is tot het herderschap over de wereldkerk, en daarmee een immens grote verantwoordelijkheid te dragen heeft gekregen.

Maar voordat iemand herder kan zijn voor een ander moet hij eerst wel schaap kunnen zijn. Dat wil zeggen; dat hij of zij  bereid moet zijn om allereerst zelf te luisteren naar de stem van de ene grote Herder, die Jezus Christus is. Want alleen als we luisteren naar die goede Herder, als we proberen Hem te volgen, dan zullen we in Zijn geest ook zelf zorgzame en betrouwbare herders worden voor elkaar. Amen.

20 April 2025

Pasen 2025 Er is iets gebeurd

Bij de Jumbo kunnen we dit jaar maar liefst 250 Paasprodukten kopen, en voor de allerlekkerste Paascroissantjes kun je bij Albert Heijn terecht. Al een paar weken wordt ons ingepeperd hoe belangrijk het is om dat allemaal te vergaren voor het Pasen.

Maar wat voor een zielig overblijfsel is dat alles van hetgeen er werkelijk gebeurd is! Wat een armoede als de werkelijke urgentie van Pasen je daarmee ontgaat; belangrijker dan elk door mensen bedacht hoogtepunt, belangrijker dan elke oorlog, belangrijker dan elke vakantie, belangrijker dan elke facelift, elke sportschool, belangrijker dan elk concert, belangrijker dan elk vastgrijpen aan wat dan ook in dit tijdelijke aardse bestaan; een werkelijke revolutie voor het menselijk leven; een volledig nieuwe inhoud; want een totaal nieuw leven; dat is Pasen. En niet het wonderlijke, maar zo bekende nieuwe leven van pas uitgekomen kuikentjes, jonge konijntjes of pasgeboren baby’s. Nee, nieuw leven van een totaal andere orde! Eeuwig leven voor u en voor mij! Voor iedere mens. Overwinning op de dood. Het dóórbreken van wat men noemt “the circel of live”; dat in zichzelf zinloze herhalen van opbloei en verval. Zomer en winter, geboorte en dood. In de verrijzenis van Jezus, is er een onmogelijk geachte grens doorbroken; de grens van de dood, de begrenzing van ons leven in tijdelijkheid. Er is iets gebeurd dat elk mensenleven zin geeft. Want datgene waar we allemaal het meest bang voor zijn, de dood, die heeft zijn verpletterende macht over ons verloren. Hij is doorstoken, overwonnen, doorleeft, machteloos gemaakt door God. En het is niet een mooie filosofische gedachte; het gaat hier om een werkelijkheid, goddelijke openbaring; God laat zich voor eens en voor altijd zien in ons mensenbestaan.

Hardleers zijn we wel. Eigenlijk zouden we genoeg bewijs moeten hebben van de grootheid van God, puur in het simpele feit dat we bestaan. Want wat een wonder! Wat een wonder, de hele Schepping, maar toch zeker u en ik zelf. Dat wij hier zo zitten; zingen in deze prachtige ambiance. Hardleers zijn we wel.. God heeft ons geschapen; wij hebben het niet erkend. God heeft ons bevrijd uit Egypte en toegeleid naar het beloofde land. Wij waren het vlug weer vergeten. God heeft talloze getuigenissen laten geven door de profeten; wij hebben ze uitgelachen. Tenslotte is God zelf maar naar ons toe gekomen in Jezus. Wij hebben hem gekruisigd. God het zwijgen opgelegd; tenminste dat dachten we.

Dat dacht iedereen. Dat dacht ook Maria Magdalena toen ze ’s morgens vroeg naar het graf ging. Wat valt er bij een afgesloten graf meer te doen dan te rouwen? Maar dan blijkt het graf niet afgesloten! De sluitsteen is weg! Allicht kan de eerste gedachte enkel zijn dat ze de dode hebben weggehaald. Maria is net zo hardleers als wij; Want had Jezus dan niet zoiets gezegd? In elk geval; grote opschudding, die ochtend. Maria rent naar Simon Petrus en Johannes en die rennen op hun beurt om het hardst terug naar het graf. Wij denken bij Petrus en Johannes wellicht aan bedaarde oude mannen, maar het waren twintigers, dertigers misschien. En natuurlijk rennen die naar het graf, als ze zoiets alarmerends horen. En natuurlijk kijken ze  eerst eens heel goed rond in het graf; het is allemaal zo raar. Vreemd ook; die zwachtels en zweetdoek liggen daar zo netjes opgerold. Als het lijk vlug gestolen was dan had men dat toch niet gedaan? En dan dringt zoetjesaan het ongehoorde door;  Jezus lijk is helemaal niet weggehaald maar er is iets heel anders gebeurd; iets wat zo ongelofelijk is, dat het,  ondanks alles wat er eerder gezegd en gebeurd is rond Jezus, toch nog maar langzaam binnendringt; “Hij is werkelijk opgestaan uit de dood”! Ongehoord! Maar Johannes zag en geloofde. Eindelijk wordt geloofd wat alle profeten gezegd hadden en wat Jezus zelf ook gezegd had; dat Hij de tempel in drie dagen zou herbouwen.

Ondanks al onze welvaart is er zoveel onvrede in ons land. Zoveel ongelukkige mensen, echtscheidingen, jongeren die geen kant uit weten. Geen wonder als hen alleen wordt voorgehouden welke paasproducten er allemaal te koop zijn. Welke vapes het lekkerst zijn. Hoe heerlijk het is om vertier te zoeken bij Paaspop en op de Paaskermis. Vertier. Tijdverdrijf. En natuurlijk, als je niet gelooft, dan is dat in elk geval een troost; Genieten van de dingen die het aardse leven te bieden heeft. Zeker óók doen! Ook als je wel gelooft. Maar het blijft een schrale troost, het blijven geneugten die tijdelijk zijn; om met Jezus en de Samaritaanse vrouw te spreken; het blijft water waar je steeds opnieuw dorst van krijgt. Het water dat Jezus geeft; uitzicht op eeuwig leven bij God, is een bron die ver uitreikt boven alles wat wij hier op aarde verzinnen. Afgelopen nacht hebben 5 jonge mensen gekozen voor de eeuwige bron die Jezus is, en vandaag wordt jij, Megan, door het heilig Doopsel ingeleid in dezelfde bron van eeuwig leven. En dat is niet iets voor later in de hemel; geloof in de verrijzenis verandert je leven vandaag.

Zalig Pasen, zalig geloof in eeuwig leven.

Amen.

26 Februari 2025

"Ietsje meer?" 7e zondag dhjr. C 2025

Mag het ietsje meer zijn? Dat hoorde je vroeger regelmatig in de winkel, als je gesneden vlees besteld had.
Mag het ietsje meer zijn? Dat riepen de lezingen vandaag ook in mij op. Mag men aan een christen iets meer vragen dan aan mensen die geen weet hebben van Christus? Mag men aan mij wat meer vragen dan aan een ander? Want daar gaat het vandaag over. Jezus zet zijn gedachten uiteen over een leefbare wereld
en Hij vraagt ons nadrukkelijk om daarvoor iets meer te doen dan het gewone. En het is zo eenvoudig om dàt te begrijpen. Want natúúrlijk verandert er alleen iets in onze wereld als er mensen zijn die nèt iets meer doen, dan wat iedereen vanzelf al doet. Mensen die inderdaad proberen om op een ongewone manier met elkaar om te gaan; ongewoon in de zin van tegengesteld aan wat we allemaal zo gewoon vinden; bedankt te worden als je iets goed doet, terug te slaan als je geslagen wordt, terugeisen als er iets van je gestolen is, je vijand te grazen nemen als je de kans krijgt, iemand een hak zetten die jou niet goed behandeld heeft, enzovoorts en enzovoorts. Die dingen gebeuren dagelijks onder ons. In de eerste lezing zijn we getuigen van een heroïsch voorbeeld. Saul zit met een heel leger achter David aan om hem te vermoorden.
Maar als hij dan ligt te slapen en David de kans krijgt om Saul met zijn eigen lans te doorsteken, doet Hij dat niet. Hij neemt de lans weg en laat die later vanaf een veilige plek aan Saul zien.

 “Tot u die naar mij luistert…… zeg ik”: zegt Jezus. “Tot u die naar mij luistert”. Jezus roept niet zomaar wat in de wilde weg; nee, Hij kiest zijn mensen uit. Hij spreekt alleen diegenen aan die hebben laten zien dat ze naar Hem willen luisteren. Anders gezegd, dit alles wat Jezus vraagt, vraagt Hij om te beginnen alleen aan mensen die Hem kennen, aan ons. Jezus weet wel dat het een bepaalde instelling vraagt om Hem te begrijpen. En Hij begrijpt ook dat mensen die geen boodschap aan Hem hebben Zijn woorden als waanzin zullen verwerpen. “Maar aan jullie, jullie die mijn vrienden zijn, jullie die naar Mij luisteren”. Sterker nog, aan ons, mensen die gedoopt zijn in de geest van Christus, één geworden met Hem in de Eucharistie; aan ons, in wie Christus zelf leeft; aan ons durft Hij dit alles te vragen…..” En waarom vraagt Hij dat aan ons?
Omdat wij bedoeld zijn om, net als Hij, lief te hebben zoals God zelf liefheeft. En Jezus predikt niet alleen een onbereikbare moraal, Hij heeft die zelf in daden omgezet. Hij heeft zich laten bespuwen, Hij heeft zich een doornkroon op laten zetten, Hij heeft zich laten geselen, Hij heeft zich zelfs laten doden.

Misschien is het goed om een kleine duiding te geven bij dat “bemint uw vijand”. In het Hebreeuws kent het woord “beminnen of liefhebben” verschillende naamvallen en verschillende nuances. Zo betekent “God beminnen” toch nog iets anders dan “je vijand beminnen”, ook al zijn het dezelfde woorden in het Nederlands. Als Jezus ons vraagt om onze vijand te beminnen, dan vraagt Hij ons om op-bouwend met die vijand te leven. Proberen om tegen je gevoel in goede daden  te stellen. Jezus vraagt ons niet om een onmogelijk gevoel van genegenheid te hebben voor die vijand maar om desondanks goed te doen aan hem.
Doorbreken van de cirkel van geweld, het goede voor de ander willen, ook al vind je hem of haar misschien helemaal niet zo aardig. En dat kan altijd, tenminste, als je niet steeds je eigen gevoel voorrang geeft, maar probeert te reageren in de geest van Christus. “Vader vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen”. Het is een veeleisend Evangelie maar er is ook geen speld tussen te krijgen. „Als gij bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan?" Hoe ieder van ons de vragen van Jezus in zijn of haar concrete leven moet vertalen dat kan ik natuurlijk niet zeggen,  maar de strekking van zijn bedoelingen lijken me overduidelijk.

“Tot u die naar mij luistert…” Wij zijn een uitverkoren volk. Wij hebben kennis en weet van Christus. Daarmee zijn we niet alleen “binnen”, maar daarmee hebben we juist ook een groter verantwoordelijkheid.
Dankzij Christus weten we hoezeer God van ons houdt, hoezeer God van alle mensen houdt. Laten we dat allereerst beseffen; dat God, dat Jezus niet eerst allerlei eisen op tafel heeft gelegd, maar dat Hij eerst Zijn eigen leven op tafel heeft gelegd, voor ons. Opdat wij aan die tafel van ultieme liefde zouden kunnen eten en drinken en vanuit dat besef –grenzeloos geliefd te zijn-, op onze beurt op een abnormale manier lief kunnen hebben. Om zo goed te zijn voor een ander als God goed is voor ons. Om barmhartig te zijn voor elkaar, zoals de Vader barmhartig is voor ons. Jezus vraagt het ons en dan moeten we niet te gauw zeggen dat dat niet kan.

Laten we elkaar succes toewensen in onze pogingen zo te groeien in het kindschap van God. Christus laten leven in  en door ons. Zijn boodschap voor ogen houden en ons niet uit het veld laten slaan door de zoveelste mislukking. Want het kan natuurlijk gebeuren dat je bijna verpletterd wordt onder het besef
dat je zo weinig terecht brengt van je goeie bedoelingen. Iedere dag is er een nieuw kans, en bij elke nieuw poging van ons zal Hij alle vorige misstappen vergeven; God kijkt niet achterom en Hij vraagt niet alleen dat jij goed bent voor een ander; Hij is ook eindeloos goed voor jou. Amen.

15 Februari 2025

God is een ontmoeting. 5e zondag dhjr. C 2025

Als we op zoek gaan naar gelovig leven en we slaan daartoe de Bijbel open, dan zien we dat er bij elke mens die gelovig is drie sleutelelementen te onderscheiden zijn. Ten eerste begint het altijd met het doorbreken, het binnenkomen van de genade. Een indrukwekkende gebeurtenis in iemands leven, geboorte, overlijden, op het nippertje gered worden uit een situatie, genezing van een ziekte of gewoon een overweldigende ervaring in de natuur, dat kunnen allemaal aanleidingen zijn waardoor de genade binnen kan komen, anders gezegd; die ons iets van Godsbesef doen ervaren. Het tweede, wat daarop volgt is het besef van eigen nietigheid en oneindig tekort schieten ten opzichte van die door God gegeven genade. Zondebesef en bekering. En het derde wat je bij elk bekeringsverhaal in de Bijbel ziet, is dat deze gelovigen zich gezonden weten. Zij willen of mogen hun godsgeluk niet voor zichzelf houden maar voelen zich geroepen om het verder te vertellen; te missioneren.

Zowel in de eerste lezing als in het Evangelie van vandaag vinden we die elementen dan ook terug. In zijn visioen spreekt Jesaja van een overweldigende ervaring. Voor ons een wat vreemd verhaal, voor Jesaja zelf waarschijnlijk ook, maar het is in elk geval een moment waarin de genade van God hem overrompelt. En het gebeurt in het sterfjaar van koning Uzziahu. Dat is een belangrijk detail waarmee gezegd wil zijn dat het niet zomaar een vaag iets is, maar dat mensen vaak precies kunnen aanwijzen waar, wanneer en waardoor het was dat zij door God gegrepen werden. “Wee mij, ik ben verloren”. Ook Jesaja erkent zijn eigen kleinheid en zondigheid tegenover die genadevolle God. “Ik heb onreine lippen”. “Ik ben zondig”. Hoe meer licht er op een zaak schijnt, des te beter zie je de verontreiniging. Zo gaat het met alle heiligen; hoe meer zij getroffen worden door het licht van Gods genade hoe meer zij beseffen hoe klein en zondig ze eigenlijk zijn ten opzichte van de Schepper. God kan ook niets met hoogmoedige, zelfgenoegzame mensen. Die hebben God niet nodig, die hebben genoeg aan zichzelf; denken ze.

Maar God schept er geen behagen in om de mens neer te drukken in zijn zondigheid. Hij zuivert de onreine lippen van Jesaja met een gloeiende kool, en nu, met die geweldige Godservaring, bevrijd van zijn zondigheid, biedt Hij zich spontaan aan bij God om zijn woord onder de mensen te verspreiden. “Wie moet ik zenden?” “Hier ben ik heer, zend mij”. Genade, besef van zondigheid, zending.  

In het Evangelie zien we een parallel aan dit verhaal. De vissers zwoegen tevergeefs, ze hebben niets gevangen en ze geloven ook niet dat er nog iets zit. Dan bezorgt Jezus hun die overrompelende ervaring van een massa vissen, die Petrus ertoe brengt op zijn knieën voor Jezus neer te vallen en zijn kleinheid zijn zondigheid te belijden. Alleen al dat gebaar betekent voor Jezus dat Petrus zijn plek ten opzichte van God kent en juist daarom wordt hij door Jezus gezonden om namens Hem te spreken en voortaan mensen in plaats van vissen te vangen. Genade, besef van kleinheid of zondigheid, zending.

Hebben wij hier ook nog iets mee van doen? Hebben wij ooit serafs gezien of wonderbaarlijke visvangsten? Met andere woorden; Hebben wij ooit een Godservaring gehad? Wellicht wel, misschien niet zo spectaculair, maar toch zal zeker iemand van u wel kunnen vertellen wat er op zijn of haar levensweg gebeurd is dat je een beslissende Godservaring zou willen noemen. Ik in elk geval wel. Het is eigenlijk een heel lang verhaal, maar ik zal het heel kort vertellen. Rond mijn 25ste zat ik in een existentiële crisis. Wie ben ik? Wat moet ik? Waarvoor doe ik het allemaal en wat heeft het voor zin? Er was die dag veel gebeurd waardoor ik mij afgewezen voelde door de collega’s op mijn werk en ik had al niet zo’n hoge pet van mezelf op, dus ik zat er helemaal doorheen. Terwijl de tranen langs mijn wangen liepen, startte ik mijn auto om naar huis te gaan en het cassettebandje dat nog opstond sloeg meteen aan. En snoeihard klonk het lied van ene Peter Schneider; “I’ ll never let you go, cause I love you so” “Ik laat je nooit los, want Ik hou zoveel van je”. Gewoon het zoveelste liefdesliedje maar bij mij sloeg dat die dag in als een bom. Ik kan u precies aanwijzen waar dat gebeurt is. Voor mij was dit de stem van God. Precies op het juiste moment. Het heeft mijn hele leven veranderd. Waar ik bijvoorbeeld eerst geen gezin aandurfde, hebben wij nu vier kinderen. (en ben ik inmiddels ook nog drie keer opa). Want vanaf die Godsontmoeting weet ik het zeker; “Ik hoef nergens meer bang voor te zijn. Want als ik ooit nog eens in zo’n situatie van totale verlatenheid terecht kom, dan zal Hij ook daar weer zijn om mij op te vangen”.

Het voorval heeft mij ook in de richting van het diakenschap gestuurd, want natuurlijk doe je voortaan niets liever dan getuigen van het grote wonder dat je overkomen is. Dat gun je iedereen. 

“Heilig, heilig, heilig, God der hemelse machten”, roepen de serafs Jesaja toe in de eerste lezing. Heilig, heilig, heilig, God der hemelse machten” zingen wij elke keer opnieuw als we beginnen aan het grote bruiloftsmaal. Wat een genade dat wij dit hier zo samen mogen vieren! Keer op keer. Amen.