<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Groter dan ons hart</title>
    <link>https://groterdanonshart.nl</link>
    <description>Pieter Raaijmakers</description>
    <lastBuildDate>Tue, 25 Aug 2026 23:19:43 +0200</lastBuildDate>
    <item>
      <title>"Wie zeg jij dat ik ben?" 21 ste zondag A 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/wie-zeg-jij-dat-ik-ben-21-ste-zondag-a-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Kijkend naar de eerste lezing van Jesaja van zojuist komt het welllicht vreemd over dat die koning, Shebna zomaar ineens uit zijn ambt gegooid wordt. Vreemd ook dat de voorgaande paar zinnen van het verhaal niet zijn opgenomen, want dan was het een stuk beter te volgen. Deze koning Shebna laat zich daar een groot praalgraf uithouwen, boven op een berg. Hij is bezig om een monument op te richten voor zichzelf, een monument waarmee hij ook na zijn dood, vanaf de hoogte, nog indruk kan maken. En dat is in Gods ogen een grof misbruik van de macht die Hij Shebna gegeven had. Hij moet die macht niet gebruiken tot eigen eer en glorie, maar om het Godsvolk te leiden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie past er vandaag goed bij want ook daar gaat het om goddelijke macht die overgedragen wordt van de een op de ander; nu van Jezus op Petrus. Het begint met de vraag van Jezus; “Wie zeggen de mensen dat ik ben?” Jezus vraagt dat niet omdat Hij bevestiging nodig zou hebben, niet met de bedoeling om bejubeld te worden. Jezus vraagt dit met het oog op Zijn naderende einde. Volgende week al, zullen we voor het eerst horen dat Hij dat einde aankondigt. Maar voordat Jezus die weg naar Jerusalem inslaat, wil Hij weten of de missie die Hij heeft van Godswege, of die missie begrepen wordt, door de mensen die Hem het beste kennen; “Wie zegt gij dat ik ben?” De vraag wordt aan de leerlingen gesteld, maar natuurlijk ook aan ieder van ons. Wie is Jezus voor ons? Voor mij?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;In het Evangelie zien we een soort tegenstelling tussen wat de mensen zeggen, en wat Petrus zegt. De mensen van de wereld komen niet verder dan wat ze al kennen. Zij kijken met wereldse ogen naar Jezus en zien iets van vlees en bloed; Hij lijkt op een profeet, iemand als Johannes de Doper misschien. Ze zien wel  een bijzondere mens in Hem, maar toch ook gewoon -een mens- als alle anderen. Grote groepen mensen, ook katholieken vandaag komen niet verder dan dat. -Jezus “unne goeie mens”, een goed voorbeeld-.  &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar dan het antwoord van Petrus; “Gij zijt de Christus, de gezalfde, de Messias, de Zoon van de levende God’. Petrus ziet niet met de ogen van de wereld, -of zoals Jezus het zegt-, “niet vlees en bloed hebben het u geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is”. Niet met natuurlijke vermogens, niet door een sterke wil of diepgaande studie is het dat Petrus Jezus in Zijn wezen kent, maar vanuit een gelovige openheid. Want alleen daarin kan de Vader iets laten zien. Petrus ziet het dus; “Hier is meer dan een profeet! Dit is God zelf, die in de wereld is gekomen”. En nu Petrus Jezus zo onomwonden heeft erkend als “God onder de mensen”, nu kan Jezus,  zeg maar, Zijn geestelijk testament, met een gerust hart bij Petrus neerleggen. Alleen immers iemand die Jezus daadwerkelijk kent zal op een goede manier met Zijn erfenis om kunnen gaan; “Zalig zijt gij Simon bar Jona, want vlees en bloed hebben u dit niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is. En Ik zeg u:gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen".&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Jezus erkent op Zijn beurt dat deze zwakke Petrus een man van God is, omdat hij door de Vader is aangesproken. Fijntjes herinnert Jezus hem aan zijn zwakke kanten, door hem Simon bar Jona te noemen. Simon, zoon van Jona. Een beetje bijbel kenner kent het verhaal van die ongehoorzame, ongelovige Jona die drie dagen in de buik van een walvis opgesloten werd. Hoe dan ook de belijdenis van Petrus dat Jezus de Messias is, die is voor Jezus het teken dat de toekomst van de Kerk bij niemand anders veilig zal zijn. Hij zegt hem dan ook: "gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen. en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen".&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En zie hier onze Kerk van vandaag. Het romeinse rijk is ingestort, koninkrijken, machthebbers zijn gekomen en gegaan, Napoleon, het derde Rijk van Hitler, allemaal weg, maar onze Kerk staat nog altijd fier overeind. Inderdaad; de poorten van de hel hebben haar nooit weten te overweldigen. Er gaat altijd nog een ongelofelijke kracht uit van onze steenrots die vandaag paus Leo heet. Daar is gewoon meer aan de hand dan een goede organisatie of een krachtig leger. Daar is het God zelf die zijn belofte nakomt; “de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen”. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Wij hoeven niet naast onze schoenen te gaan lopen, maar we mogen wel blij en dankbaar zijn om het feit dat wij, net als Petrus, door God zelf geroepen zijn om hier samen vorm te geven aan Zijn Kerk. Of dat nou is als priester, als koster, als misdienaar of gewoon als biddende mens in de Kerk; we mogen dan allemaal een eigen plaats en taak hebben maar in waardigheid zijn wij voor God allemaal gelijk.  &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nog even naar die dubbelnaam van Petrus; Simon Petrus. Daaruit spreekt dus dat dubbele van enerzijds die zwakke mens zijn en anderzijds die onbreekbare rots. Het zal niet lang duren immers voordat die rots zijn eigen hachje probeert te redden als Hij tot drie keer zegt: “Ik ken die man niet”. Het is diezelfde dubbelheid die doorheen de hele kerkgeschiedenis gaat; intriges, machtswellust, sexueel misbruik enzovoorts. Ja, de zwakke menselijke kant van Petrus zit overal, ook in de Kerk, ook in ieder van ons. En toch, God doet het met die Petrus, met die Kerk, met ons. Ondanks alle menselijke gebreken ook, is Petrus, is de Kerk door God zelf geheiligd, zijn wij door God zelf gedoopt; aangenomen als zijn eigen kinderen. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Zo, 23 Aug 2026 07:57:19 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">9d857567a9a5b1810153221902304c7b</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Uit Gods hand. 18e zondag dhjr. A 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/uit-gods-hand-18e-zondag-dhjr-a-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;In de jaren van de grote kerkverlating werd het Evangelie van vandaag door moderne exegeten, bijbelwetenschappers, wel als volgt uitgelegd; De mensen die Jezus gevolgd waren naar die eenzame plek hadden goede voorzorgsmaatregelen genomen. Ze hadden allemaal een bescheiden pakketje eetbare dingen meegenomen, maar die hadden ze goed verborgen gehouden; bang als ze waren dat anderen er aanspraak op zouden maken en dat ze dus zouden moeten delen. Jezus kent de situatie. Hij vermoedt dat iedereen wel wat bij zich heeft en maakt van de gelegenheid gebruik om de mensen een ander gedrag aan te leren. Hij gebiedt zijn leerlingen om een voorbeeld te geven van solidariteit en naastenliefde en hun meegebrachte voorraadje niet langer te verstoppen, maar genereus uit te delen. De mensen begrijpen de les van Jezus en naar het voorbeeld van de leerlingen halen ze allemaal hun eigen pakketje te voorschijn. Dan blijkt er ineens meer dan genoeg te zijn voor iedereen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Ta,daaaa!!! Het Evangelie uitgelegd op een manier die begrijpelijk is voor iedereen. Voor een deel klopt het ook nog en zal Jezus het er mee eens kunnen zijn. Want natuurlijk is het zo dat er genoeg zou zijn voor iedereen op deze wereld als we de zaken beter verdelen. Natuurlijk zou het goed zijn als we niet allemaal op ons eigen pakje brood, -lees vandaag-  onze goed gevulde bankrekening-, zouden blijven zitten. Natuurlijk vindt ook Jezus dat het goed is om het voedsel en de rijkdom, die moeder aarde biedt, eerlijk te verdelen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De zojuist gegeven uitleg biedt inderdaad stof voor een goed gewetensonderzoek. Het is begrijpelijk voor iedereen, maar het staat ver van de ware betekenis van hetgeen hier gezegd wil worden. Overigens; in de geest van de zojuist gegeven uitleg is er in de zestiger jaren wel op meer manieren geprobeerd om de Evangeliën begrijpelijker te maken. Nobele pogingen met één heel belangrijk misverstand; de ware aard van de Evangeliën, de ware betekenis van het leven van Jezus, gaat veel dieper dan morele lessen die elke gezonde humanist ook kan bedenken.  &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;In de Bijbel maken wij kennis met een God die Is. Maar ook een God die niet begrijpelijk of te grijpen is. Door de wonderen uit het Evangelie begrijpelijk te maken, ontdoet men de verhalen van het meest wezenlijke; de Aanwezigheid van de ongrijpbare God in die gebeurtenissen. Nee, zonder te begrijpen hoe dat kan; zoveel brood voor zoveel mensen; mogen we vermoeden dat voor God niets onmogelijk is. Dàt is waarvan Jezus getuigt, dat is waarvan dit Evangelie wil getuigen. Dàt is het waar Jezus van leeft; dàt brood waarvan je nooit meer honger krijgt. Het is het brood, het is het leven dat je niet begrijpt, maar dat je wel krijgt.... van God.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;In het Evangelie van vandaag zien we ook een duidelijke verwijzing naar zo’n ander moment in de Bijbelse geschiedenis; het neerdalen van het manna in de woestijn. “...allen aten tot ze verzadigd waren...” lezen we vandaag. Precies dezelfde woorden klinken daar bij de uittocht in de woestijn. Ook daar ervaart het volk iets onbegrijpelijks; voedsel, zomaar uit de hemel, door God gegeven. Het is natuurlijk niet voor niets dat het in de Bijbel vaak gaat over voeding. Letterlijk; brood, water en wijn. Het zijn immers onze eerste levensbehoeften. Eten en drinken staan helemaal bovenaan in onze behoeften-ladder, ja, ze gaan nog boven gezondheid. En juist op het vlak van eten en drinken laat God zijn grote macht zien.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De aanwezigheid van God in het leven van alledag. De aanwezigheid van God in onze eerste levensbehoeften. Dat is wat wij hier uit het Evangelie lezen, dat is wat wij hier dagelijks vieren. Het is ons allemaal aangereikt door Jezus die vanuit God geleefd heeft, die in God voor ons geleden heeft en in Hem is gestorven en verrezen. Dat is ook waarvan Paulus zo sterk getuigt in de eerste lezing; Als Jezus die liefde van God voor ons tot in het uiterste heeft geopenbaard, wie of wat zal ons dan nog van Hem kunnen scheiden? Ook al zijn we maar kleine mensen, gauw van ons stuk te brengen; in Hem kan niets ons deren, zoals Paulus zegt; Geen verdrukking of nood, vervolging, honger, naaktheid. Noch dood, noch leven, noch engelen, noch machten, noch wat is, noch wat zijn zal, geen hoogte, geen diepte, noch enig ander schepsel ou ons kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Zo, 23 Aug 2026 07:50:02 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">5e2c2a759e95dca1a24c883b74863122</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Geduld. 16e zondag dhjr. A</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/geduld-16e-zondag-dhjr-a</link>
      <description>&lt;p class="MsoNormalCxSpFirst"&gt;Vandaag horen we opnieuw over de zaaier, met wie we vorige week kennis hebben gemaakt. Vorige week ging het over zaad dat op verschillende plekken terecht kwam en alleen op goede grond vrucht voortbracht. Vandaag horen we dat het ook op goede grond nog mis kan gaan. Want op goede grond, zo weten wij, gedijt ook onkruid uitstekend. Tegenwoordig gaan we daar dan met de gifspuit overheen, maar vroeger moest onkruid met de hand worden verwijderd. En dat stellen de knechten van de landeigenaar dan ook voor; om het onkruid zo vlug mogelijk uit te trekken. U hebt het gehoord; de eigenaar is bang dat ze dan de tarwe mee uittrekken.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormalCxSpFirst"&gt;Jezus vertelt de parabel aan de grote menigte die naar Hem is komen luisteren, maar als Hij later met de leerlingen alleen is, vragen ze Hem naar de betekenis. “Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, de tarwe zijn de kinderen van het Rijk Gods: het onkruid de kinderen van het kwaad. De vijand die het onkruid zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen”. Eén groep noemt hij niet bij deze uitleg; de knechten die het onkruid uit willen trekken.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormalCxSpFirst"&gt;Die ongeduldige knechten zijn de mensen van alle tijden met de neiging om het kwaad in hun omgeving zo vlug mogelijk uit te roeien; “onkruid hoort niet thuis in de akker”. Maar God heeft meer geduld met ons. En daar kennen we de nodige voorbeelden van; Jezus zag in de onrechtvaardige tollenaar Matheüs, de toekomstige evangelist, die inderdaad het Evangelie dat we vandaag hoorden heeft opgetekend. Hij zag in Simon Petrus, degene die Hem drie keer heeft verraden, de rots waarop Hij zijn kerk zou bouwen. Hij zag in de zondaar Saulus, die de kerk vervolgde en christenen liet stenigen, de toekomstige apostel die het evangelie zou brengen in het hele middellandse zeegebied. Wie vandaag een zondaar is, kan morgen een heilige worden en daarom heeft God veel geduld met ons. Meer geduld dan dat wij mensen doorgaan hebben met elkaar.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormalCxSpFirst"&gt;Er is nog een andere reden om het onkruid niet uit te trekken; want zijn wij, mensen, wel in staat om goed onderscheid te maken tussen goed en kwaad? Is het oordeel daarover wel ons werk? Nee, wij vergissen ons zo vaak en zo gemakkelijk bij het beoordelen van onze medemens, dat het beter is om dat oordeel aan God over te laten.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormalCxSpFirst"&gt;En er is nog een derde reden om de hand af te houden van het menselijke onkruid. Wij zijn nogal geneigd om bij onkruid vooral te denken aan andere mensen. Wij zelf behoren natuurlijk bij de goede tarwe! Maar in werkelijkheid is het allemaal niet zo zwart-wit. De meeste mensen zijn complexe wezens en de meesten van ons vormen een mengsel van goed en kwaad. In onze harten groeit zowel tarwe als onkruid. Wij ervaren allemaal hoe vaak onze zwakheden het winnen van onze goede bedoelingen.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormalCxSpFirst"&gt;En moeten wij onszelf dan niet gelukkig prijzen dat Jezus ons een God presenteert, Die daar weet van heeft? Onze God, die zijn geduld als een beschermend schild boven ons hoofd houdt. Die ons laat leven met onze onhebbelijkheden en Die ons laat groeien in geloof en liefde zodat wij tussen alle wederwaardigheden van het leven door, mogen rijpen tot de tijd van de oogst daar is. Dan zal God zijn engelen sturen om het kaf van het koren te scheiden. Mogen we zo leven dat ook wij eens, zoals het Evangelie zegt; zullen schitteren als de Zon in het Koninkrijk van de Vader. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Ma, 20 Jul 2026 21:22:34 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">6b1dcb40c69c8ffbfdbc8e1b21b814ce</guid>
    </item>
    <item>
      <title>God op de eerste plaats. 13e zondag A 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/doorgaans-zijn-wij-meer-bezig-met-de-vraag-wie-jezus-eigenli</link>
      <description>&lt;p&gt;Doorgaans zijn wij meer bezig met de vraag wie Jezus eigenlijk is, dan met Zijn onderricht, Zijn levenslessen. Kijk maar naar de geloofsbelijdenis die we straks zullen zeggen; geen woord over wat Jezus ons geleerd heeft, maar alleen over wie Hij was en wat er met Hem gebeurd is. En het is ook van het grootste belang om te weten wie iemand is en waar hij voor staat. Als iemand, die een grote puinhoop van zijn leven gemaakt heeft, jou gaat vertellen wat je moet doen, dan zul je dat niet gauw serieus nemen. Daarom eerst onze geloofsbelijdenis; weten wie Jezus was; één Heer Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God. –voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald – voor ons gekruisigd, geleden onder Pontius Pilatus en begraven – verrezen op de derde dag – zittend aan de rechterhand van de Vader – aan Zijn rijk komt geen einde.. Nou, toch bepaald niet de eerste de beste, zou ik willen zeggen. Hij is ook Degene waar ik in mijn existentiële crisisperiode naar op zoek was; Iemand die iets voor de wereld betekent heeft, zonder daar zelf beter van te worden. Alles gegeven, Zichzelf gegeven; hoger goed kan toch niet! De levenslessen van zo Iemand, die zijn in elk geval de moeite waard.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nu zijn er nogal wat mensen die de lering van Jezus samenvatten in één zin; “Lief zijn voor elkaar”. Daar hebben ze in elk geval wel één punt, want dat is zeker belangrijk. Maar het is allemaal veel te simpel en te oppervlakkig natuurlijk. Bijvoorbeeld alleen al de vraag wat dat dan precies is; “Lief zijn voor elkaar”? Alles goedvinden? De hele dag ijsjes laten eten?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nee, de levenslessen van Jezus gaan wel een stapje verder en dat zien we meteen in de eerste twee zinnen uit het Evangelie van vandaag. “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig”. Onze reactie op deze ogenschijnlijk keiharde woorden gaat twee kanten op; Of je luistert gewoon niet of je schrikt ervan en je eerste reactie is afwijzing. Hoe kan Jezus zoiets nou toch zeggen? Let wel goed op; Jezus zegt niet dat je niet van je ouders moet houden of van je kinderen, maar dat je nog meer van Hem moet houden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En dat lijkt voor ons toch een onmogelijkheid. Onze ouders, onze kinderen, onze broers en zussen zijn ons toch heilig. “Ja”, zegt Jezus, “laat dat ook zeker zo zijn, maar zij zijn niet het belangrijkste”. Hoeveel ouders hebben sinds de 60-er jaren God en de Kerk niet links laten liggen, omdat de kinderen zondagsochtend op de koffie zouden kunnen komen?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Waar het om gaat is dat alles wat wij in deze wereld tegenkomen –en het belangrijkste daarvan zijn onze ouders en kinderen of partner- maar dat alles wat voor ons belangrijk is, behoort tot de Schepping, het geschape. En dat dat allemaal belangrijk is daarvan getuigt God zelf ook bij de schepping; “God zag dat het goed was” en bij de schepping van mens “God zag dat het heel goed was”. Maar hoe goed het geschapene ook allemaal is het kan natuurlijk nooit groter en beter zijn dan de Schepper zelf. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En dat is waar het Jezus hier om te doen is; dat wij onze Schepper hoger achten dan alles, maar dan ook alles wat geschapen is. Zoals het boek Deuteronomium ook al zegt; “Hoor Israel, de Heer is onze God en de Heer alleen. Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw hart met heel uw ziel en al uw krachten”.  &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Jezus zoekt het hoogste goed. “Wie zoon of dochter meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waardig”. De intense band tussen ouder en kind, de mensen waar je het meest van houdt, ontzettend belangrijk, maar niet het allerhoogste goed. Wij mogen onze liefde voor al het geschapene, ook voor onze geliefden, niet boven de liefde voor de Schepper zelf laten gaan. De grootse problemen in een mensenleven ontstaan dan ook daar waar één schepsel hoger geacht wordt dan de Schepper zelf. Mèt die geobsedeerde aandacht voor het ene grote doel, veronachtzaamd men de grote ruimte die God ons geeft om te leven. De hele schepping is goed, niet dat ene waar jij je leven aan ophangt, niet dat ene wat jij als het ware tot afgod gemaakt hebt, niet iets of iemand die voor jou belangrijker is dan de Schepper zelf.  &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar die grote ruimte die God ons geeft ontdek je alleen als je Hem inderdaad op de eerste plaats zet. Liefde voor God, liefde voor de Schepper zelf, bevrijdt je van te grote gehechtheid aan het geschapene. Dat is wat Jezus ons wil leren met dit Evangelie; “Wat je ook denkt te verliezen, er is er Eén die je nooit verliest”. “Hoor Israël, de Heer is onze God en de Heer alleen”. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Zo, 28 Jun 2026 13:45:44 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">bbeb75ff55096c5b2ea20dc1f55a76fa</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Heilige Drie-eenheid 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/heilige-drie-eenheid-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Vandaag vieren we het feest van de heilige Drie-eenheid; één God in drie personen; Vader, Zoon en Heilige Geest. Voor de zoveelste keer heb ik mij in de materie verdiept, maar ik kan niet zeggen dat ik er veel wijzer van geworden ben. Jawel, er zijn theologen en wijzen genoeg die, naar het schijnt, haarfijn uit kunnen leggen wat de heilige Drie-eenheid precies is, maar het komt geen van allen echt bij mij aan. Het blijft zoiets van; “ik hoor de klok wel luiden maar ik weet niet waar de klepel hangt”. En aangezien ik in een preek nooit dingen zeg die mijzelf over het hoofd gaan, moet ik het laten bij een paar flarden waar ik wel bij kan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Op de eerste plaats is het heel belangrijk om te beseffen dat Jezus God en mens is. En daar hebben we denk ik al een hele kluif aan. Want voor ons mensenverstand is het niet zo gemakkelijk om te vatten dat Iemand de Eén en de Ander tegelijk kan zijn. En ook dat ga ik niet uitleggen want dat kan ik niet. Maar dat het van groot belang is, dat weet ik wel. Als Jezus niet méér is dan een gewone mens, een hele goeie dan wel, maar niet meer dan een mens, dan zouden we alles wat op een wonder lijkt moeten reduceren tot symboliek en dan is al die ophef over Hem gedurende meer dan 2000 jaar, op zijn minst vreemd te noemen. De wereldgeschiedenis kent wel meer goeie mensen, maar er is er toch verder geen één die zoveel heeft losgemaakt. En als Jezus alleen God is, maar dan verkleed als mens, dan is Zijn hele leven, kruisdood en verrijzenis een soort toneelspel, een schijnvertoning van een God die in wezen nòg heel ver van ons af staat. Nee, Jezus is God die werkelijk mens geworden is in deze wereld. Hij heeft laten zien hoe God is en Hij is zelf God. Hij is daadwerkelijk God mèt ons.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Wat ik verder ook nog snap, wat wellicht voor de hand ligt, maar toch ook heel belangrijk, dat is dat de Drie-ene God een persoon is. Het is niet “iets”, maar Iemand, een persoon. Tegen “iets” kun je niet praten, tegen Iemand wel. Als je bidt dan vraag je iets aan Iemand. Iemand van wie je veronderstelt dat Hij kan luisteren. Met “iets” ga je geen gesprek aan. Overigens hoorde ik vanochtend onze bisschop wel een mooi beeld schetsen van de H. Drie-eenheid. Hij zei dat God de Vader twee armen naar ons uitgestrekt heeft; de ene is Zijn Zoon, de andere is de Heilige Geest.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Goddelijke Drie-eenheid, ik geloof niet dat het nodig is om het allemaal precies te begrijpen, als je maar wel weet dat ze het alle drie goed met ons voorhebben, dat de uiteindelijke uitstraling van God liefde is en niets anders dan dat. En daarvan getuigt het Evangelie van vandaag opnieuw. “Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die gelooft in Hem, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben”. Dat is waar het de Goddelijke Drie-eenheid om te doen is; dat wij niet verloren zullen gaan, maar eeuwig leven zullen hebben”. Ik herhaal het nog maar eens; “Dat wij niet verloren zullen gaan, maar eeuwig leven zullen hebben”. En dan moet ik denken aan al die mensen in mijn omgeving voor wie dit allemaal abacadabra is. Als het voor ons al nodig is om te blijven herhalen dat God van ons houdt, dat Jezus ons daartoe het bewijs geleverd heeft, dat wij dus geborgen zijn op een manier die ons verstand te boven gaat, wat dan met de velen die helemaal van toeten of blazen weten?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En het wordt nog spannender want het Evangelie gaat verder: “God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered”. Hoezo? Moet de wereld gered worden dan? Ja, de meesten van ons hier in de kerk zullen wel kunnen beamen dat we redding nodig hebben. Wij weten van onszelf dat we maar kleine, zwakke en zondige mensen zijn die niet zonder God kunnen, die ongelofelijk blij zijn dat God ons heeft aangeraakt en die met vallen en opstaan proberen te leven naar de geboden van God, omdat we ervan overtuigd zijn dat dat het beste is voor onszelf en voor iedereen. Maar wat dan met de rest van de wereld, die onwetend of zelfgenoegzaam denkt dat zij alles zelf kan maken en besturen? Die blind voortgaat op de weg van eigen mening en overtuiging, compleet los van God?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie gaat verder: “Wie gelooft in Hem, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de Eniggeboren Zoon van God”. Dat lijkt een cryptische zin, maar is het eigenlijk niet. De veroordeling van de mens kan niet van God komen omdat Hij enkel liefde is. God heeft geen behoefte aan veroordeling, op geen enkele manier.  God wil enkel liefde, enkel leven. Maar het is de mens die zichzelf veroordeelt door afstand te nemen van Hem die liefde is. Als je niet gelooft in Hem die redding brengt, dan moet je jezelf redden en dat is een onmogelijke opgave. Niemand immers heeft het leven zelf in de hand, al meent hij het nog zo goed voor elkaar te hebben. De dood is voor iedereen het eindpunt, tenminste voor degene die niet gelooft. Dus als je niet gelooft in degene die je redt uit de dood, dan heb je jezelf veroordeeld tot........ ja..... alles zelf verder maar uitzoeken en vrezen voor het einde.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En dat doen wij niet, vrezen voor het einde. Want daarin is Christus ons voorgegaan. Danken wij de Drie-ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest voor dat geweldige geschenk. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Ma, 01 Jun 2026 06:30:30 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">4917605be09250a706459a9b98d151f1</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Volharden in gebed. 7e zondag van Pasen 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/volharden-in-gebed-7e-zondag-van-pasen-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Donderdag hebben we de Hemelvaart van de Heer gevierd en nu, tussen Hemelvaart en Pinksteren,  leven we mèt de leerlingen in een soort leemte. De verrezen Christus is uit het blikveld verdwenen, terwijl de leerlingen nog niet bekomen zijn van alle gebeurtenissen die hen met Jezus overkomen zijn; de ellendige omwenteling van gejubel naar kruisiging, de akelige kruisdood van hun grote leider en voorbeeld, de ontreddering en de verbazing van het lege graf, de vreemde verschijningen  en tenslotte dan Zijn Hemelvaart. Ze wisten er allemaal nog geen raad mee. Anders gezegd; ze hadden de Geest nog niet ontvangen. Maar dat ze biddend bij elkaar moesten komen, dat hadden ze wel begrepen. Vandaag horen we in de eerste lezing dan ook dat “Zij allen eensgezind bleven volharden in in gebed”.  Volharden dus. Niet zo maar eventjes als het je goed uitkomt, niet één keer per week aan een Eucharistieviering deelnemen, of een schietgebedje in uiterste nood, ook prima natuurlijk, maar wat wij eigenlijk moeten doen is volharden in dagelijks gebed.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Waar gaat het om? Dat bidden? Dat wij al onze dagen, al onze uren, stellen in het teken van onze afhankelijkheid van God. Ik weet het; dat woord “afhankelijkheid” heeft in onze wereld vooral een negatieve klank gekregen. Alle educatie is erop gericht om zelfstandig en vooral onafhankelijk te worden. En tot op zekere hoogte is dat ook goed natuurlijk. Maar toch is het zo dat wij elke hartslag, elke ademtocht van Hem krijgen. Dat alles wat wij tot stand brengen, alleen gebeurt omdat Hij ons de kans geeft. Daarom is het zo belangrijk om te volharden in gebed. Om in alles wat wij doen onze relatie met God voorop te stellen. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Dan het Evangelie. Alle godsdiensten, ook welke wij “de primitieve” noemen, zijn het er over eens dat het leven zelf de hoogst denkbare waarde is. En uiteraard vormt ook het christendom daarin geen uitzondering. Alles wat Jezus doet en zegt is ter bevordering van dat leven. Gelukkig leven, niet voor de happy few, maar voor alle mensen. En als mens streven we eigenlijk naar het hoogst mogelijke geluk. Maar er is alleen sprake van “hoogst mogelijk geluk” als het niet meer ophoudt, dat wil zeggen dat het eeuwig zou moeten duren. Laat dat nou zijn wat ons in Christus beloofd is; eeuwig leven, eeuwig geluk. Het is eigenlijk te mooi om waar te zijn, en omdat het te mooi is om waar te zijn, kunnen veel mensen er ook niet in geloven.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie van vandaag leert ons uitdrukkelijk waar dat eeuwig leven in bestaat;  “En dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen, de enige ware God en Hem die Gij gezonden hebt, Jezus Christus”. Daarmee gaat het Evangelie lijnrecht in tegen de opvatting van onze wereld dat we God niet kunnen kennen. Omdat Hij een verborgen God zou zijn in een ontoegankelijk licht, of zoiets. Dat onze menselijke begrippen tekort schieten om iets zinnigs over Hem te zeggen en dat we er daarom ook beter over kunnen zwijgen. Een dergelijke opvatting wordt door heel de Bijbel radicaal tegengesproken. Maar omdat wij inderdaad te klein zijn om uit eigen kracht tot God te naderen heeft Hij zichzelf klein gemaakt om ons te bereiken. God heeft tot ons gesproken in de profeten en uiteindelijk door Zijn Zoon. Zo heeft Hij zich aan ons –geopenbaard-, met een plechtig woord. Zo hebben wij God zelf leren kennen. En dat is het eeuwige leven, zoals we uit het Evangelie leren; dat we God kennen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar dat kennen van God is wel iets anders dan hoe we Jantje of Pietje kennen. Misschien heb je weleens over God gehoord, misschien heb je al veel over Hem gehoord, maar daarmee is nog niet gezegd dat je Hem ècht kent. Het “kennen” uit het Evangelie heeft een diepe betekenis en die betekenis kunnen we misschien het best illustreren met een fragment uit het Scheppingsverhaal. In de nieuwere vertaling staat; “En Adam had gemeenschap met zijn vrouw Eva, en zij werd zwanger”. In de oudere vindt men: “En Adam bekende zijn vrouw”. Echt kennen is dus “gemeenschap hebben met”. God kennen is dus “in gemeenschap met Hem leven”. En dat betekent dus dat wij niet af en toe een keer wat over Hem lezen, maar dat wij leven in Hem. Als wij God zo kennen, als wij zo dicht bij, of in Hem zijn dan weten we wat “eeuwig leven” is. Dat eeuwig leven begint dus ook niet pas straks na de dood, als het afgelopen is, in een andere wereld, maar dat leven kan nu beginnen in de mate dat wij in gemeenschap leven met God.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Wij vinden het ook zo mooi terug in de eerste Korintiërsbrief  waar het gaat over de Eucharistie; “Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap met het bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het lichaam van Christus?  Omdat het brood één is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.  Een geest, één lichaam vormen met Christus, dat is het eeuwige leven. En dat is een reden te meer om vooral te volharden in gebed. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Ma, 25 Mei 2026 08:02:51 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">d082fda7d9208bfe3af3fe5ac3dfc64d</guid>
    </item>
    <item>
      <title>In de Geest van...6e zondag van Pasen 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/in-de-geest-van-6e-zondag-van-pasen-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Het is alweer de 6e zondag van Pasen, dat wil zeggen dat Pinksteren, het feest van de komst van de H. Geest al niet ver meer is. Daarom geeft de Kerk ons vandaag enkele hints, enig vooruitblikken op die H. Geest. Waar de Geest in de Oosterse kerken veel vanzelfsprekender beleefd word, lijkt Hij hier in het westen misschien toch wat onderschat. We weten er niet zo goed raad mee, misschien. En dat is eigenlijk vreemd want de Bijbel spreekt er onophoudelijk over.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Laten we eens kijken naar enkele kenmerken van de H. Geest zoals we die vandaag in de lezingen tegenkomen. Eerst uit de Handelingen over Fillippus. Nadat Jezus gekruisigd is, werden de leerlingen vervolgd waardoor ze over een groot gebied verspreid raakten, met als neveneffect natuurlijk, dat het woord van God ook wijd verspreid raakte. Want de leerlingen van Jezus zijn niet angstig weggekropen, maar zij getuigen volmondig van hetgeen ze met Hem hebben meegemaakt. “In die dagen daalde Filippus af naar de stad Samaria en predikte hun de Christus”. Doet dat vrijmoedig spreken over Christus niet ook een beroep op ons? Hoe gaan wij om met de ervaring van Pasen? Hoe is aan ons te zien dat wij van Christus zijn? Hier in onze westerse samenleving geldt het adagio dat geloof een privé-zaak is en dat je daar een ander niet mee lastig valt. En inderdaad, we moeten er elkaar niet mee lastig vallen, maar toch mogen we de schat die we hebben ontvangen niet alleen voor onszelf houden. Fillippus deed dat in elk geval niet;  “hij daalde af naar de stad Samaria, niet bepaald de meest vriendelijke stad, en hij predikte hun de Christus”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vervolgens gebeuren er ook dingen waartegenover wij misschien wat sceptisch staan; er is sprake van onreine geesten die verdreven worden en lammen en kreupelen  die worden genezen. En ook al heb ik persoonlijk nog nooit zoiets meegemaakt, ik hoor dat er mensen zijn die dergelijke ervaringen wel hebben. Door de hele Bijbel heen is het uitdrijven van onreine geesten en genezing van zieken één van de tekenen van de H. Geest. Hoewel, ik zeg dat ik nooit zoiets meegemaakt heb, heb ik in mijn werk in de verslavingszorg wel degelijk gezien hoe mensen, ook lichamelijk opknapten, als ze geestelijk weer op het rechte pad beland waren.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een derde teken van de heilige Geest is de grote vreugde die Hij teweeg brengt. “Er ontstond grote vreugde in die stad”, lezen we bij Fillipus. Dus als wij waarachtig Christen zijn, dan zouden wij zichtbaar vreugdevolle mensen moeten zijn. Van mijzelf kan ik wel zeggen dat er in mij altijd een vreugdevolle onderstroom aanwezig is, sinds ik Jezus opnieuw heb leren kennen, maar of ik die ook voldoende uitstraal, daar heb ik zo mijn twijfels over. Wel heb ik die onverwoestbare vreugde regelmatig gezien bij sommige oude monniken. Zij lijken volslagen pretentieloos door het leven te gaan maar hebben altijd een soort aureool om zich heen van eenvoudige blijdschap.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een vierde element dat met de heilige Geest te maken heeft, vinden we in de tweede lezing, de brief van de apostel Petrus. “weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt  van de hoop die in u is”. Als wij, christenen, willen getuigen van de hoop die in ons is door de verrijzenis van Christus, dan is het belangrijk dat we Hem goed kennen. Dat we niet alleen vreugdevolle mensen zijn, maar dat we ook kunnen zeggen waar die vreugde vandaan komt. Met andere woorden: dat we Christus en de Kerk kennen. En dat schort er in onze dagen enorm aan. We hoeven natuurlijk niet allemaal grote theologen te zijn, maar iemand die zegt van Christus te houden zou zich ook in Hem, en in Zijn belangrijkste instrument in deze wereld, onze Kerk, moeten willen verdiepen. Er zijn nogal wat mensen die zeggen; Jezus wel ja, maar de Kerk, nee dat hoeft voor mij niet. Ik geloof wel op mijn eigen manier. Ik ga daar nu niet verder op in, maar Christus en de Kerk zijn niet los verkrijgbaar. Alleen de Kerk leert ons Christus kennen in Zijn diepste betekenis. Zeker niet het belangrijkste maar wel een heel simpel voorbeeldje van grote onwetendheid is bijvoorbeeld dit; Veel mensen denken dat onze parochie financiëel in stand gehouden wordt door Rome. Dat alles wat we nodig hebben door Rome betaald wordt. Maar wij krijgen geen cent van Rome en ook niet van het bisdom; daar moet juist geld naartoe. Het is vaak schokkend hoe jonge ouders denken alles wel te weten over de Kerk maar ondertussen rondlopen met de vreemdste denkbeelden en aannames en die dus naar hun kinderen toe bijvoorbeeld nooit “verantwoording af kunnen leggen van de hoop die in hen is”; zoals Petrus zegt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En tenslotte het Evangelie.  Het klinkt bijna als een lied: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven om voor altijd met u te zijn: Ik zal u niet verweesd achterlaten. Ik kom naar u toe. Op die dag zult gij erkennen, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u”.  Vader, Zoon en Geest; liefde is eigenlijk alles waar het om draait. Dat wij Zijn geboden onderhouden, want dat zijn enkel geboden die in liefde zijn gegeven, die liefde oproepen en liefde voortbrengen. Liefde met een hoofdletter. Liefde die veel groter en veelomvattender is dan datgene wat wij doorgaans onder liefde verstaan. Niet een beetje, maar totaal, met alles, met je hele leven, je hele bestaan. Onbegrijpelijk eigenlijk, en toch dat is wat Vader en Zoon met de H. Geest bewerkt hebben in deze wereld. Het is waar wij van leven, het is waarvan wij willen getuigen. Amen&lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Do, 14 Mei 2026 08:08:09 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">87453201102254881778fd9dbf098b74</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Vergeving 2e zondag van Pasen 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/vandaag-is-het-de-2e-zondag-van-pasen-sinds-jaar-en-dag-ook</link>
      <description>&lt;p&gt;Vandaag is het de 2e zondag van Pasen, sinds jaar en dag ook bekend als Beloken Pasen. Het woord komt voort uit het feit dat de leerlingen zich, na de gebeurtenissen rond de dood van Jezus, ontredderd en angstig hebben afgesloten van de buitenwereld. In het jaar 2000 riep paus Johannes Paulus deze dag uit tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Dit besluit van de Paus had alles te maken met de Poolse zieneres Maria Faustina Kowalska. Zij zou een verschijning van Christus gehad hebben, waarbij Hij zichzelf bekend maakte als de Goddelijke Barmhartigheid. Paus Johannes Paulus overleed, toevallig of niet, in 2005 op de vooravond van deze Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Maar als we het Evangelie van vandaag goed aankijken, dan zien we dat het bepaald niet toevallig is dat deze zondag de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid geworden is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie van vandaag, wederom van Johannes, kent tal van invalshoeken en het meest in het oog springend is natuurlijk de strubbeling rond de ongelovige Thomas. Toch wil ik, geïnspireerd door de Amerikaanse bisschop Barron vandaag een ander facet belichten. Het is een belangrijk element van het christelijk leven en als het verkeerd begrepen wordt, wordt het hele christelijk leven verkeerd begrepen. Laten we even luisteren hoe het begint;  “Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zei hun: “Vrede zij u!” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Daarop zei Jezus hun opnieuw: “Vrede zij u!” Wat hier van groot belang is, is het feit dat de verrezen Christus Zijn wonden laat zien en vrede aanzegt; ze zijn er tegelijkertijd; de wonden en de vrede. De wonden zijn de tekenen van onze zonden. Want hoe komt Jezus aan die wonden? Probeer eens stil te staan en u te realiseren wanneer en hoe Jezus u het meest irriteert. “Hoezo” zult u zeggen, “wat bedoel je, Jezus is de Zoon van God”. Maar dat is het precies; Zoals St. Petrus ergens zegt: “De gever van al het leven kwam in de wereld, maar jullie hebben Hem gedood”. Jezus,  God onder ons, Emmanuel, het Woord dat vlees geworden is; Hij werd bejubeld, maar aan het eind van de dag kreeg Hij te maken met zo’n gewelddadige krachten dat ze Hem aan een kruis genageld hebben. “Maar dat hebben wij toch niet gedaan”, zullen velen zeggen. Nee, letterlijk hebben wij Jezus niet aan het kruis genageld, maar de vraag is wel of wij, als we er destijds bij geweest waren, zoveel anders gedaan hadden. Of wij zoveel dapperder geweest zouden zijn als de leerlingen die hem allemaal in de steek lieten, of wij zoveel beter begrepen zouden hebben wie Jezus waarlijk was. En als we niet zover terug willen kijken, zien we misschien hoe we ook nu nog wonden slaan door te zondigen tegen onze medemens of tegen onszelf.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Hoe dat ook zij en hoe ieder voor zich daarover denkt; de wonden van Jezus confronteren ons met wie we werkelijk zijn; als het puntje bij paaltje komt; niet alleen lieverds, maar ook zondaars. Dat is ook het punt waar Jezus mij het meest irriteert; als Hij mij, bijvoorbeeld in het tonen van zijn wonden, herinnert aan de wonden die ik zelf maak en dat ik dus ook een zondaar ben, die nood heeft aan barmhartigheid en vergeving. En dat is natuurlijk ook de reden dat onze katholieke Kerk niet gemakkelijk op grote populariteit kan rekenen; omdat zij de wereld onverbloemd blijft voorhouden wat zondig is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar Jezus laat niet alleen zijn wonden zien. Juist niet. Hij begint met het aanzeggen van vrede, dan pas laat Hij zijn wonden zien en dan zegt Hij opnieuw “Vrede zij u”. Ja, wij hebben de Zoon van God vermoord, maar diezelfde Zoon van God komt terug met vergevende liefde! Dat betekent dat er tenslotte “geen zonden bestaan die ons kunnen scheiden van de liefde van God”; zoals Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen. En hier ligt dan ook de kern van het christendom, in het samen bestaan van de wonden van Jezus en de vrede die Hij desondanks aanbiedt. Waren er de wonden alleen, dan was alles voor ons verloren, dan was er alleen de ellende van het geweld en de dood. Was er de vrede alleen, dan zou dat een tot een goedkoop, onwaarachtig en tot niets verplichtend “everybody happy”, leiden. Maar in dit gebeuren van de wonden die er zijn, en de vrede die Christus brengt ligt de grote vreugde van het christendom; dat wij, zondaars, kleine of grote, nooit voor Hem verloren gaan. En daarom mag deze zondag dan ook Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid heten.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vervolgens spreekt Jezus deze woorden; “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” En na dit gezegd te hebben blies Hij over hen en zei hun: “Ontvangt de Heilige Geest”. Van wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, van wie gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Jezus draagt de leerlingen op om die Goddelijke Barmhartigheid, die ultieme vergevingsgezindheid, zoals die door Jezus gebracht werd, door te geven aan de hele wereld. En zo krijgt de Kerk dus die dubbele opdracht; de wereld blijvend herinneren aan datgene wat niet deugt, datgene wat zondig is, en tegelijkertijd de zondige mens niet plat slaan, maar opbeuren en nieuwe kansen geven. Niet 7 maal zoals de apostelen ergens voorstellen, maar 70 maal  7 maal. De opdracht om deze vergevende liefde te verspreiden werd allereerst aan de apostelen gegeven.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De sacramentele vorm ligt daarom logischerwijs bij de bisschop en zijn helpers, de priesters. De Biecht, sinds de zestiger jaren verguisd door een generatie lauwe katholieken die zich, in een doorgeslagen mondigheid, niets meer wenst te laten gezeggen. Dat is eigenlijk heel pijnlijk, want als er één sacrament is waar we niet zonder kunnen, dan is dat juist die vergevende liefde; jezelf niet hoeven te verstoppen achter een masker van schijnheiligheid, niet ’s nachts, alleen in je bed treuren over je misstappen, niet steeds verder verharden ten opzichte van je medemens, maar de wonden in je leven laten verzorgen door de vergevende liefde van God in de Biecht. Maar het zal u duidelijk zijn dat het niet alleen om sacramentele vergeving kan gaan. We hebben allemaal de opdracht om te vergeven. We zeggen het dagelijks in het belangrijkste gebed dat Jezus ons leerde; “Vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven aan onze schuldenaren”. De onderlinge vergeving van mensen is misschien wel net zo belangrijk als de Sacramentele. Want als we alle fouten van onszelf en van onze naasten alleen maar blijven optellen en niets daarvan wegstrepen door het te vergeven, dan komen we terecht in een wereld van haat en zelfhaat. Met andere woorden; vergeven is noodzaak. Wat een rijkdom, de Goddelijke Barmhartigheid, aan ieder van ons gegeven. Wat een geluk, de katholieke Kerk die Gods Barmhartigheid door de tijd draagt. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Do, 14 Mei 2026 07:51:04 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">04e322a88eb834a4a8f7e08b07aa01e0</guid>
    </item>
    <item>
      <title>"Doet dit tot Mijn gedachtenis" Witte Donderdag 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/doet-dit-tot-mijn-gedachtenis-witte-donderdag-2026</link>
      <description>&lt;p class="MsoNormal"&gt;Het is alweer heel wat jaren geleden dat ik mij nog kwaad maakte over het feit dat mijn vrouw, als leerkracht op nota bene een katholieke basisschool, op Witte Donderdag niet naar de avondmis kon, omdat er op school een Goede Doelenmarkt gehouden moest worden. Hoewel goedbedoeld als uitvloeisel van de Vastenaktie; maar Witte Donderdag is geen markt, ook geen Goede Doelenmarkt. En als deze weg naar, wat men noemt, eigentijdse vormen, eenmaal is ingeslagen, valt het te verwachten dat op den duur de hele betekenis verdampt. De school doet inmiddels dan ook niets meer met Witte Donderdag.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;“Gedenk de Sabbath, die moet heilig voor u zijn”: lezen we bij de Tien Geboden. En over het begin van de uittocht uit Egypte horen we in de eerste lezing; “Van geslacht tot geslacht moet ge deze dag, als een eeuwige instelling, vieren.’ Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer”: “Doet dit tot mijn gedachtenis”: zegt Jezus als Hij begint aan zijn Uittocht.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;Gedenken, gedachtenis. Die woorden kunnen bij ons een misverstand oproepen want we zijn daarbij geneigd te denken aan iets uit het verleden. Iets wat we in herinnering roepen, maar wat eigenlijk voorbij is. Dat is niet wat de bijbel verstaat onder “gedachtenis”: Bijbels gedenken betekent dat het verleden hier en nu werkelijkheid wordt. Het gebeurt opnieuw, het is nu aanwezig. Zo betekent bv. “Gedenk de Sabbath” natuurlijk niet dat je er een keer aan terugdenkt. Nee, de Nederlandse vertaling heeft er, deels terecht, ook van gemaakt; “onderhoudt de sabbath”. Voor ons de zondag; maar je moet er iets mee doen. De zondag, de dag des Heren, moet een werkelijkheid voor je worden. Hij moet je losmaken uit de slavernij van Egypte, die symbool staat voor onze drukke werkweek. Even staken, even verwijlen in de ruimte die God ons geeft. Dus “gedenk de Sabbath” betekent nèt iets meer dan “houdt je aan de Sabbath”.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;Jezus viert het Paasmaal met zijn leerlingen. En als Jezus het Paasmaal viert dan gedenkt Hij met zijn leerlingen datgene wat alle Joden gedenken; die laatste maaltijd voor de Uittocht uit Egypte. Voor Jezus is dit gedenken wel akelig dichtbij. Hij voelt in alle rumoer die er inmiddels rond zijn persoon ontstaan is, aan, dat Hij voor een beslissend punt staat op Zijn levensweg. Hij voorziet dat Hij zelf wel eens dat Lam zou kunnen zijn dat de Joden gewoon zijn te slachtten voor de Uittocht die met Pasen herdacht wordt. En zo is het ook gegaan. Jezus heeft in Zijn lijden, sterven en verrijzen de mensheid tot een beslissende bevrijding geleid. Hij heeft ons niet bevrijdt uit de slavernij van Egypte, maar uit de slavernij van zonde en dood. Voorgoed bevrijdt uit de boeien van dit tijdelijke aardse bestaan waarin zonde en dood ons steeds weer naar beneden drukken. Ik meen echt wat ik zeg en tegelijk met dat ik het zeg krijg ik het gevoel dat ik maar amper besef wat het betekent. Want eeuwig leven bij God blijft toch zo’n ondoorgrondelijk iets! Je kunt je dat toch niet voorstellen! En toch. Je moet het geloven, omdat Jezus het zegt. Je kunt het geloven, omdat Jezus het zegt. En je mag het geloven, omdat Jezus het zegt. En zo is de Eucharistie ook zo’n onbegrepen groot feest. “Doen tot Zijn gedachtenis” niet een beetje terugdenken aan vroeger, maar hier en nu binnengaan in dat grote feestmaal; eeuwige geborgenheid, deel uitmaken van Vader, Zoon en Geest. Een mysterie zo groot als het leven zelf.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;En tot wat voor een levenshouding zou dat besef van eeuwige geborgenheid leiden? Ook daarin gaat Jezus ons voor bij de voetwassing. Me dunkt dat dat verder geen uitleg nodig heeft. &lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt;Tenslotte nog dit: Witte Donderdag de dag van de Eucharistie, is ook een beetje het feest van de priesters. Gisteren is in de St. Jan de Chrismamis gevierd, maar die hoort eigenlijk thuis op deze dag, de ochtend van Witte Donderdag. En in die viering, waarin de heilige oliën gewijd worden, vernieuwen de priesters heel nadrukkelijk hun wijdingsgelofte. En voor ons, niet priesters, is het misschien goed om eens stil te staan bij de bijzondere opgave waarvoor zij getekend hebben. Afzien van de stichting van een gezin en je helemaal geven aan Christus en de Kerk. De priesters zijn daarin voor ons, net als de Eucharistie een teken. Een teken dat het leven met God veel groter is dan onze aardse&lt;span style="mso-spacerun: yes;"&gt;  &lt;/span&gt;gehechtheden en beslommeringen. Laten we God danken dat we Eucharistie mogen vieren en laten we Hem ook danken dat Hij ons daartoe priesters gegeven heeft. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpLast"&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Do, 02 Apr 2026 22:28:19 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">05bc1231e3cb4f79b250226f0d36841a</guid>
    </item>
    <item>
      <title>"Het kan wel" 5e zondag 40 dagentijd 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/het-kan-wel-5e-zondag-40-dagentijd-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Degenen die hier elke zondag komen zullen inmiddels wel in de gaten hebben wat voor pareltjes wij elke keer uit het Evangelie te horen krijgen. En wat u mogelijk ook in de gaten hebt is, dat de gebeurtenissen die verhaald worden elke week intenser worden. Twee weken geleden hoorden we het wonderlijke gesprek van Jezus met de Samaritaanse, vorige week een bijna komische vertelling van de genezing van een blindgeborene. En vandaag de apotheose; een dode die ten leven gewekt wordt. Misschien moet ik even toelichten wat ik komisch vond aan het Evangelie van vorige week want in de kern was het natuurlijk bloedserieus. Maar het grappige van het Evangelie was, dat niet zozeer Jezus, maar juist de blindgeborene optreedt als verkondiger van het geloof. Eerst moet hij zijn buren en familie overtuigen; “De mens die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga naar de Siloam en was u. Ik ben er naar toe gegaan, waste mij en kon zien.’ Vervolgens vragen het de Farizeeën die Jezus een zondaar noemen omdat Hij zich niet aan de regels van de sabbath houdt. En dan zegt de blindgeborene; “Of hij een zondaar is, dat weet ik niet. Een ding weet ik wel, dat ik eerst blind was en nu zie”. Prachtig toch hoe hij de kritiek van de Farizeeën pareert! En als ze het dan nog eens voor de derde keer vragen: “Hoe zijn u de ogen geopend?’ dan antwoord de blindgeborene; “Dat heb ik al gezegd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt gij soms ook een leerling worden van die man?” U kunt zich voorstellen dat de Farizeeën witheet aanlopen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie van vandaag is in mijn puberjaren zo’n beetje de oorzaak geweest om de kerk te verlaten. “Dat kan niet!” was mijn stellige overtuiging. “Maak dat de kat maar wijs, maar ik heb meer verstand. Ik houd mij voortaan niet meer bezig met die onzin!” Maar, ik denk dat het komt omdat ik nooit innerlijke vrede kon vinden met mezelf en de wereld; in elk geval ben ik altijd blijven zoeken naar iets dat een waarachtig fundament onder mijn leven zou leggen en uiteindelijk toch weer in een gelovige beweging terecht gekomen. Daar werd mij onder andere verteld dat je de verhalen van Jezus niet letterlijk moest nemen, maar dat het allemaal symbolisch bedoeld is. In eerste instantie was dat voor mij een verademing, maar na enkele jaren ontdekte ik dat ik blij was geweest met een dooie mus.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Want als het allemaal maar symbolisch is, als ik bijvoorbeeld de wonderbare broodvermenigvuldiging alleen moet zien in de geest van: “Als we maar samen delen, dan hebben we allemaal wat”, dan is er destijds toch helemaal niks bijzonders gebeurd. Als het allemaal maar symbolisch is, dan hoeven ze daar toch niet al die Bijbels voor uit te geven, of al die kerken te bouwen. En waarom hangt Jezus dan aan het kruis? Wat heeft het voor nut dat Hij zijn leven geeft? Niet symbolisch, maar echt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie van vandaag is weer een pareltje, ik zei het al. Het is in de kern een schokkend verhaal. Zo schokkend dat de mensen in Jezus tijd er eigenlijk geen van allen raad mee wisten. Ze weten inmiddels allemaal wel dat er iets bijzonders aan de hand is met Jezus, dat Hij over bijzondere gaven beschikt. Hij zou de zieke Lazarus wel kunnen genezen. Maar waarom komt Hij niet meteen in actie, waarom loopt Hij nog twee dagen te dralen onder de mysterieuze woorden; “Deze ziekte lijdt niet tot de dood maar is er omwille van Gods heerlijkheid, opdat de Zoon van God er door verheerlijkt moge worden”. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het gebeuren rond de zieke, later dode en opgestane Lazarus is een teken dat tot doel heeft dat de mensen Gods grootheid leren kennen. De opwekking van Lazarus is een onvoorstelbaar krachtig teken waarin God laat zien wie Hij is; sterker dan de dood. “Het kan niet!” zei ik vroeger. Met onze minister president, hoewel het er niets mee te maken heeft, zeg ik vandaag. “Het kan wel!”&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Natuurlijk kan het wel; als God Schepper van hemel en aarde is.  Als God in staat is om uit niets onze prachtige wereld te scheppen, waarom zou Hij dan niet in staat zijn een dode het leven terug te geven? Of weten wij soms beter wat God wel en niet kan? Natuurlijk zouden we dat zelf allemaal dan ook wel eens een keer willen zien. Al is het de vraag hoe we zouden reageren. Want er vindt in dit gebeuren een grote tweedeling plaats. Het Evangelie van vandaag eindigt met de woorden; “Vele Joden die zagen wat Hij gedaan had geloofden in Hem". Maar meteen in de volgende regel van hetzelfde Evangelie wordt door de Sadduceeën en Farizeeën besloten dat Jezus dood moet. En daar zien we geen verzet van al die Joden die getuigen waren van de opwekking van Lazarus.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een ander aandachtspuntje uit het Evangelie. Als Martha Jezus ziet komt ze met een nauwelijks verholen verwijt; “Heer als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn”. Hoe herkenbaar voor ons, toch? Leven wij, bij een zekere tegenspoed niet ook vaak met een soort verwijt? “Waarom hebt U niks gedaan?” Even later herhaalt Maria hetzelfde verwijt aan het adres van Jezus en voor een derde keer doen de critici het nog eens, met nog meer venijn; “Kon Hij die een blinde de ogen opende, niet zorgen dat deze niet stierf?"&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar zullen sommigen zeggen, "Martha getuigt toch zeker wel van haar geloof".  Want zij zegt toch; "Zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.” Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.” Dát, dat de doden verrijzen op de laatste dag, dat is immers een onderdeel van het joodse geloof. Dat gelooft ze wel, maar dat Jezus in staat is om Lazarus nu uit het graf te doen opstaan, dat gelooft ze niet en dat gelooft eigenlijk niemand, totdat ze het met eigen ogen zien. “&lt;strong&gt;Ik ben&lt;/strong&gt; de verrijzenis en het leven, zegt Jezus van zichzelf”. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En het wenen wat Jezus doet is niet allereerst omdat Hij zo’n verdriet heeft over Lazarus, maar vooral omdat die hardnekkige mensheid maar niet wil geloven wie Hij is. En wat kan Hij nog meer doen? Zelf sterven en verrijzen is de laatste optie en dat zal dan ook moeten gebeuren. Dat zal het ultieme teken zijn aan de mensheid; Gods liefde die zover reikt dat Hij Zelf voor ons wil sterven, opdat wij Hem eindelijk zullen kennen. Amen.&lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Ma, 23 Mar 2026 21:12:52 +0100</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">582c6ca3c59afee2772db2dc8423c3fd</guid>
    </item>
  </channel>
</rss>
