<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Groter dan ons hart</title>
    <link>https://groterdanonshart.nl</link>
    <description>Pieter Raaijmakers</description>
    <lastBuildDate>Thu, 14 May 2026 08:15:19 +0200</lastBuildDate>
    <item>
      <title>In de Geest van...6e zondag van Pasen 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/in-de-geest-van-6e-zondag-van-pasen-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Het is alweer de 6e zondag van Pasen, dat wil zeggen dat Pinksteren, het feest van de komst van de H. Geest al niet ver meer is. Daarom geeft de Kerk ons vandaag enkele hints, enig vooruitblikken op die H. Geest. Waar de Geest in de Oosterse kerken veel vanzelfsprekender beleefd word, lijkt Hij hier in het westen misschien toch wat onderschat. We weten er niet zo goed raad mee, misschien. En dat is eigenlijk vreemd want de Bijbel spreekt er onophoudelijk over.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Laten we eens kijken naar enkele kenmerken van de H. Geest zoals we die vandaag in de lezingen tegenkomen. Eerst uit de Handelingen over Fillippus. Nadat Jezus gekruisigd is, werden de leerlingen vervolgd waardoor ze over een groot gebied verspreid raakten, met als neveneffect natuurlijk, dat het woord van God ook wijd verspreid raakte. Want de leerlingen van Jezus zijn niet angstig weggekropen, maar zij getuigen volmondig van hetgeen ze met Hem hebben meegemaakt. “In die dagen daalde Filippus af naar de stad Samaria en predikte hun de Christus”. Doet dat vrijmoedig spreken over Christus niet ook een beroep op ons? Hoe gaan wij om met de ervaring van Pasen? Hoe is aan ons te zien dat wij van Christus zijn? Hier in onze westerse samenleving geldt het adagio dat geloof een privé-zaak is en dat je daar een ander niet mee lastig valt. En inderdaad, we moeten er elkaar niet mee lastig vallen, maar toch mogen we de schat die we hebben ontvangen niet alleen voor onszelf houden. Fillippus deed dat in elk geval niet;  “hij daalde af naar de stad Samaria, niet bepaald de meest vriendelijke stad, en hij predikte hun de Christus”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vervolgens gebeuren er ook dingen waartegenover wij misschien wat sceptisch staan; er is sprake van onreine geesten die verdreven worden en lammen en kreupelen  die worden genezen. En ook al heb ik persoonlijk nog nooit zoiets meegemaakt, ik hoor dat er mensen zijn die dergelijke ervaringen wel hebben. Door de hele Bijbel heen is het uitdrijven van onreine geesten en genezing van zieken één van de tekenen van de H. Geest. Hoewel, ik zeg dat ik nooit zoiets meegemaakt heb, heb ik in mijn werk in de verslavingszorg wel degelijk gezien hoe mensen, ook lichamelijk opknapten, als ze geestelijk weer op het rechte pad beland waren.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een derde teken van de heilige Geest is de grote vreugde die Hij teweeg brengt. “Er ontstond grote vreugde in die stad”, lezen we bij Fillipus. Dus als wij waarachtig Christen zijn, dan zouden wij zichtbaar vreugdevolle mensen moeten zijn. Van mijzelf kan ik wel zeggen dat er in mij altijd een vreugdevolle onderstroom aanwezig is, sinds ik Jezus opnieuw heb leren kennen, maar of ik die ook voldoende uitstraal, daar heb ik zo mijn twijfels over. Wel heb ik die onverwoestbare vreugde regelmatig gezien bij sommige oude monniken. Zij lijken volslagen pretentieloos door het leven te gaan maar hebben altijd een soort aureool om zich heen van eenvoudige blijdschap.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een vierde element dat met de heilige Geest te maken heeft, vinden we in de tweede lezing, de brief van de apostel Petrus. “weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt  van de hoop die in u is”. Als wij, christenen, willen getuigen van de hoop die in ons is door de verrijzenis van Christus, dan is het belangrijk dat we Hem goed kennen. Dat we niet alleen vreugdevolle mensen zijn, maar dat we ook kunnen zeggen waar die vreugde vandaan komt. Met andere woorden: dat we Christus en de Kerk kennen. En dat schort er in onze dagen enorm aan. We hoeven natuurlijk niet allemaal grote theologen te zijn, maar iemand die zegt van Christus te houden zou zich ook in Hem, en in Zijn belangrijkste instrument in deze wereld, onze Kerk, moeten willen verdiepen. Er zijn nogal wat mensen die zeggen; Jezus wel ja, maar de Kerk, nee dat hoeft voor mij niet. Ik geloof wel op mijn eigen manier. Ik ga daar nu niet verder op in, maar Christus en de Kerk zijn niet los verkrijgbaar. Alleen de Kerk leert ons Christus kennen in Zijn diepste betekenis. Zeker niet het belangrijkste maar wel een heel simpel voorbeeldje van grote onwetendheid is bijvoorbeeld dit; Veel mensen denken dat onze parochie financiëel in stand gehouden wordt door Rome. Dat alles wat we nodig hebben door Rome betaald wordt. Maar wij krijgen geen cent van Rome en ook niet van het bisdom; daar moet juist geld naartoe. Het is vaak schokkend hoe jonge ouders denken alles wel te weten over de Kerk maar ondertussen rondlopen met de vreemdste denkbeelden en aannames en die dus naar hun kinderen toe bijvoorbeeld nooit “verantwoording af kunnen leggen van de hoop die in hen is”; zoals Petrus zegt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En tenslotte het Evangelie.  Het klinkt bijna als een lied: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven om voor altijd met u te zijn: Ik zal u niet verweesd achterlaten. Ik kom naar u toe. Op die dag zult gij erkennen, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u”.  Vader, Zoon en Geest; liefde is eigenlijk alles waar het om draait. Dat wij Zijn geboden onderhouden, want dat zijn enkel geboden die in liefde zijn gegeven, die liefde oproepen en liefde voortbrengen. Liefde met een hoofdletter. Liefde die veel groter en veelomvattender is dan datgene wat wij doorgaans onder liefde verstaan. Niet een beetje, maar totaal, met alles, met je hele leven, je hele bestaan. Onbegrijpelijk eigenlijk, en toch dat is wat Vader en Zoon met de H. Geest bewerkt hebben in deze wereld. Het is waar wij van leven, het is waarvan wij willen getuigen. Amen&lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Do, 14 Mei 2026 08:08:09 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">87453201102254881778fd9dbf098b74</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Vergeving 2e zondag van Pasen 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/vandaag-is-het-de-2e-zondag-van-pasen-sinds-jaar-en-dag-ook</link>
      <description>&lt;p&gt;Vandaag is het de 2e zondag van Pasen, sinds jaar en dag ook bekend als Beloken Pasen. Het woord komt voort uit het feit dat de leerlingen zich, na de gebeurtenissen rond de dood van Jezus, ontredderd en angstig hebben afgesloten van de buitenwereld. In het jaar 2000 riep paus Johannes Paulus deze dag uit tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Dit besluit van de Paus had alles te maken met de Poolse zieneres Maria Faustina Kowalska. Zij zou een verschijning van Christus gehad hebben, waarbij Hij zichzelf bekend maakte als de Goddelijke Barmhartigheid. Paus Johannes Paulus overleed, toevallig of niet, in 2005 op de vooravond van deze Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Maar als we het Evangelie van vandaag goed aankijken, dan zien we dat het bepaald niet toevallig is dat deze zondag de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid geworden is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie van vandaag, wederom van Johannes, kent tal van invalshoeken en het meest in het oog springend is natuurlijk de strubbeling rond de ongelovige Thomas. Toch wil ik, geïnspireerd door de Amerikaanse bisschop Barron vandaag een ander facet belichten. Het is een belangrijk element van het christelijk leven en als het verkeerd begrepen wordt, wordt het hele christelijk leven verkeerd begrepen. Laten we even luisteren hoe het begint;  “Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zei hun: “Vrede zij u!” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Daarop zei Jezus hun opnieuw: “Vrede zij u!” Wat hier van groot belang is, is het feit dat de verrezen Christus Zijn wonden laat zien en vrede aanzegt; ze zijn er tegelijkertijd; de wonden en de vrede. De wonden zijn de tekenen van onze zonden. Want hoe komt Jezus aan die wonden? Probeer eens stil te staan en u te realiseren wanneer en hoe Jezus u het meest irriteert. “Hoezo” zult u zeggen, “wat bedoel je, Jezus is de Zoon van God”. Maar dat is het precies; Zoals St. Petrus ergens zegt: “De gever van al het leven kwam in de wereld, maar jullie hebben Hem gedood”. Jezus,  God onder ons, Emmanuel, het Woord dat vlees geworden is; Hij werd bejubeld, maar aan het eind van de dag kreeg Hij te maken met zo’n gewelddadige krachten dat ze Hem aan een kruis genageld hebben. “Maar dat hebben wij toch niet gedaan”, zullen velen zeggen. Nee, letterlijk hebben wij Jezus niet aan het kruis genageld, maar de vraag is wel of wij, als we er destijds bij geweest waren, zoveel anders gedaan hadden. Of wij zoveel dapperder geweest zouden zijn als de leerlingen die hem allemaal in de steek lieten, of wij zoveel beter begrepen zouden hebben wie Jezus waarlijk was. En als we niet zover terug willen kijken, zien we misschien hoe we ook nu nog wonden slaan door te zondigen tegen onze medemens of tegen onszelf.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Hoe dat ook zij en hoe ieder voor zich daarover denkt; de wonden van Jezus confronteren ons met wie we werkelijk zijn; als het puntje bij paaltje komt; niet alleen lieverds, maar ook zondaars. Dat is ook het punt waar Jezus mij het meest irriteert; als Hij mij, bijvoorbeeld in het tonen van zijn wonden, herinnert aan de wonden die ik zelf maak en dat ik dus ook een zondaar ben, die nood heeft aan barmhartigheid en vergeving. En dat is natuurlijk ook de reden dat onze katholieke Kerk niet gemakkelijk op grote populariteit kan rekenen; omdat zij de wereld onverbloemd blijft voorhouden wat zondig is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar Jezus laat niet alleen zijn wonden zien. Juist niet. Hij begint met het aanzeggen van vrede, dan pas laat Hij zijn wonden zien en dan zegt Hij opnieuw “Vrede zij u”. Ja, wij hebben de Zoon van God vermoord, maar diezelfde Zoon van God komt terug met vergevende liefde! Dat betekent dat er tenslotte “geen zonden bestaan die ons kunnen scheiden van de liefde van God”; zoals Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen. En hier ligt dan ook de kern van het christendom, in het samen bestaan van de wonden van Jezus en de vrede die Hij desondanks aanbiedt. Waren er de wonden alleen, dan was alles voor ons verloren, dan was er alleen de ellende van het geweld en de dood. Was er de vrede alleen, dan zou dat een tot een goedkoop, onwaarachtig en tot niets verplichtend “everybody happy”, leiden. Maar in dit gebeuren van de wonden die er zijn, en de vrede die Christus brengt ligt de grote vreugde van het christendom; dat wij, zondaars, kleine of grote, nooit voor Hem verloren gaan. En daarom mag deze zondag dan ook Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid heten.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vervolgens spreekt Jezus deze woorden; “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” En na dit gezegd te hebben blies Hij over hen en zei hun: “Ontvangt de Heilige Geest”. Van wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, van wie gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Jezus draagt de leerlingen op om die Goddelijke Barmhartigheid, die ultieme vergevingsgezindheid, zoals die door Jezus gebracht werd, door te geven aan de hele wereld. En zo krijgt de Kerk dus die dubbele opdracht; de wereld blijvend herinneren aan datgene wat niet deugt, datgene wat zondig is, en tegelijkertijd de zondige mens niet plat slaan, maar opbeuren en nieuwe kansen geven. Niet 7 maal zoals de apostelen ergens voorstellen, maar 70 maal  7 maal. De opdracht om deze vergevende liefde te verspreiden werd allereerst aan de apostelen gegeven.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De sacramentele vorm ligt daarom logischerwijs bij de bisschop en zijn helpers, de priesters. De Biecht, sinds de zestiger jaren verguisd door een generatie lauwe katholieken die zich, in een doorgeslagen mondigheid, niets meer wenst te laten gezeggen. Dat is eigenlijk heel pijnlijk, want als er één sacrament is waar we niet zonder kunnen, dan is dat juist die vergevende liefde; jezelf niet hoeven te verstoppen achter een masker van schijnheiligheid, niet ’s nachts, alleen in je bed treuren over je misstappen, niet steeds verder verharden ten opzichte van je medemens, maar de wonden in je leven laten verzorgen door de vergevende liefde van God in de Biecht. Maar het zal u duidelijk zijn dat het niet alleen om sacramentele vergeving kan gaan. We hebben allemaal de opdracht om te vergeven. We zeggen het dagelijks in het belangrijkste gebed dat Jezus ons leerde; “Vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven aan onze schuldenaren”. De onderlinge vergeving van mensen is misschien wel net zo belangrijk als de Sacramentele. Want als we alle fouten van onszelf en van onze naasten alleen maar blijven optellen en niets daarvan wegstrepen door het te vergeven, dan komen we terecht in een wereld van haat en zelfhaat. Met andere woorden; vergeven is noodzaak. Wat een rijkdom, de Goddelijke Barmhartigheid, aan ieder van ons gegeven. Wat een geluk, de katholieke Kerk die Gods Barmhartigheid door de tijd draagt. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Do, 14 Mei 2026 07:51:04 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">04e322a88eb834a4a8f7e08b07aa01e0</guid>
    </item>
    <item>
      <title>"Doet dit tot Mijn gedachtenis" Witte Donderdag 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/doet-dit-tot-mijn-gedachtenis-witte-donderdag-2026</link>
      <description>&lt;p class="MsoNormal"&gt;Het is alweer heel wat jaren geleden dat ik mij nog kwaad maakte over het feit dat mijn vrouw, als leerkracht op nota bene een katholieke basisschool, op Witte Donderdag niet naar de avondmis kon, omdat er op school een Goede Doelenmarkt gehouden moest worden. Hoewel goedbedoeld als uitvloeisel van de Vastenaktie; maar Witte Donderdag is geen markt, ook geen Goede Doelenmarkt. En als deze weg naar, wat men noemt, eigentijdse vormen, eenmaal is ingeslagen, valt het te verwachten dat op den duur de hele betekenis verdampt. De school doet inmiddels dan ook niets meer met Witte Donderdag.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;“Gedenk de Sabbath, die moet heilig voor u zijn”: lezen we bij de Tien Geboden. En over het begin van de uittocht uit Egypte horen we in de eerste lezing; “Van geslacht tot geslacht moet ge deze dag, als een eeuwige instelling, vieren.’ Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer”: “Doet dit tot mijn gedachtenis”: zegt Jezus als Hij begint aan zijn Uittocht.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;Gedenken, gedachtenis. Die woorden kunnen bij ons een misverstand oproepen want we zijn daarbij geneigd te denken aan iets uit het verleden. Iets wat we in herinnering roepen, maar wat eigenlijk voorbij is. Dat is niet wat de bijbel verstaat onder “gedachtenis”: Bijbels gedenken betekent dat het verleden hier en nu werkelijkheid wordt. Het gebeurt opnieuw, het is nu aanwezig. Zo betekent bv. “Gedenk de Sabbath” natuurlijk niet dat je er een keer aan terugdenkt. Nee, de Nederlandse vertaling heeft er, deels terecht, ook van gemaakt; “onderhoudt de sabbath”. Voor ons de zondag; maar je moet er iets mee doen. De zondag, de dag des Heren, moet een werkelijkheid voor je worden. Hij moet je losmaken uit de slavernij van Egypte, die symbool staat voor onze drukke werkweek. Even staken, even verwijlen in de ruimte die God ons geeft. Dus “gedenk de Sabbath” betekent nèt iets meer dan “houdt je aan de Sabbath”.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;Jezus viert het Paasmaal met zijn leerlingen. En als Jezus het Paasmaal viert dan gedenkt Hij met zijn leerlingen datgene wat alle Joden gedenken; die laatste maaltijd voor de Uittocht uit Egypte. Voor Jezus is dit gedenken wel akelig dichtbij. Hij voelt in alle rumoer die er inmiddels rond zijn persoon ontstaan is, aan, dat Hij voor een beslissend punt staat op Zijn levensweg. Hij voorziet dat Hij zelf wel eens dat Lam zou kunnen zijn dat de Joden gewoon zijn te slachtten voor de Uittocht die met Pasen herdacht wordt. En zo is het ook gegaan. Jezus heeft in Zijn lijden, sterven en verrijzen de mensheid tot een beslissende bevrijding geleid. Hij heeft ons niet bevrijdt uit de slavernij van Egypte, maar uit de slavernij van zonde en dood. Voorgoed bevrijdt uit de boeien van dit tijdelijke aardse bestaan waarin zonde en dood ons steeds weer naar beneden drukken. Ik meen echt wat ik zeg en tegelijk met dat ik het zeg krijg ik het gevoel dat ik maar amper besef wat het betekent. Want eeuwig leven bij God blijft toch zo’n ondoorgrondelijk iets! Je kunt je dat toch niet voorstellen! En toch. Je moet het geloven, omdat Jezus het zegt. Je kunt het geloven, omdat Jezus het zegt. En je mag het geloven, omdat Jezus het zegt. En zo is de Eucharistie ook zo’n onbegrepen groot feest. “Doen tot Zijn gedachtenis” niet een beetje terugdenken aan vroeger, maar hier en nu binnengaan in dat grote feestmaal; eeuwige geborgenheid, deel uitmaken van Vader, Zoon en Geest. Een mysterie zo groot als het leven zelf.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNormal"&gt;En tot wat voor een levenshouding zou dat besef van eeuwige geborgenheid leiden? Ook daarin gaat Jezus ons voor bij de voetwassing. Me dunkt dat dat verder geen uitleg nodig heeft. &lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt;Tenslotte nog dit: Witte Donderdag de dag van de Eucharistie, is ook een beetje het feest van de priesters. Gisteren is in de St. Jan de Chrismamis gevierd, maar die hoort eigenlijk thuis op deze dag, de ochtend van Witte Donderdag. En in die viering, waarin de heilige oliën gewijd worden, vernieuwen de priesters heel nadrukkelijk hun wijdingsgelofte. En voor ons, niet priesters, is het misschien goed om eens stil te staan bij de bijzondere opgave waarvoor zij getekend hebben. Afzien van de stichting van een gezin en je helemaal geven aan Christus en de Kerk. De priesters zijn daarin voor ons, net als de Eucharistie een teken. Een teken dat het leven met God veel groter is dan onze aardse&lt;span style="mso-spacerun: yes;"&gt;  &lt;/span&gt;gehechtheden en beslommeringen. Laten we God danken dat we Eucharistie mogen vieren en laten we Hem ook danken dat Hij ons daartoe priesters gegeven heeft. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpMiddle"&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p class="MsoNoSpacingCxSpLast"&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Do, 02 Apr 2026 22:28:19 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">05bc1231e3cb4f79b250226f0d36841a</guid>
    </item>
    <item>
      <title>"Het kan wel" 5e zondag 40 dagentijd 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/het-kan-wel-5e-zondag-40-dagentijd-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Degenen die hier elke zondag komen zullen inmiddels wel in de gaten hebben wat voor pareltjes wij elke keer uit het Evangelie te horen krijgen. En wat u mogelijk ook in de gaten hebt is, dat de gebeurtenissen die verhaald worden elke week intenser worden. Twee weken geleden hoorden we het wonderlijke gesprek van Jezus met de Samaritaanse, vorige week een bijna komische vertelling van de genezing van een blindgeborene. En vandaag de apotheose; een dode die ten leven gewekt wordt. Misschien moet ik even toelichten wat ik komisch vond aan het Evangelie van vorige week want in de kern was het natuurlijk bloedserieus. Maar het grappige van het Evangelie was, dat niet zozeer Jezus, maar juist de blindgeborene optreedt als verkondiger van het geloof. Eerst moet hij zijn buren en familie overtuigen; “De mens die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga naar de Siloam en was u. Ik ben er naar toe gegaan, waste mij en kon zien.’ Vervolgens vragen het de Farizeeën die Jezus een zondaar noemen omdat Hij zich niet aan de regels van de sabbath houdt. En dan zegt de blindgeborene; “Of hij een zondaar is, dat weet ik niet. Een ding weet ik wel, dat ik eerst blind was en nu zie”. Prachtig toch hoe hij de kritiek van de Farizeeën pareert! En als ze het dan nog eens voor de derde keer vragen: “Hoe zijn u de ogen geopend?’ dan antwoord de blindgeborene; “Dat heb ik al gezegd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt gij soms ook een leerling worden van die man?” U kunt zich voorstellen dat de Farizeeën witheet aanlopen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie van vandaag is in mijn puberjaren zo’n beetje de oorzaak geweest om de kerk te verlaten. “Dat kan niet!” was mijn stellige overtuiging. “Maak dat de kat maar wijs, maar ik heb meer verstand. Ik houd mij voortaan niet meer bezig met die onzin!” Maar, ik denk dat het komt omdat ik nooit innerlijke vrede kon vinden met mezelf en de wereld; in elk geval ben ik altijd blijven zoeken naar iets dat een waarachtig fundament onder mijn leven zou leggen en uiteindelijk toch weer in een gelovige beweging terecht gekomen. Daar werd mij onder andere verteld dat je de verhalen van Jezus niet letterlijk moest nemen, maar dat het allemaal symbolisch bedoeld is. In eerste instantie was dat voor mij een verademing, maar na enkele jaren ontdekte ik dat ik blij was geweest met een dooie mus.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Want als het allemaal maar symbolisch is, als ik bijvoorbeeld de wonderbare broodvermenigvuldiging alleen moet zien in de geest van: “Als we maar samen delen, dan hebben we allemaal wat”, dan is er destijds toch helemaal niks bijzonders gebeurd. Als het allemaal maar symbolisch is, dan hoeven ze daar toch niet al die Bijbels voor uit te geven, of al die kerken te bouwen. En waarom hangt Jezus dan aan het kruis? Wat heeft het voor nut dat Hij zijn leven geeft? Niet symbolisch, maar echt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het Evangelie van vandaag is weer een pareltje, ik zei het al. Het is in de kern een schokkend verhaal. Zo schokkend dat de mensen in Jezus tijd er eigenlijk geen van allen raad mee wisten. Ze weten inmiddels allemaal wel dat er iets bijzonders aan de hand is met Jezus, dat Hij over bijzondere gaven beschikt. Hij zou de zieke Lazarus wel kunnen genezen. Maar waarom komt Hij niet meteen in actie, waarom loopt Hij nog twee dagen te dralen onder de mysterieuze woorden; “Deze ziekte lijdt niet tot de dood maar is er omwille van Gods heerlijkheid, opdat de Zoon van God er door verheerlijkt moge worden”. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het gebeuren rond de zieke, later dode en opgestane Lazarus is een teken dat tot doel heeft dat de mensen Gods grootheid leren kennen. De opwekking van Lazarus is een onvoorstelbaar krachtig teken waarin God laat zien wie Hij is; sterker dan de dood. “Het kan niet!” zei ik vroeger. Met onze minister president, hoewel het er niets mee te maken heeft, zeg ik vandaag. “Het kan wel!”&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Natuurlijk kan het wel; als God Schepper van hemel en aarde is.  Als God in staat is om uit niets onze prachtige wereld te scheppen, waarom zou Hij dan niet in staat zijn een dode het leven terug te geven? Of weten wij soms beter wat God wel en niet kan? Natuurlijk zouden we dat zelf allemaal dan ook wel eens een keer willen zien. Al is het de vraag hoe we zouden reageren. Want er vindt in dit gebeuren een grote tweedeling plaats. Het Evangelie van vandaag eindigt met de woorden; “Vele Joden die zagen wat Hij gedaan had geloofden in Hem". Maar meteen in de volgende regel van hetzelfde Evangelie wordt door de Sadduceeën en Farizeeën besloten dat Jezus dood moet. En daar zien we geen verzet van al die Joden die getuigen waren van de opwekking van Lazarus.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een ander aandachtspuntje uit het Evangelie. Als Martha Jezus ziet komt ze met een nauwelijks verholen verwijt; “Heer als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn”. Hoe herkenbaar voor ons, toch? Leven wij, bij een zekere tegenspoed niet ook vaak met een soort verwijt? “Waarom hebt U niks gedaan?” Even later herhaalt Maria hetzelfde verwijt aan het adres van Jezus en voor een derde keer doen de critici het nog eens, met nog meer venijn; “Kon Hij die een blinde de ogen opende, niet zorgen dat deze niet stierf?"&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar zullen sommigen zeggen, "Martha getuigt toch zeker wel van haar geloof".  Want zij zegt toch; "Zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.” Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.” Dát, dat de doden verrijzen op de laatste dag, dat is immers een onderdeel van het joodse geloof. Dat gelooft ze wel, maar dat Jezus in staat is om Lazarus nu uit het graf te doen opstaan, dat gelooft ze niet en dat gelooft eigenlijk niemand, totdat ze het met eigen ogen zien. “&lt;strong&gt;Ik ben&lt;/strong&gt; de verrijzenis en het leven, zegt Jezus van zichzelf”. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En het wenen wat Jezus doet is niet allereerst omdat Hij zo’n verdriet heeft over Lazarus, maar vooral omdat die hardnekkige mensheid maar niet wil geloven wie Hij is. En wat kan Hij nog meer doen? Zelf sterven en verrijzen is de laatste optie en dat zal dan ook moeten gebeuren. Dat zal het ultieme teken zijn aan de mensheid; Gods liefde die zover reikt dat Hij Zelf voor ons wil sterven, opdat wij Hem eindelijk zullen kennen. Amen.&lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Ma, 23 Mar 2026 21:12:52 +0100</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">582c6ca3c59afee2772db2dc8423c3fd</guid>
    </item>
    <item>
      <title>"Niets meer te wensen en toch niet gelukkig". 3e zondag Veertigdagentijd A 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/niets-meer-te-wensen-en-toch-niet-gelukkig-3e-zondag-veertigdagentijd-a-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;“Niets meer te wensen en toch niet gelukkig”; aan dat boek van de joodse rabbijn/filosoof Harold Kushner moest ik denken bij het lezen van het Evangelie van vandaag. “Niets meer te wensen en toch niet gelukkig”. Het hele Evangelie van Johannes kent een bijzonder soort taal met vaak meerdere lagen van betekenis. Zo ook het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de bron. Er gebeurt hier nogal het een en ander. Voor de tijd waarin Jezus leefde was Zijn optreden hier revolutionair. Op de eerste plaats worden Samaritanen door de Joden gezien als ketters, die ze met de nek aan kijken. Jezus niet; hij gaat spontaan in gesprek, niet eens met een Samaritaan, maar ook nog eens met een Samaritaanse; met een vrouw dus. Dat het verhaal zich afspeelt bij een bron heeft ook nog weer een extra betekenis; Alleen bijvoorbeeld al omdat water zo van levensbelang is in het gortdroge Midden-Oosten. Maar de ontmoeting tussen een man en een vrouw bij een bron, verwijst voor de Bijbelvaste Jood onmiddellijk naar het huwelijksverbond. Alle grote huwelijken die in de Bijbel beschreven worden zijn immers ontstaan bij een waterput: Jacob vindt er zijn Rachel, Mozes Sipporra en voor Isaac wordt Rebecca gevonden bij een waterbron. Is Jezus hier dan een beetje aan het flirten met die Samaritaanse? In zekere zin wel.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De relatie tussen God en de mens wordt in de Bijbel vaker uitgedrukt als een huwelijksverbond; God is daarin de bruidegom, de mens Zijn bruid. En in deze zin is Jezus, als bruidegom, deze vrouw aan het verleiden tot een huwelijk; niet voor zichzelf, privé, maar om haar terug te brengen bij God. Dat is per slot van rekening de hele missie van Jezus komst in deze wereld; de mensheid bevrijden uit de banden van de dood en haar te brengen tot het eeuwige bruiloftsmaal bij God. En hier zien we dat de Samaritaanse vrouw behoorlijk verdwaald is; vijf mannen heeft ze gehad en ze is nu met de zesde bezig. Dat brengt me even terug bij de titel van dat boek: “Niets meer te wensen en toch niet gelukkig”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En dan horen wij dat gesprek van Jezus met de vrouw over dat water. Het gaat kennelijk over twee verschillende soorten water; het aardse, het materiële, het lichamelijke, dat water waar je nooit genoeg van krijgt en een ander soort water. Misschien mag je zeggen; het geestelijke water. Een totaal ander soort water. Water dat aanzet tot enthousiasme, geestkracht, geloof.  Een soort water waarbij je, als je ervan gedronken hebt, overloopt. Zoals de vrouw onmiddellijk overloopt van enthousiasme en iedereen die het horen wil, gaat vertellen, niet over die waterbron, maar over de bron die Jezus is. En zo borrelt dat water nog steeds op uit die bron; 2000 jaar ononderbroken uit het hart van onze Kerk, de Eucharistie.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Misschien mag ik proberen om het nog wat inzichtelijker te maken. Wij mensen zijn wezens die leven tussen hemel en aarde. Terwijl we ten diepste verlangen naar het hemelse, eeuwige geluk, ligt het aardse voor ons veel meer voor de hand. Het hemelse, het eeuwige geluk is niet direct tastbaar; het bestaat voor de aardse mens enkel als een belofte. Na alles wat we in de Bijbel lezen, en over Jezus weten een heel aannemelijke belofte, maar....., toch nog steeds alleen een belofte. En daar moet je dus in geloven. Als aan Jezus gevraagd wordt wat wij moeten doen, dan is Zijn antwoord; “Te geloven in Degene, die God gezonden heeft.”&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Wij spreken van moeder aarde, moeder, mater, materie, materialisme. Materie is alles wat op aarde te vinden is; datgene wat we zien en proeven en aan kunnen raken. En het grote gevaar voor een mens die de Schepper niet herkent, die God niet kent, het grote gevaar voor die mensen is, dat ze denken dat ze hun geluk alleen kunnen vinden in het aardse, in die materie. Dus als ze zich niet echt gelukkig voelen, duiken ze nog dieper in de materie, raken toch weer gefrustreerd en kunnen dan alleen bedenken, dat ze nog meer of misschien heel andere materie nodig hebben om gelukkig te worden. Zij drinken gulzig van het water waar ze steeds opnieuw dorst van krijgen. "Ze hebben vijf mannen gehad". “Niets meer te wensen en toch niet gelukkig”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar wat is dan toch dat levende water waar Jezus het over heeft? Dàt levende water heeft vele namen: de verzoening met God, het kindschap van God, het eeuwige leven, de heilige Geest die in je leeft, de heilig makende genade, de verlossing. Door het leven schenkende water van het doopsel hebben wij dit alles al ontvangen en zijn we kinderen van God geworden. Geliefd door de Vader die over ons waakt. “Wees maar niet bang”, in Hem zijn wij veilig wat er ook gebeurt. Is er iets aards, iets materieels te bedenken dat belangrijker is dan dat?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Laten we dan, in onze opgang naar Pasen, extra moeite doen om verbonden te raken of te blijven met die levende bron die Jezus Christus is. Laten we met Hem meetrekken door de ultieme angst, de dood, heen, voorgoed bevrijdt van alle angsten die ons terug zouden werpen in de materie. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Zo, 08 Mar 2026 21:13:20 +0100</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">f1300083972953dfa0545a461e89a90f</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Zout der aarde? 5e zondag dhjr. A 2025</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/zout-der-aarde-5e-zondag-dhjr-a-2025</link>
      <description>&lt;p&gt;Meteen na de zaligsprekingen die we vorige week in het Evangelie hoorden, zegt Jezus tot degenen die Hem gevolgd zijn, en over hun hoofden heen dus tot ons; “Gij zijt het zout der aarde”. Omdat deze uitspraak onmiddellijk volgt op de zaligsprekingen moeten we die twee zaken niet van elkaar losmaken. Wat Jezus duidelijk wil maken met de beelden van zout, licht en de stad op de berg is dat zijn volgelingen een voorbeeldfunctie hebben. Maar deze voorbeeldfunctie wordt alleen effectief in de mate dat de zaligsprekingen daadwerkelijk beleefd worden. Wij zijn het zout der aarde, het licht der wereld in de mate waarin wij behoren tot degenen die arm van geest zijn, als wij in onze wereld redenen zien om te treuren, als wij barmhartig zijn, zuiver van hart, als wij hongeren en dorsten naar gerechtigheid, en als wij eventuele vervolging om onze relatie met Christus niet schuwen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De beelden die Jezus gebruikt om te laten zien hoe zijn leerlingen in het leven moeten staan zijn eenvoudig en duidelijk; ze moeten zijn als zout, licht en een stad op de berg. En die beelden hebben een krachtige, gemeenschappelijke verwijzing; zij verwijzen alle drie naar iets anders dan naar zichzelf. Het zout is er niet voor zichzelf, maar om smaak te geven aan andere spijzen. Het licht is er niet voor zichzelf, maar om de omgeving in het licht te zetten. Een stad op een berg had in Jezus’ tijd een beetje een soort functie als GPS. Mensen die op reis waren konden zich eraan oriënteren. Zout, licht en de stad op de berg staan dus ten dienste van iets anders dan zichzelf en dat zou ook de houding moeten zijn van mensen die leven volgens de zaligsprekingen; echte christenen zijn niet voortdurend uit op eigenbelang maar staan in dienst van God en mensen. Zij waaien ook niet voortdurend mee met elke nieuwe hype maar zoeken de geboden van God consequent te onderhouden. Zij gehoorzamen Hem ook wanneer Hij zegt, bij monde van de profeet Jesaja bijvoorbeeld; “Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwerver in huis, kleed de naakten die ge ziet en keer u niet af van uw medemens. Dan zal uw licht stralen als de dageraad”. Jezus kende deze passage uit joodse heilige Schrift natuurlijk heel goed en Hij moet eraan gedacht hebben toen Hij zelf sprak over hen die leven volgens de zaligsprekingen;  “Zo moet uw licht stralen voor het oog van de mensen”. Niet tot onze eigen eer en glorie, moet dat licht stralen, maar, zoals het Evangelie besluit: “opdat de mensen uw Vader verheerlijken die in de hemel is”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Al met al is het toch wel een confronterend geheel. Want doen wij, doe ik, als christen wel zo heel veel anders dan andere mensen? Oh jawel, wij bidden regelmatig, wij zullen sommige elementen van de zaligsprekingen ook zeker wel beleven, maar toch, als het gaat om ons brood echt te delen? Ach, we geven soms wel een paar centen van wat we over hebben, maar echt delen? Naakten om te kleden zijn er niet, maar onze kapitalistische wereldorde maakt toch wel dat er onverdraagbare verschillen zijn in rijkdom en armoede. Kan ik daar wat aan doen? Niet zo gemakkelijk, maar doe ik alles wat ik wel kan? Zijn we in het licht van de zaligsprekingen, voldoende radicaal christelijk, om door de wereld gezien en geproefd te worden als licht en zout? Of hobbelen we gewoon een beetje mee met de gemiddelde orde van de wereld: lauwe christenen die zich een beetje in slaap sussen met de gedachte; “ach, we doen het zo slecht nog niet”. Nee, inderdaad, zo slecht doen we het niet, maar kan het, als we eerlijk zijn, toch ook niet nog veel beter?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Wat helpen kan, is, dat we onze eindbestemming voldoende voor de geest houden; en die eindbestemming is eeuwig leven, eeuwig geluk bij God. Dit leven, deze privileges, deze welvaart, deze gezondheid, deze status, alles waar wij ons aan vastklampen, dit tijdelijke verblijf op aarde, is niet alles waar het leven om draait. Nee, onze eindbestemming is iets, of Iemand anders, zoals we bij elk levenseinde zingen; “Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf. Wij leven en sterven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe”. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Wo, 11 Feb 2026 21:16:26 +0100</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">1fd08857b20bb43d84213e7ad064ddb3</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Kerk wereldwijd</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/slechte-bijbelkenners-zoals-wij-katholieken-gemiddeld-toch</link>
      <description>&lt;p&gt;Slechte Bijbelkenners, zoals wij katholieken gemiddeld toch altijd nog zijn, zullen het vreemde vertelsel over het land van Naftali en Zebulon, maar gauw overslaan en verder lezen over het grote licht dat is opgegaan. Want dan weten we weer waar het over gaat; het grote licht van Christus en de komst van het Rijk der Hemelen. Nou wil ik mijzelf zeker niet poneren als een bovengemiddelde katholiek en bijbelkenner, maar als je zo een preek mag voorbereiden, dan wordt je wel een beetje verplicht om je erin te verdiepen. En zo leerde ik dat Zebulon en Naftali in de oudheid twee stukken land waren die, net als de andere gebieden daar, vernoemd waren naar de 12 zonen van de aartsvader Jacob. De 12 stammen die het volk Israël vormden. Maar Zebulon en Naftali lagen in een grensgebied in het noorden. En door buitenlandse invloeden en deportaties waren zij weggedreven van de kern van het joodse volk en de Tempel in Jerusalem. Daarover hoorden wij Jesaja spreken in de eerste lezing; “In het verleden is er oneer gebracht over het land Zebulon en over het land Náftali”, maar in de toekomst wordt er eer gebracht aan de zeeroute, de overkant van de Jordaan en het Galilea van de heidenen”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;In het Evangelie horen we dat terugkomen. Want precies daar begint Jezus zijn prediking; “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij”. Als wij Jezus zo horen spreken denken we vooral in spirituele categoriën, maar voor de Jood en was de komst van het koninkrijk heel concreet. Hun hoogste verwachting van de komst van de Messias lag daarin, dat de 12 stammen van Jacob weer verenigd zouden worden tot één groot volk. En daarom worden die twee afdwalers, Zebulon en Naftali, hier specifiek genoemd. Dat is immers wat Jezus zich ten doel stelt; alle volken te verenigen en thuis te brengen bij de ene God. Daarom begint Hij zijn openbare optreden hier in het grensgebied, het Galilea van de heidenen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Als we het leven van Jezus goed bekijken zien wij dat Hij geboren is in een stal, een plek waar de dieren thuishoren. Hij wordt gelegd in een kribbe, daar waar men het voedsel van de dieren deponeert. Lager kan niet voor mensen. De volkse verbeelding heeft de stal waarin Jezus geboren werd zelfs voorgesteld als een grot. Ook die suggereert laagte en diepte. Het is alsof de Zoon van God bij zijn komst in de wereld zo laag mogelijk wilde neerdalen, tot bij de dieren in de donkere diepte van de aarde. En dat terwijl wij door heel de geschiedenis heen, God juist spontaan associëren met hoogte. Met de bergen, hoger nog, met de hemel. Als God tot ons komt in de kerstnacht geeft Hij blijk van een ondubbelzinnige voorkeur voor de laagte, symbool voor wat klein, onaanzienlijk is, geminacht en misprezen wordt. Dat patroon zet zich voort als we zien welke mensen het eerst bij het goddelijk kind op bezoek komen; onaanzienlijke, arme woestijnherders en niet-joodse wijzen uit het oosten, heidenen, voor wie de weldenkende joden een diepe minachting hebben. Jezus laat zich dopen in de Jordaan; die ligt ongeveer 350 meter onder de zeespiegel. Het is de laagst gelegen regio van de hele aardbol. En de merkwaardige keuze van de Zoon van God manifesteert zich opnieuw als Hij besluit zich te laten omringen door een twaalftal beperkte volgelingen. Daarvoor wendt Hij zich niet tot de hogere kringen van religieuze gezagsdragers zoals de priesters, hogepriesters, Farizeën of Essenen, ook niet tot de machtige Romeinen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nee, Hij gaat het zoeken bij arme landarbeiders, eenvoudige vissers, niet in het machtcentrum Jerusalem, maar in het verloren land van Zebulon en Naftali, het Galilea van de heidenen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;“Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen”;&lt;br&gt;dat is de houding waarmee Jezus Zijn grote dienstwerk begint&lt;br&gt;en alle mensen, alle volkeren van de wereld wil verenigen&lt;br&gt;en terugbrengen bij Zijn Vader, onze Vader, de ene God.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Dat is ook de houding waartoe Hij ons oproept als Hij zegt; “Kom en volg Mij”.&lt;br&gt;Die dienst aan God en mens heeft Hem als het ware uiteengetrokken aan het kruis.&lt;br&gt;Eén hand uitgestrekt naar de Vader, de andere naar ons.&lt;br&gt;Biddend, zoals de Evangelist Johannes het zegt;&lt;br&gt;“Mogen allen één zijn, Vader, zoals Gij in mij bent en ik in U ben”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar het blijft mensenwerk. We lezen in de brief van Paulus dat er al grote verdeeldheid heerst, ook in de jonge Kerk;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;“Dit bedoel ik, dat ieder van u zegt: “Ik ben van Paulus”,&lt;br&gt;“Ik van Apollos”, “Ik van Kefas”, “Ik van Christus”.&lt;br&gt;Is Christus dan in stukken verdeeld?”&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Is Christus dan in stukken verdeeld? Dat kan hij ook gerust tegen ons zeggen want ook wij hebben zo onze voorkeuren voor deze of gene priester, voor deze of gene bisschop, voor dit of dat gezang. Maar er is er maar Een hier in ons midden die dezelfde blijft, gisteren, vandaag en morgen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Hij stelt zich steeds opnieuw present in de heilige Eucharistie, waarin we eten van dat ene Lichaam dat ons tweeduizend jaar bij elkaar gehouden heeft.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Kerk wereldwijd; Kerk, waarin alle mensen, rassen en standen, gelijkwaardig (niet gelijk maar gelijkwaardig) en welkom zijn. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Ma, 26 Jan 2026 19:59:34 +0100</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">5482d757cdf523700910b8c65b71f5e7</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Bevrijd uit de slavernij. Doop van de Heer A jaar 2026</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/bevrijd-uit-de-slavernij-doop-van-de-heer-a-jaar-2026</link>
      <description>&lt;p&gt;Bij de voorbereiding van jonge ouders op het Doopsel van hun kindje  stel ik altijd een beetje een gemene vraag. Nou, echt gemeen is het natuurlijk niet, het is meer om een soort schokeffect teweeg te brengen waarmee zij zich realiseren dat het Doopsel niet zomaar een vanzelfsprekend symbool is, maar dat het geworteld is in het leven. Ik laat ze nooit lang zwemmen want ik weet van te voren dat ze het antwoord dat ik zoek, nooit zullen geven. De vraag is; hoe zijn de mensen er ooit toe gekomen om te dopen met water? Waarom dat hele doopritueel? Waarom niet gewoon een kruisje of een ander teken? In de beste gevallen geven de ouders een antwoord in de zin van “Water reinigt, wast schoon”. Of; Johannes de Doper riep daarmee op tot bekering. Maar dan nog: hoe is hij ertoe gekomen om te dopen? Die vraag brengt ons terug bij de meest fundamentele ervaring van het Joodse volk; de Uittocht uit Egypte, meer precies; de doortocht door de Rode Zee. Dáár ligt de kiem van wat later ons Doopsel geworden is. Want hier wordt het volk opgeroepen om, onder de bescherming van Gods machtige hand het onmogelijke te doen; door het water heen te trekken, de vrijheid tegemoet, bevrijding uit de slavernij van Egypte. Ook al hebben ze daarna nog heel wat beproeving te doorstaan in de woestijn. Wellicht niet toevallig dat Jezus ook meteen na zijn Doop, zoals het Evangelie zegt; “door de Geest de woestijn wordt ingedreven” om daar “door de duivel op de proef gesteld te worden”. Als Johannes de Doper begint met zijn doopsel is dat dus niet iets wat hij zomaar zelf verzonnen heeft . Hij wil het ontspoorde volk terugbrengen bij haar gelovige wortels; die doortocht door de Rode Zee, die fundamentele ervaring van Gods reddende aanwezigheid. &lt;em&gt;“Herinner je toch hoe God ons volk bevrijd heeft, keer je om van de goddeloosheid, maak een nieuwe Exodus en trek opnieuw door het water”. Dat water is dan nu de Jordaan". &lt;/em&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar dan het Doopsel van Jezus. Dat is zoveel meer. En Johannes de Doper weet dat; &lt;em&gt;“Hij komt dopen met de heilige Geest en met vuur”&lt;/em&gt;. De Doop van de Heer is zó rijk dat alle aspecten van onze geloofsbelijdenis er als het ware in samenkomen. In het Evangelie van vandaag zien we allereerst de openbaring van de Goddelijke Drie-eenheid; de Vader wijst Zijn veelgeliefde Zoon aan, w&lt;em&gt;are God uit de ware God, één in wezen met de Vader. En de Heilige Geest, die voortkomt uit de Vader en de Zoon,&lt;/em&gt; daalt neer uit de hemel in de gedaante van een duif. In het mysterie van het Doopsel van de Heer zien we hoe de hemel, waar God woont, zich opnieuw opent en Zijn scheppende Geest laat neerdalen. Zoals in de Schepping van de aarde, zweeft ook nu de “Geest van God over de wateren”. Het Doopsel van De Heer is een nieuwe schepping, een schepping die veel verder gaat dan de eerste schepping. Een schepping waar God zich volledig laat onderdompelen in het water van deze wereld: Hij is zélf uit de hemel neergedaald en mens geworden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De symboliek van water komt inderdaad goed tot uitdrukking in haar reinigende en zuiverende kracht: water maakt schoon wat bezoedeld is. En wij weten dat geen mens leeft zonder de smet van de zonde. Daarom precies, om ons te bevrijden van de slavernij van de zonde, heeft God ons Zijn eigen Zoon gezonden. Waar het bij de uittocht nog ging om bevrijding uit de slavernij van Egypte, gaat het bij ons Doopsel om iets fundamenteels; bevrijding uit de slavernij van zonde en dood. Onze geloofsbelijdenis zegt dan: &lt;em&gt;Hij is voor ons mensen, en omwille van ons heil mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd.&lt;/em&gt; En Christus deed dat om onze zonden op zich te nemen: “Hij die geen zonde heeft gekend” , mengt zich onder onder de zondaars en laat zich, zoals zij, door Johannes dopen, als voorafbeelding van Zijn dood en opstanding.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Maar met al deze symboliek rond het Doopsel, zouden we kunnen vergeten dat het in ons geloof niet louter  om symbolen gaat. Wij belijden dat &lt;em&gt;Christus geleden heeft onder Pontius Pilatus&lt;/em&gt;, en het Evangelie vermeldt ook dat Johannes doopte &lt;em&gt;“in het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd van Judea was”. &lt;/em&gt;Ons geloof is dus gebaseerd op  historische feiten, op waarheden die in de objectieve werkelijkheid bestaan, los van gevoelsmatige belevingen. Anderzijds is het ook waar dat Gods openbaring pas vruchtbaar wordt, als wij haar tot een bewust deel maken van ons leven. Het mysterie van vandaag gaat dus  over ons; wij die geloven dat wij door het éne Doopsel &lt;em&gt;vergeving van zonden verkrijgen en opstanding van de doden: &lt;/em&gt; &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vandaag vieren wij  het Mysterie van het éne Doopsel, maar ook van het éne geloof dat sinds de eerste Apostelen onveranderlijk werd doorgegeven tot nu toe. In de neerdaling van de Heilige Geest wordt zo ook al het Mysterie van Pinksteren aangekondigd, waar de Kerk en wij dus, onze wezenlijke zending ontvangen; In de Geest van Christus licht te zijn voor deze wereld. Vandaag zullen enkele jonge mensen hun eerste stappen zetten in die richting, en dat vraagt van ons wij hen ondersteunen met gebed en hen tot voorbeeld zijn als gedoopte, geliefde kinderen van God. Amen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Vr, 16 Jan 2026 17:38:36 +0100</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">a80f8ba6eb724a4f3f4340d1dbaddcd5</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Met Hem in het paradijs. Christus Koning 2025</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/met-hem-in-het-paradijs-christus-koning-2025</link>
      <description>&lt;p&gt;Volgende week vieren we met de eerste zondag van de Advent het nieuwe kerkelijk jaar, vandaag dus het slotakkoord van het voorbije jaar: Christus Koning. Mooi zullen sommigen zeggen, mooi dat Christus Koning is, maar wat heb ik daar eigenlijk aan? Nou, heel veel eigenlijk. Misschien is niet iedereen enthousiast over het beeld van Christus als Koning omdat we dan te zeer te kampen hebben met beelden van de aardse, politieke koningen. Onze eigen koning is redelijk geliefd maar echt een regerende vorst is hij natuurlijk niet. Een koning in de eigenlijke betekenis van het woord, is iemand die leiding geeft, iemand die zaken ordent en gericht is op het goede voor iedereen. Neem bijvoorbeeld de dirigent van een orkest; hij maakt zelf geen geluid, maar hij stuurt de muzikanten aan. Hij ordent de muziek zo dat er een mooie symfonie ontstaat. Richting geven, ordenen zodat elk instrument tot zijn recht komt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Bij ons doopsel zijn we allemaal gezalfd tot een drieledige opdracht; priester te zijn, profeet te zijn en koning. Koning dienen we dus te zijn, allereerst over ons eigen leven. Wij hebben immers allemaal te stoeien met een wirwar aan gedachten, gevoelens, strevingen en verwachtingen. Onze ziel heeft koninklijke sturing nodig om daar orde en richting in aan te brengen. En alleen in zoverre we koning zijn over al die tegenstrijdige bewegingen in onszelf, kunnen we onze koninklijke opdracht ten aanzien van onze omgeving vervullen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Voordat we naar Jezus gaan wil ik de blik richten op de koningen van het Oude Testament. Want koningen spelen daarin een heel grote rol. De eerste, die dan wel niet de naam van “Koning”, draagt, maar toch wel een belangrijke koninklijke rol gespeeld heeft, dat is natuurlijk Abraham; vader van vele volken, vader van jodendom, christendom en islam. De meest in het oog springende eigenschap van deze koning is dat hij kon te luisteren en gehoorzamen. Gehoorzamen aan de stem van God, ook toen Hij de meest onmogelijke dingen van hem vroeg; Zijn land en stam achter zich te laten (wat in die tijd zoiets was als zelfmoord) en zijn meest geliefde zoon Isaac te offeren. Benjamin Franklin, één van de stichters van Amerika, heeft eens gezegd dat degene die niet kan gehoorzamen, ook geen leiding kan geven. En het is dus ook een eigenschap van alle koningen uit het oude Testament, dat ze kunnen gehoorzamen aan Gods stem.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een andere belangrijke koning is koning David. Koning David was vooral een strijder. Hij overwon de reus Goliath en de Fillistijnen en versloeg allerlei andere volken die een bedreiging vormden voor het Godsvolk.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nog een belangrijke koning uit het oude Verbond is koning Salomon. Hij bouwde het huis van God, de tempel van Jerusalem en verder staat hij vooral bekend om zijn grote wijsheid. Exemplarisch daarvoor is natuurlijk het beroemde Salomonsoordeel.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En dan hebben we de drie belangrijkste eigenschappen van de Bijbelse koningen gehad;&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
    &lt;li&gt;het zijn allemaal strijders, ze vechten voor hun volk&lt;/li&gt;
    &lt;li&gt;ze luisteren en gehoorzamen aan de stem van God&lt;/li&gt;
    &lt;li&gt;en ze beschikken over een grote mate van wijsheid.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;En kijken we nu dan naar Jezus dan zien we des te beter waarom Hij Koning genoemd wordt. Want:
&lt;ul&gt;
&lt;li&gt;Een strijder was Hij. Overal waar Hij kwam streed Jezus. Niet tegen legers of tegen mensen, maar tegen het kwaad.&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;Luisteren en gehoorzamen? Tot in Zijn laatste ademtocht aan het kruis.  “Vader niet mijn wil geschiede, maar Uw wil”.&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;Wijs? Als geen ander! Bijvoorbeeld; “Wie zonder zonden is werpe de eerste steen”. Of: “Haal eerst de balk uit je eigen oog, dan zie je misschien scherp genoeg om de splinter uit het oog van de ander te halen”. Enzovoorts enzovoorts.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;Zo moeten ook wij allemaal koning zijn van ons eigen leven. En het is misschien goed om zo eens over die oudtestamentische beelden van het koningschap na te denken. Zijn wij die dappere strijders die ons niet te gauw overgeven aan de verleidingen? Luisteren wij naar de stem van God, of toch liever naar onszelf? Zijn we wijs genoeg om ons leven te zien vanuit het perspectief van het goddelijke?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;In het Evangelie wat we zojuist hoorden zet Jezus de kroon op zijn koningschap. Voor de laatste keer weerspreekt hij de stem van de duivel die Hem aan het begin van Zijn openbare leven ook al beproefd had in de woestijn:  “Spring dan van die toren af, dan komen uw engelen U toch redden?”,  Hier is het bij monde van die misdadiger; “Als gij Koning zijt, red dan uzelf en ons”. Oftewel “Luister niet naar God maar wees je eigen god”. Het is die oerdrift al vanuit het Scheppingsverhaal; “Eet maar gerust van die vrucht want je zult helemaal niet sterven”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De twee misdadigers die met Jezus gekruisigd werden, zetten ook ons voor de keuze; Praten we met de ongelovige mee: “Kom van het kruis af en red uzelf en ons.” Want vinden we soms ook niet dat Jezus maar eens moet komen; om onze ziekte te genezen, onze dierbaren van de dood te redden of ons uit wat voor nood ook te komen bevrijden? En scheelt het soms niet eens veel of we zijn boos op God, omdat dan niet gebeurt wat wij willen? Ofwel zijn we meer als die andere misdadiger, die vanuit zijn diepste ellende nog kan zeggen; “Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw koninkrijk gekomen zijt”. Als enige in dit hele gebeuren erkent deze misdadiger het feit dat Christus Koning is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;En hij zegt ons iets heel belangrijks; dat aan zijn ellende niet te ontkomen valt, maar dat die ellende niet het laatste woord hoeft te hebben als we erkennen dat Christus Koning is. Ook wij ontkomen immers niet aan de ups en downs van dit aardse leven en eens gaan we allemaal. Maar we kunnen wel op Jezus blijven vertrouwen en Hem vragen om aan ons te denken als Hij in Zijn koninkrijk gekomen is. Met andere woorden; vertrouwen wij ons toe, door alle wederwaardigheden van het leven heen, aan Christus die onze Koning is. Daarmee zullen we niet elk kruis in ons leven kunnen ontlopen, maar tenslotte wel met Hem zijn in het paradijs. Amen.&lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Zo, 23 Nov 2025 20:54:21 +0100</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">c9494bb63cc06d9a993df5de431ba377</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Bidden? 29ste zondag dhjr. C 2025</title>
      <link>https://groterdanonshart.nl/bidden-29ste-zondag-dhjr-c-2025</link>
      <description>&lt;p&gt;Het is niet de enige keer in het Evangelie, dat Jezus de apostelen, en daarmee ons; aanspoort om te bidden en om het gebed nooit op te geven. En natuurlijk moeten we dat dan ook doen. Bidden en nooit ophouden met bidden. “Vraagt en u zal gegeven worden”; zegt Jezus in het Matheüs-Evanglie. Ook Jezus zelf bidt bij alle belangrijke momenten in Zijn leven. Op talloze plekken in de Bijbel zien we dat gebed krachtiger is dan alle andere menselijke ondernemingen. Zo ook vandaag in de eerste lezing. Zolang Mozes zich in gebedshouding tot God richt, is het leger aan de winnende hand, laat hij zijn armen zakken, dan gaat het de verkeerde kant uit. Maar niet alleen in de Bijbel, ook in onze eigen omgeving kunnen we talloze getuigenissen beluisteren van mensen die een persoonlijke gebedsverhoring hebben gehad.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het is mooi als mensen zo’n duidelijke ervaring hebben. Maar ik moet u iets bekennen; Zelf heb ik nog nooit iets meegemaakt wat op een gebedsverhoring lijkt. Heb ik dan te weinig gebeden? Heb ik misschien verkeerd gebeden? “Vraagt en u zal gegeven worden;” zegt Jezus. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit op die manier gekregen heb waar ik voor gebeden had”.  Nee, dat ik kreeg waarvoor ik gebeden heb, dat is me nooit overkomen, maar wel heb ik altijd veel méér gekregen dan waar ik voor gebeden heb.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het is best lastig om goed over gebed te spreken, want het is allemaal heel persoonlijk. Vroeger baden wij thuis “den Engel des Heren”. Dat ging zo snel dat we alleen wisten welke geluiden we erbij moesten maken, maar niet of nauwelijks wat er eigenlijk gezegd werd. En ook mijn moeder, die dan voorbad, moest helemaal opnieuw beginnen als ze even afgeleid was. Ik heb daar in mijn tienertijd natuurlijk kritische kanttekeningen bij gezet "Als je het zo doet, kun je net zo goed niet bidden!", maar achteraf besefte ik; “Er werd tenminste wel gebeden, voordat de maaltijd aangevallen werd”. Er werd wel even die link gelegd naar Hem, van wie we het allemaal gekregen hebben, wat er misschien ook op de vorm mocht zijn aan te merken. Of ik denk aan de buurman, die steevast, in een plechtige stilte, met zijn mes een kruis tekende over elk nieuw brood dat hij aansneed. Even die link met de Schepper.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een ander voorval dat op mijn netvlies gebrand staat; Ik was net een paar maanden diaken en als zodanig bezocht ik een stervende vrouw. Haar man zat aan haar bed met een Mariabeeldje en een kaarsje te bidden en hij zei dat ik dat ook moest doen want dan zou zijn vrouw wel beter worden. Maar de mevrouw in kwestie had vergevorderde leverkanker en zag helemaal geel. Zij stond echt op de drempel van de dood. En natuurlijk, je mag altijd in een wonder geloven, maar als dat dan niet gebeurt, heb je dan niet goed gebeden? Je kunt het ook gebruiken als dooddoener; “Bidt er maar goed voor”. Het was eigenlijk heel zielig want man en vrouw zaten ieder in eenzaamheid te bidden voor beterschap die uitbleef. Het woord “afscheid”, mocht beslist niet gezegd worden. De man heeft gebeden voor wat hij waard was, maar daarna is hij zijn vrouw en God verloren.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Zal ik eens iets geks vertellen; Mijn persoonlijke, spontane gebed is vrijwel nooit iets anders dan een dankgebed. In de vaste gebeden natuurlijk wel, het Onze Vader, de psalmen, dat zijn gebeden waar je iets in vraagt, maar spontaan, eigen gebed, is bij mij vrijwel altijd een dankgebed. Zoals bijvoorbeeld aan tafel; “Goede God ik dank u voor deze dag, voor onze lieve kindjes en voor het eten dat op tafel staat.” Inmiddels zeg ik niet meer “onze lieve kindjes” want daar zijn ze ondertussen te groot voor.  Nog iets wat ik zelf achteraf ook heel vreemd gevonden heb; Toen ik jaren geleden een heftige leverziekte had, met doodsangsten en al, heb ik helemaal niet gebeden. Ik was zo beroerd, dat ik helemaal vergat om te bidden. Maar God heeft mij er doorheen getrokken en toen ik weer beter was, ben ik weer gaan bidden; uiteraard weer een dankgebed, duizend maal dank!. Nog een voorbeeld; tijdens ons huwelijk hebben wij nooit specifiek gebeden voor een gelukkig huwelijk, maar ondertussen weet ik heel zeker, dat wij nooit zo’n gelukkig en stabiel huwelijk gehad zou hebben, als wij samen niet waren blijven bidden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Wat is dan bidden? Bidden is in levend contact staan met God. Dat is niet per se het opzeggen van Wees Gegroetjes en Onze Vaders, dat kan ook, maar bidden kan ook met eigen woorden; vragen, danken, of alleen maar verwijlen in contact met Hem die jouw Schepper is, schuilen in Zijn machtige armen, innerlijk rust vinden in Hem. Vertrouwvol leven, dat is bidden. Dan mag je vragen om goede dingen, maar je moet niet concluderen dat de Vader je vergeten is als je niet onmiddellijk je zin krijgt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nog iets waarom ik eigenlijk alleen maar dank; God kent toch mijn hart? Hij weet wat er in mij omgaat. Onze Vader weet eerder wat ik nodig heb dan dat ik dat zelf weet, dan hoef ik Hem dat toch niet meer te vragen? Ik weet het, het lijkt in tegenspraak met Jezus’ oproep en misschien doe ik het wel verkeerd, maar zo zit ik er in.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Nog een ding en dan ga ik dit warrig verhaal besluiten. Het is belangrijk om een vaste routine in te bouwen voor momenten van gebed. Met alleen spontaan gebed redt je het niet. Je moet kiezen voor een zekere routine, je moet jezelf ertoe dwingen om een  bepaalde regelmaat in te bouwen. Het getijdengebed is daarvoor een prachtig middel. Vaste tijden, vaste gebeden waarvan je weet dat de hele Kerk die met je meebidt. Maar als je daar niet aan toekomt; houdt in elk geval de zondagsmis in ere. Ik houd er niet van om te roepen dat het een zondagsplicht is, maar de intentie om de draad met God niet los te laten, vooral op die momenten dat je er helemaal geen zin in hebt, die kan je leven redden. Immers, als niets in je leven nog zeker is; Hij die Is, zal er Zijn. Maar dan moet jij Hem de kans geven. Amen.&lt;/p&gt;</description>
      <pubDate>Ma, 20 Okt 2025 08:14:58 +0200</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">0a60cd090d8ccf50448a33a0b3104b10</guid>
    </item>
  </channel>
</rss>
