Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

26 Februari 2025

"Ietsje meer?" 7e zondag dhjr. C 2025

Mag het ietsje meer zijn? Dat hoorde je vroeger regelmatig in de winkel, als je gesneden vlees besteld had.
Mag het ietsje meer zijn? Dat riepen de lezingen vandaag ook in mij op. Mag men aan een christen iets meer vragen dan aan mensen die geen weet hebben van Christus? Mag men aan mij wat meer vragen dan aan een ander? Want daar gaat het vandaag over. Jezus zet zijn gedachten uiteen over een leefbare wereld
en Hij vraagt ons nadrukkelijk om daarvoor iets meer te doen dan het gewone. En het is zo eenvoudig om dàt te begrijpen. Want natúúrlijk verandert er alleen iets in onze wereld als er mensen zijn die nèt iets meer doen, dan wat iedereen vanzelf al doet. Mensen die inderdaad proberen om op een ongewone manier met elkaar om te gaan; ongewoon in de zin van tegengesteld aan wat we allemaal zo gewoon vinden; bedankt te worden als je iets goed doet, terug te slaan als je geslagen wordt, terugeisen als er iets van je gestolen is, je vijand te grazen nemen als je de kans krijgt, iemand een hak zetten die jou niet goed behandeld heeft, enzovoorts en enzovoorts. Die dingen gebeuren dagelijks onder ons. In de eerste lezing zijn we getuigen van een heroïsch voorbeeld. Saul zit met een heel leger achter David aan om hem te vermoorden.
Maar als hij dan ligt te slapen en David de kans krijgt om Saul met zijn eigen lans te doorsteken, doet Hij dat niet. Hij neemt de lans weg en laat die later vanaf een veilige plek aan Saul zien.

 “Tot u die naar mij luistert…… zeg ik”: zegt Jezus. “Tot u die naar mij luistert”. Jezus roept niet zomaar wat in de wilde weg; nee, Hij kiest zijn mensen uit. Hij spreekt alleen diegenen aan die hebben laten zien dat ze naar Hem willen luisteren. Anders gezegd, dit alles wat Jezus vraagt, vraagt Hij om te beginnen alleen aan mensen die Hem kennen, aan ons. Jezus weet wel dat het een bepaalde instelling vraagt om Hem te begrijpen. En Hij begrijpt ook dat mensen die geen boodschap aan Hem hebben Zijn woorden als waanzin zullen verwerpen. “Maar aan jullie, jullie die mijn vrienden zijn, jullie die naar Mij luisteren”. Sterker nog, aan ons, mensen die gedoopt zijn in de geest van Christus, één geworden met Hem in de Eucharistie; aan ons, in wie Christus zelf leeft; aan ons durft Hij dit alles te vragen…..” En waarom vraagt Hij dat aan ons?
Omdat wij bedoeld zijn om, net als Hij, lief te hebben zoals God zelf liefheeft. En Jezus predikt niet alleen een onbereikbare moraal, Hij heeft die zelf in daden omgezet. Hij heeft zich laten bespuwen, Hij heeft zich een doornkroon op laten zetten, Hij heeft zich laten geselen, Hij heeft zich zelfs laten doden.

Misschien is het goed om een kleine duiding te geven bij dat “bemint uw vijand”. In het Hebreeuws kent het woord “beminnen of liefhebben” verschillende naamvallen en verschillende nuances. Zo betekent “God beminnen” toch nog iets anders dan “je vijand beminnen”, ook al zijn het dezelfde woorden in het Nederlands. Als Jezus ons vraagt om onze vijand te beminnen, dan vraagt Hij ons om op-bouwend met die vijand te leven. Proberen om tegen je gevoel in goede daden  te stellen. Jezus vraagt ons niet om een onmogelijk gevoel van genegenheid te hebben voor die vijand maar om desondanks goed te doen aan hem.
Doorbreken van de cirkel van geweld, het goede voor de ander willen, ook al vind je hem of haar misschien helemaal niet zo aardig. En dat kan altijd, tenminste, als je niet steeds je eigen gevoel voorrang geeft, maar probeert te reageren in de geest van Christus. “Vader vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen”. Het is een veeleisend Evangelie maar er is ook geen speld tussen te krijgen. „Als gij bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan?" Hoe ieder van ons de vragen van Jezus in zijn of haar concrete leven moet vertalen dat kan ik natuurlijk niet zeggen,  maar de strekking van zijn bedoelingen lijken me overduidelijk.

“Tot u die naar mij luistert…” Wij zijn een uitverkoren volk. Wij hebben kennis en weet van Christus. Daarmee zijn we niet alleen “binnen”, maar daarmee hebben we juist ook een groter verantwoordelijkheid.
Dankzij Christus weten we hoezeer God van ons houdt, hoezeer God van alle mensen houdt. Laten we dat allereerst beseffen; dat God, dat Jezus niet eerst allerlei eisen op tafel heeft gelegd, maar dat Hij eerst Zijn eigen leven op tafel heeft gelegd, voor ons. Opdat wij aan die tafel van ultieme liefde zouden kunnen eten en drinken en vanuit dat besef –grenzeloos geliefd te zijn-, op onze beurt op een abnormale manier lief kunnen hebben. Om zo goed te zijn voor een ander als God goed is voor ons. Om barmhartig te zijn voor elkaar, zoals de Vader barmhartig is voor ons. Jezus vraagt het ons en dan moeten we niet te gauw zeggen dat dat niet kan.

Laten we elkaar succes toewensen in onze pogingen zo te groeien in het kindschap van God. Christus laten leven in  en door ons. Zijn boodschap voor ogen houden en ons niet uit het veld laten slaan door de zoveelste mislukking. Want het kan natuurlijk gebeuren dat je bijna verpletterd wordt onder het besef
dat je zo weinig terecht brengt van je goeie bedoelingen. Iedere dag is er een nieuw kans, en bij elke nieuw poging van ons zal Hij alle vorige misstappen vergeven; God kijkt niet achterom en Hij vraagt niet alleen dat jij goed bent voor een ander; Hij is ook eindeloos goed voor jou. Amen.