OVER DE NAAM
De naam van deze website is ontleend aan een lied van Huub Oosterhuis en Antoine Oomens dat mij diep geraakt heeft toen ik op zoek was naar een fundament onder mijn leven. Het is maar de halve zin want eigenlijk staat er “Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart”. Het gaat over een Gij die geen naam heeft maar wiens betekenis ons, mijn hart, ver overstijgt.
OVER MIJ
Ik ben Pieter Raaijmakers, van “paplepelkatholiek” geworden tot “fundamenteel katholiek”. Natuurlijk weet ik dat dat woord aversie oproept omdat het tegenwoordig direct in verband gebracht wordt met terrorisme, maar ik bedoel het in de zin zoals van Dale het omschrijft “betreffende de grondbeginselen”. Eigenlijk klopt het ook weer niet helemaal want als ik echt een fundamenteel katholiek zou zijn, dan was ik een heilige. Dat zou ik wel willen, maar ik ben er verre van.
Vandaag horen we opnieuw over de zaaier, met wie we vorige week kennis hebben gemaakt. Vorige week ging het over zaad dat op verschillende plekken terecht kwam en alleen op goede grond vrucht voortbracht. Vandaag horen we dat het ook op goede grond nog mis kan gaan. Want op goede grond, zo weten wij, gedijt ook onkruid uitstekend. Tegenwoordig gaan we daar dan met de gifspuit overheen, maar vroeger moest onkruid met de hand worden verwijderd. En dat stellen de knechten van de landeigenaar dan ook voor; om het onkruid zo vlug mogelijk uit te trekken. U hebt het gehoord; de eigenaar is bang dat ze dan de tarwe mee uittrekken.
Jezus vertelt de parabel aan de grote menigte die naar Hem is komen luisteren, maar als Hij later met de leerlingen alleen is, vragen ze Hem naar de betekenis. “Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, de tarwe zijn de kinderen van het Rijk Gods: het onkruid de kinderen van het kwaad. De vijand die het onkruid zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen”. Eén groep noemt hij niet bij deze uitleg; de knechten die het onkruid uit willen trekken.
Die ongeduldige knechten zijn de mensen van alle tijden met de neiging om het kwaad in hun omgeving zo vlug mogelijk uit te roeien; “onkruid hoort niet thuis in de akker”. Maar God heeft meer geduld met ons. En daar kennen we de nodige voorbeelden van; Jezus zag in de onrechtvaardige tollenaar Matheüs, de toekomstige evangelist, die inderdaad het Evangelie dat we vandaag hoorden heeft opgetekend. Hij zag in Simon Petrus, degene die Hem drie keer heeft verraden, de rots waarop Hij zijn kerk zou bouwen. Hij zag in de zondaar Saulus, die de kerk vervolgde en christenen liet stenigen, de toekomstige apostel die het evangelie zou brengen in het hele middellandse zeegebied. Wie vandaag een zondaar is, kan morgen een heilige worden en daarom heeft God veel geduld met ons. Meer geduld dan dat wij mensen doorgaan hebben met elkaar.
Er is nog een andere reden om het onkruid niet uit te trekken; want zijn wij, mensen, wel in staat om goed onderscheid te maken tussen goed en kwaad? Is het oordeel daarover wel ons werk? Nee, wij vergissen ons zo vaak en zo gemakkelijk bij het beoordelen van onze medemens, dat het beter is om dat oordeel aan God over te laten.
En er is nog een derde reden om de hand af te houden van het menselijke onkruid. Wij zijn nogal geneigd om bij onkruid vooral te denken aan andere mensen. Wij zelf behoren natuurlijk bij de goede tarwe! Maar in werkelijkheid is het allemaal niet zo zwart-wit. De meeste mensen zijn complexe wezens en de meesten van ons vormen een mengsel van goed en kwaad. In onze harten groeit zowel tarwe als onkruid. Wij ervaren allemaal hoe vaak onze zwakheden het winnen van onze goede bedoelingen.
En moeten wij onszelf dan niet gelukkig prijzen dat Jezus ons een God presenteert, Die daar weet van heeft? Onze God, die zijn geduld als een beschermend schild boven ons hoofd houdt. Die ons laat leven met onze onhebbelijkheden en Die ons laat groeien in geloof en liefde zodat wij tussen alle wederwaardigheden van het leven door, mogen rijpen tot de tijd van de oogst daar is. Dan zal God zijn engelen sturen om het kaf van het koren te scheiden. Mogen we zo leven dat ook wij eens, zoals het Evangelie zegt; zullen schitteren als de Zon in het Koninkrijk van de Vader. Amen.
Doorgaans zijn wij meer bezig met de vraag wie Jezus eigenlijk is, dan met Zijn onderricht, Zijn levenslessen. Kijk maar naar de geloofsbelijdenis die we straks zullen zeggen; geen woord over wat Jezus ons geleerd heeft, maar alleen over wie Hij was en wat er met Hem gebeurd is. En het is ook van het grootste belang om te weten wie iemand is en waar hij voor staat. Als iemand, die een grote puinhoop van zijn leven gemaakt heeft, jou gaat vertellen wat je moet doen, dan zul je dat niet gauw serieus nemen. Daarom eerst onze geloofsbelijdenis; weten wie Jezus was; één Heer Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God. –voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald – voor ons gekruisigd, geleden onder Pontius Pilatus en begraven – verrezen op de derde dag – zittend aan de rechterhand van de Vader – aan Zijn rijk komt geen einde.. Nou, toch bepaald niet de eerste de beste, zou ik willen zeggen. Hij is ook Degene waar ik in mijn existentiële crisisperiode naar op zoek was; Iemand die iets voor de wereld betekent heeft, zonder daar zelf beter van te worden. Alles gegeven, Zichzelf gegeven; hoger goed kan toch niet! De levenslessen van zo Iemand, die zijn in elk geval de moeite waard.
Nu zijn er nogal wat mensen die de lering van Jezus samenvatten in één zin; “Lief zijn voor elkaar”. Daar hebben ze in elk geval wel één punt, want dat is zeker belangrijk. Maar het is allemaal veel te simpel en te oppervlakkig natuurlijk. Bijvoorbeeld alleen al de vraag wat dat dan precies is; “Lief zijn voor elkaar”? Alles goedvinden? De hele dag ijsjes laten eten?
Nee, de levenslessen van Jezus gaan wel een stapje verder en dat zien we meteen in de eerste twee zinnen uit het Evangelie van vandaag. “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig”. Onze reactie op deze ogenschijnlijk keiharde woorden gaat twee kanten op; Of je luistert gewoon niet of je schrikt ervan en je eerste reactie is afwijzing. Hoe kan Jezus zoiets nou toch zeggen? Let wel goed op; Jezus zegt niet dat je niet van je ouders moet houden of van je kinderen, maar dat je nog meer van Hem moet houden.
En dat lijkt voor ons toch een onmogelijkheid. Onze ouders, onze kinderen, onze broers en zussen zijn ons toch heilig. “Ja”, zegt Jezus, “laat dat ook zeker zo zijn, maar zij zijn niet het belangrijkste”. Hoeveel ouders hebben sinds de 60-er jaren God en de Kerk niet links laten liggen, omdat de kinderen zondagsochtend op de koffie zouden kunnen komen?
Waar het om gaat is dat alles wat wij in deze wereld tegenkomen –en het belangrijkste daarvan zijn onze ouders en kinderen of partner- maar dat alles wat voor ons belangrijk is, behoort tot de Schepping, het geschape. En dat dat allemaal belangrijk is daarvan getuigt God zelf ook bij de schepping; “God zag dat het goed was” en bij de schepping van mens “God zag dat het heel goed was”. Maar hoe goed het geschapene ook allemaal is het kan natuurlijk nooit groter en beter zijn dan de Schepper zelf.
En dat is waar het Jezus hier om te doen is; dat wij onze Schepper hoger achten dan alles, maar dan ook alles wat geschapen is. Zoals het boek Deuteronomium ook al zegt; “Hoor Israel, de Heer is onze God en de Heer alleen. Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw hart met heel uw ziel en al uw krachten”.
Jezus zoekt het hoogste goed. “Wie zoon of dochter meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waardig”. De intense band tussen ouder en kind, de mensen waar je het meest van houdt, ontzettend belangrijk, maar niet het allerhoogste goed. Wij mogen onze liefde voor al het geschapene, ook voor onze geliefden, niet boven de liefde voor de Schepper zelf laten gaan. De grootse problemen in een mensenleven ontstaan dan ook daar waar één schepsel hoger geacht wordt dan de Schepper zelf. Mèt die geobsedeerde aandacht voor het ene grote doel, veronachtzaamd men de grote ruimte die God ons geeft om te leven. De hele schepping is goed, niet dat ene waar jij je leven aan ophangt, niet dat ene wat jij als het ware tot afgod gemaakt hebt, niet iets of iemand die voor jou belangrijker is dan de Schepper zelf.
Maar die grote ruimte die God ons geeft ontdek je alleen als je Hem inderdaad op de eerste plaats zet. Liefde voor God, liefde voor de Schepper zelf, bevrijdt je van te grote gehechtheid aan het geschapene. Dat is wat Jezus ons wil leren met dit Evangelie; “Wat je ook denkt te verliezen, er is er Eén die je nooit verliest”. “Hoor Israël, de Heer is onze God en de Heer alleen”. Amen.
Vandaag vieren we het feest van de heilige Drie-eenheid; één God in drie personen; Vader, Zoon en Heilige Geest. Voor de zoveelste keer heb ik mij in de materie verdiept, maar ik kan niet zeggen dat ik er veel wijzer van geworden ben. Jawel, er zijn theologen en wijzen genoeg die, naar het schijnt, haarfijn uit kunnen leggen wat de heilige Drie-eenheid precies is, maar het komt geen van allen echt bij mij aan. Het blijft zoiets van; “ik hoor de klok wel luiden maar ik weet niet waar de klepel hangt”. En aangezien ik in een preek nooit dingen zeg die mijzelf over het hoofd gaan, moet ik het laten bij een paar flarden waar ik wel bij kan.
Op de eerste plaats is het heel belangrijk om te beseffen dat Jezus God en mens is. En daar hebben we denk ik al een hele kluif aan. Want voor ons mensenverstand is het niet zo gemakkelijk om te vatten dat Iemand de Eén en de Ander tegelijk kan zijn. En ook dat ga ik niet uitleggen want dat kan ik niet. Maar dat het van groot belang is, dat weet ik wel. Als Jezus niet méér is dan een gewone mens, een hele goeie dan wel, maar niet meer dan een mens, dan zouden we alles wat op een wonder lijkt moeten reduceren tot symboliek en dan is al die ophef over Hem gedurende meer dan 2000 jaar, op zijn minst vreemd te noemen. De wereldgeschiedenis kent wel meer goeie mensen, maar er is er toch verder geen één die zoveel heeft losgemaakt. En als Jezus alleen God is, maar dan verkleed als mens, dan is Zijn hele leven, kruisdood en verrijzenis een soort toneelspel, een schijnvertoning van een God die in wezen nòg heel ver van ons af staat. Nee, Jezus is God die werkelijk mens geworden is in deze wereld. Hij heeft laten zien hoe God is en Hij is zelf God. Hij is daadwerkelijk God mèt ons.
Wat ik verder ook nog snap, wat wellicht voor de hand ligt, maar toch ook heel belangrijk, dat is dat de Drie-ene God een persoon is. Het is niet “iets”, maar Iemand, een persoon. Tegen “iets” kun je niet praten, tegen Iemand wel. Als je bidt dan vraag je iets aan Iemand. Iemand van wie je veronderstelt dat Hij kan luisteren. Met “iets” ga je geen gesprek aan. Overigens hoorde ik vanochtend onze bisschop wel een mooi beeld schetsen van de H. Drie-eenheid. Hij zei dat God de Vader twee armen naar ons uitgestrekt heeft; de ene is Zijn Zoon, de andere is de Heilige Geest.
Goddelijke Drie-eenheid, ik geloof niet dat het nodig is om het allemaal precies te begrijpen, als je maar wel weet dat ze het alle drie goed met ons voorhebben, dat de uiteindelijke uitstraling van God liefde is en niets anders dan dat. En daarvan getuigt het Evangelie van vandaag opnieuw. “Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die gelooft in Hem, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben”. Dat is waar het de Goddelijke Drie-eenheid om te doen is; dat wij niet verloren zullen gaan, maar eeuwig leven zullen hebben”. Ik herhaal het nog maar eens; “Dat wij niet verloren zullen gaan, maar eeuwig leven zullen hebben”. En dan moet ik denken aan al die mensen in mijn omgeving voor wie dit allemaal abacadabra is. Als het voor ons al nodig is om te blijven herhalen dat God van ons houdt, dat Jezus ons daartoe het bewijs geleverd heeft, dat wij dus geborgen zijn op een manier die ons verstand te boven gaat, wat dan met de velen die helemaal van toeten of blazen weten?
En het wordt nog spannender want het Evangelie gaat verder: “God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered”. Hoezo? Moet de wereld gered worden dan? Ja, de meesten van ons hier in de kerk zullen wel kunnen beamen dat we redding nodig hebben. Wij weten van onszelf dat we maar kleine, zwakke en zondige mensen zijn die niet zonder God kunnen, die ongelofelijk blij zijn dat God ons heeft aangeraakt en die met vallen en opstaan proberen te leven naar de geboden van God, omdat we ervan overtuigd zijn dat dat het beste is voor onszelf en voor iedereen. Maar wat dan met de rest van de wereld, die onwetend of zelfgenoegzaam denkt dat zij alles zelf kan maken en besturen? Die blind voortgaat op de weg van eigen mening en overtuiging, compleet los van God?
Het Evangelie gaat verder: “Wie gelooft in Hem, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de Eniggeboren Zoon van God”. Dat lijkt een cryptische zin, maar is het eigenlijk niet. De veroordeling van de mens kan niet van God komen omdat Hij enkel liefde is. God heeft geen behoefte aan veroordeling, op geen enkele manier. God wil enkel liefde, enkel leven. Maar het is de mens die zichzelf veroordeelt door afstand te nemen van Hem die liefde is. Als je niet gelooft in Hem die redding brengt, dan moet je jezelf redden en dat is een onmogelijke opgave. Niemand immers heeft het leven zelf in de hand, al meent hij het nog zo goed voor elkaar te hebben. De dood is voor iedereen het eindpunt, tenminste voor degene die niet gelooft. Dus als je niet gelooft in degene die je redt uit de dood, dan heb je jezelf veroordeeld tot........ ja..... alles zelf verder maar uitzoeken en vrezen voor het einde.
En dat doen wij niet, vrezen voor het einde. Want daarin is Christus ons voorgegaan. Danken wij de Drie-ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest voor dat geweldige geschenk. Amen.
Donderdag hebben we de Hemelvaart van de Heer gevierd en nu, tussen Hemelvaart en Pinksteren, leven we mèt de leerlingen in een soort leemte. De verrezen Christus is uit het blikveld verdwenen, terwijl de leerlingen nog niet bekomen zijn van alle gebeurtenissen die hen met Jezus overkomen zijn; de ellendige omwenteling van gejubel naar kruisiging, de akelige kruisdood van hun grote leider en voorbeeld, de ontreddering en de verbazing van het lege graf, de vreemde verschijningen en tenslotte dan Zijn Hemelvaart. Ze wisten er allemaal nog geen raad mee. Anders gezegd; ze hadden de Geest nog niet ontvangen. Maar dat ze biddend bij elkaar moesten komen, dat hadden ze wel begrepen. Vandaag horen we in de eerste lezing dan ook dat “Zij allen eensgezind bleven volharden in in gebed”. Volharden dus. Niet zo maar eventjes als het je goed uitkomt, niet één keer per week aan een Eucharistieviering deelnemen, of een schietgebedje in uiterste nood, ook prima natuurlijk, maar wat wij eigenlijk moeten doen is volharden in dagelijks gebed.
Waar gaat het om? Dat bidden? Dat wij al onze dagen, al onze uren, stellen in het teken van onze afhankelijkheid van God. Ik weet het; dat woord “afhankelijkheid” heeft in onze wereld vooral een negatieve klank gekregen. Alle educatie is erop gericht om zelfstandig en vooral onafhankelijk te worden. En tot op zekere hoogte is dat ook goed natuurlijk. Maar toch is het zo dat wij elke hartslag, elke ademtocht van Hem krijgen. Dat alles wat wij tot stand brengen, alleen gebeurt omdat Hij ons de kans geeft. Daarom is het zo belangrijk om te volharden in gebed. Om in alles wat wij doen onze relatie met God voorop te stellen.
Dan het Evangelie. Alle godsdiensten, ook welke wij “de primitieve” noemen, zijn het er over eens dat het leven zelf de hoogst denkbare waarde is. En uiteraard vormt ook het christendom daarin geen uitzondering. Alles wat Jezus doet en zegt is ter bevordering van dat leven. Gelukkig leven, niet voor de happy few, maar voor alle mensen. En als mens streven we eigenlijk naar het hoogst mogelijke geluk. Maar er is alleen sprake van “hoogst mogelijk geluk” als het niet meer ophoudt, dat wil zeggen dat het eeuwig zou moeten duren. Laat dat nou zijn wat ons in Christus beloofd is; eeuwig leven, eeuwig geluk. Het is eigenlijk te mooi om waar te zijn, en omdat het te mooi is om waar te zijn, kunnen veel mensen er ook niet in geloven.
Het Evangelie van vandaag leert ons uitdrukkelijk waar dat eeuwig leven in bestaat; “En dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen, de enige ware God en Hem die Gij gezonden hebt, Jezus Christus”. Daarmee gaat het Evangelie lijnrecht in tegen de opvatting van onze wereld dat we God niet kunnen kennen. Omdat Hij een verborgen God zou zijn in een ontoegankelijk licht, of zoiets. Dat onze menselijke begrippen tekort schieten om iets zinnigs over Hem te zeggen en dat we er daarom ook beter over kunnen zwijgen. Een dergelijke opvatting wordt door heel de Bijbel radicaal tegengesproken. Maar omdat wij inderdaad te klein zijn om uit eigen kracht tot God te naderen heeft Hij zichzelf klein gemaakt om ons te bereiken. God heeft tot ons gesproken in de profeten en uiteindelijk door Zijn Zoon. Zo heeft Hij zich aan ons –geopenbaard-, met een plechtig woord. Zo hebben wij God zelf leren kennen. En dat is het eeuwige leven, zoals we uit het Evangelie leren; dat we God kennen.
Maar dat kennen van God is wel iets anders dan hoe we Jantje of Pietje kennen. Misschien heb je weleens over God gehoord, misschien heb je al veel over Hem gehoord, maar daarmee is nog niet gezegd dat je Hem ècht kent. Het “kennen” uit het Evangelie heeft een diepe betekenis en die betekenis kunnen we misschien het best illustreren met een fragment uit het Scheppingsverhaal. In de nieuwere vertaling staat; “En Adam had gemeenschap met zijn vrouw Eva, en zij werd zwanger”. In de oudere vindt men: “En Adam bekende zijn vrouw”. Echt kennen is dus “gemeenschap hebben met”. God kennen is dus “in gemeenschap met Hem leven”. En dat betekent dus dat wij niet af en toe een keer wat over Hem lezen, maar dat wij leven in Hem. Als wij God zo kennen, als wij zo dicht bij, of in Hem zijn dan weten we wat “eeuwig leven” is. Dat eeuwig leven begint dus ook niet pas straks na de dood, als het afgelopen is, in een andere wereld, maar dat leven kan nu beginnen in de mate dat wij in gemeenschap leven met God.
Wij vinden het ook zo mooi terug in de eerste Korintiërsbrief waar het gaat over de Eucharistie; “Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap met het bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het brood één is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood. Een geest, één lichaam vormen met Christus, dat is het eeuwige leven. En dat is een reden te meer om vooral te volharden in gebed. Amen.