Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

Groter dan ons hart
25 Januari 2019

Groter dan ons hart

OVER DE NAAM

De naam van deze website is ontleend aan een lied van Huub Oosterhuis en Antoine Oomens dat mij diep geraakt heeft toen ik op zoek was naar een fundament onder mijn leven. Het is maar de halve zin want eigenlijk staat er “Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart”. Het gaat over een Gij die geen naam heeft maar wiens betekenis ons, mijn hart, ver overstijgt.

OVER MIJ

Ik ben Pieter Raaijmakers, van “paplepelkatholiek” geworden tot “fundamenteel katholiek”. Natuurlijk weet ik dat dat woord aversie oproept omdat het tegenwoordig direct in verband gebracht wordt met terrorisme, maar ik bedoel het in de zin zoals van Dale het omschrijft “betreffende de grondbeginselen”. Eigenlijk klopt het ook weer niet helemaal want als ik echt een fundamenteel katholiek zou zijn, dan was ik een heilige. Dat zou ik wel willen, maar ik ben er verre van.

25 Mei 2026

Volharden in gebed. 7e zondag van Pasen 2026

Donderdag hebben we de Hemelvaart van de Heer gevierd en nu, tussen Hemelvaart en Pinksteren,  leven we mèt de leerlingen in een soort leemte. De verrezen Christus is uit het blikveld verdwenen, terwijl de leerlingen nog niet bekomen zijn van alle gebeurtenissen die hen met Jezus overkomen zijn; de ellendige omwenteling van gejubel naar kruisiging, de akelige kruisdood van hun grote leider en voorbeeld, de ontreddering en de verbazing van het lege graf, de vreemde verschijningen  en tenslotte dan Zijn Hemelvaart. Ze wisten er allemaal nog geen raad mee. Anders gezegd; ze hadden de Geest nog niet ontvangen. Maar dat ze biddend bij elkaar moesten komen, dat hadden ze wel begrepen. Vandaag horen we in de eerste lezing dan ook dat “Zij allen eensgezind bleven volharden in in gebed”.  Volharden dus. Niet zo maar eventjes als het je goed uitkomt, niet één keer per week aan een Eucharistieviering deelnemen, of een schietgebedje in uiterste nood, ook prima natuurlijk, maar wat wij eigenlijk moeten doen is volharden in dagelijks gebed.

Waar gaat het om? Dat bidden? Dat wij al onze dagen, al onze uren, stellen in het teken van onze afhankelijkheid van God. Ik weet het; dat woord “afhankelijkheid” heeft in onze wereld vooral een negatieve klank gekregen. Alle educatie is erop gericht om zelfstandig en vooral onafhankelijk te worden. En tot op zekere hoogte is dat ook goed natuurlijk. Maar toch is het zo dat wij elke hartslag, elke ademtocht van Hem krijgen. Dat alles wat wij tot stand brengen, alleen gebeurt omdat Hij ons de kans geeft. Daarom is het zo belangrijk om te volharden in gebed. Om in alles wat wij doen onze relatie met God voorop te stellen. 

Dan het Evangelie. Alle godsdiensten, ook welke wij “de primitieve” noemen, zijn het er over eens dat het leven zelf de hoogst denkbare waarde is. En uiteraard vormt ook het christendom daarin geen uitzondering. Alles wat Jezus doet en zegt is ter bevordering van dat leven. Gelukkig leven, niet voor de happy few, maar voor alle mensen. En als mens streven we eigenlijk naar het hoogst mogelijke geluk. Maar er is alleen sprake van “hoogst mogelijk geluk” als het niet meer ophoudt, dat wil zeggen dat het eeuwig zou moeten duren. Laat dat nou zijn wat ons in Christus beloofd is; eeuwig leven, eeuwig geluk. Het is eigenlijk te mooi om waar te zijn, en omdat het te mooi is om waar te zijn, kunnen veel mensen er ook niet in geloven.

Het Evangelie van vandaag leert ons uitdrukkelijk waar dat eeuwig leven in bestaat;  “En dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen, de enige ware God en Hem die Gij gezonden hebt, Jezus Christus”. Daarmee gaat het Evangelie lijnrecht in tegen de opvatting van onze wereld dat we God niet kunnen kennen. Omdat Hij een verborgen God zou zijn in een ontoegankelijk licht, of zoiets. Dat onze menselijke begrippen tekort schieten om iets zinnigs over Hem te zeggen en dat we er daarom ook beter over kunnen zwijgen. Een dergelijke opvatting wordt door heel de Bijbel radicaal tegengesproken. Maar omdat wij inderdaad te klein zijn om uit eigen kracht tot God te naderen heeft Hij zichzelf klein gemaakt om ons te bereiken. God heeft tot ons gesproken in de profeten en uiteindelijk door Zijn Zoon. Zo heeft Hij zich aan ons –geopenbaard-, met een plechtig woord. Zo hebben wij God zelf leren kennen. En dat is het eeuwige leven, zoals we uit het Evangelie leren; dat we God kennen.

Maar dat kennen van God is wel iets anders dan hoe we Jantje of Pietje kennen. Misschien heb je weleens over God gehoord, misschien heb je al veel over Hem gehoord, maar daarmee is nog niet gezegd dat je Hem ècht kent. Het “kennen” uit het Evangelie heeft een diepe betekenis en die betekenis kunnen we misschien het best illustreren met een fragment uit het Scheppingsverhaal. In de nieuwere vertaling staat; “En Adam had gemeenschap met zijn vrouw Eva, en zij werd zwanger”. In de oudere vindt men: “En Adam bekende zijn vrouw”. Echt kennen is dus “gemeenschap hebben met”. God kennen is dus “in gemeenschap met Hem leven”. En dat betekent dus dat wij niet af en toe een keer wat over Hem lezen, maar dat wij leven in Hem. Als wij God zo kennen, als wij zo dicht bij, of in Hem zijn dan weten we wat “eeuwig leven” is. Dat eeuwig leven begint dus ook niet pas straks na de dood, als het afgelopen is, in een andere wereld, maar dat leven kan nu beginnen in de mate dat wij in gemeenschap leven met God.

Wij vinden het ook zo mooi terug in de eerste Korintiërsbrief  waar het gaat over de Eucharistie; “Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap met het bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het lichaam van Christus?  Omdat het brood één is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.  Een geest, één lichaam vormen met Christus, dat is het eeuwige leven. En dat is een reden te meer om vooral te volharden in gebed. Amen.

 

14 Mei 2026

In de Geest van...6e zondag van Pasen 2026

Het is alweer de 6e zondag van Pasen, dat wil zeggen dat Pinksteren, het feest van de komst van de H. Geest al niet ver meer is. Daarom geeft de Kerk ons vandaag enkele hints, enig vooruitblikken op die H. Geest. Waar de Geest in de Oosterse kerken veel vanzelfsprekender beleefd word, lijkt Hij hier in het westen misschien toch wat onderschat. We weten er niet zo goed raad mee, misschien. En dat is eigenlijk vreemd want de Bijbel spreekt er onophoudelijk over.

Laten we eens kijken naar enkele kenmerken van de H. Geest zoals we die vandaag in de lezingen tegenkomen. Eerst uit de Handelingen over Fillippus. Nadat Jezus gekruisigd is, werden de leerlingen vervolgd waardoor ze over een groot gebied verspreid raakten, met als neveneffect natuurlijk, dat het woord van God ook wijd verspreid raakte. Want de leerlingen van Jezus zijn niet angstig weggekropen, maar zij getuigen volmondig van hetgeen ze met Hem hebben meegemaakt. “In die dagen daalde Filippus af naar de stad Samaria en predikte hun de Christus”. Doet dat vrijmoedig spreken over Christus niet ook een beroep op ons? Hoe gaan wij om met de ervaring van Pasen? Hoe is aan ons te zien dat wij van Christus zijn? Hier in onze westerse samenleving geldt het adagio dat geloof een privé-zaak is en dat je daar een ander niet mee lastig valt. En inderdaad, we moeten er elkaar niet mee lastig vallen, maar toch mogen we de schat die we hebben ontvangen niet alleen voor onszelf houden. Fillippus deed dat in elk geval niet;  “hij daalde af naar de stad Samaria, niet bepaald de meest vriendelijke stad, en hij predikte hun de Christus”.

Vervolgens gebeuren er ook dingen waartegenover wij misschien wat sceptisch staan; er is sprake van onreine geesten die verdreven worden en lammen en kreupelen  die worden genezen. En ook al heb ik persoonlijk nog nooit zoiets meegemaakt, ik hoor dat er mensen zijn die dergelijke ervaringen wel hebben. Door de hele Bijbel heen is het uitdrijven van onreine geesten en genezing van zieken één van de tekenen van de H. Geest. Hoewel, ik zeg dat ik nooit zoiets meegemaakt heb, heb ik in mijn werk in de verslavingszorg wel degelijk gezien hoe mensen, ook lichamelijk opknapten, als ze geestelijk weer op het rechte pad beland waren.

Een derde teken van de heilige Geest is de grote vreugde die Hij teweeg brengt. “Er ontstond grote vreugde in die stad”, lezen we bij Fillipus. Dus als wij waarachtig Christen zijn, dan zouden wij zichtbaar vreugdevolle mensen moeten zijn. Van mijzelf kan ik wel zeggen dat er in mij altijd een vreugdevolle onderstroom aanwezig is, sinds ik Jezus opnieuw heb leren kennen, maar of ik die ook voldoende uitstraal, daar heb ik zo mijn twijfels over. Wel heb ik die onverwoestbare vreugde regelmatig gezien bij sommige oude monniken. Zij lijken volslagen pretentieloos door het leven te gaan maar hebben altijd een soort aureool om zich heen van eenvoudige blijdschap.

Een vierde element dat met de heilige Geest te maken heeft, vinden we in de tweede lezing, de brief van de apostel Petrus. “weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt  van de hoop die in u is”. Als wij, christenen, willen getuigen van de hoop die in ons is door de verrijzenis van Christus, dan is het belangrijk dat we Hem goed kennen. Dat we niet alleen vreugdevolle mensen zijn, maar dat we ook kunnen zeggen waar die vreugde vandaan komt. Met andere woorden: dat we Christus en de Kerk kennen. En dat schort er in onze dagen enorm aan. We hoeven natuurlijk niet allemaal grote theologen te zijn, maar iemand die zegt van Christus te houden zou zich ook in Hem, en in Zijn belangrijkste instrument in deze wereld, onze Kerk, moeten willen verdiepen. Er zijn nogal wat mensen die zeggen; Jezus wel ja, maar de Kerk, nee dat hoeft voor mij niet. Ik geloof wel op mijn eigen manier. Ik ga daar nu niet verder op in, maar Christus en de Kerk zijn niet los verkrijgbaar. Alleen de Kerk leert ons Christus kennen in Zijn diepste betekenis. Zeker niet het belangrijkste maar wel een heel simpel voorbeeldje van grote onwetendheid is bijvoorbeeld dit; Veel mensen denken dat onze parochie financiëel in stand gehouden wordt door Rome. Dat alles wat we nodig hebben door Rome betaald wordt. Maar wij krijgen geen cent van Rome en ook niet van het bisdom; daar moet juist geld naartoe. Het is vaak schokkend hoe jonge ouders denken alles wel te weten over de Kerk maar ondertussen rondlopen met de vreemdste denkbeelden en aannames en die dus naar hun kinderen toe bijvoorbeeld nooit “verantwoording af kunnen leggen van de hoop die in hen is”; zoals Petrus zegt.

En tenslotte het Evangelie.  Het klinkt bijna als een lied: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven om voor altijd met u te zijn: Ik zal u niet verweesd achterlaten. Ik kom naar u toe. Op die dag zult gij erkennen, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u”.  Vader, Zoon en Geest; liefde is eigenlijk alles waar het om draait. Dat wij Zijn geboden onderhouden, want dat zijn enkel geboden die in liefde zijn gegeven, die liefde oproepen en liefde voortbrengen. Liefde met een hoofdletter. Liefde die veel groter en veelomvattender is dan datgene wat wij doorgaans onder liefde verstaan. Niet een beetje, maar totaal, met alles, met je hele leven, je hele bestaan. Onbegrijpelijk eigenlijk, en toch dat is wat Vader en Zoon met de H. Geest bewerkt hebben in deze wereld. Het is waar wij van leven, het is waarvan wij willen getuigen. Amen

14 Mei 2026

Vergeving 2e zondag van Pasen 2026

Vandaag is het de 2e zondag van Pasen, sinds jaar en dag ook bekend als Beloken Pasen. Het woord komt voort uit het feit dat de leerlingen zich, na de gebeurtenissen rond de dood van Jezus, ontredderd en angstig hebben afgesloten van de buitenwereld. In het jaar 2000 riep paus Johannes Paulus deze dag uit tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Dit besluit van de Paus had alles te maken met de Poolse zieneres Maria Faustina Kowalska. Zij zou een verschijning van Christus gehad hebben, waarbij Hij zichzelf bekend maakte als de Goddelijke Barmhartigheid. Paus Johannes Paulus overleed, toevallig of niet, in 2005 op de vooravond van deze Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Maar als we het Evangelie van vandaag goed aankijken, dan zien we dat het bepaald niet toevallig is dat deze zondag de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid geworden is.

Het Evangelie van vandaag, wederom van Johannes, kent tal van invalshoeken en het meest in het oog springend is natuurlijk de strubbeling rond de ongelovige Thomas. Toch wil ik, geïnspireerd door de Amerikaanse bisschop Barron vandaag een ander facet belichten. Het is een belangrijk element van het christelijk leven en als het verkeerd begrepen wordt, wordt het hele christelijk leven verkeerd begrepen. Laten we even luisteren hoe het begint;  “Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zei hun: “Vrede zij u!” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Daarop zei Jezus hun opnieuw: “Vrede zij u!” Wat hier van groot belang is, is het feit dat de verrezen Christus Zijn wonden laat zien en vrede aanzegt; ze zijn er tegelijkertijd; de wonden en de vrede. De wonden zijn de tekenen van onze zonden. Want hoe komt Jezus aan die wonden? Probeer eens stil te staan en u te realiseren wanneer en hoe Jezus u het meest irriteert. “Hoezo” zult u zeggen, “wat bedoel je, Jezus is de Zoon van God”. Maar dat is het precies; Zoals St. Petrus ergens zegt: “De gever van al het leven kwam in de wereld, maar jullie hebben Hem gedood”. Jezus,  God onder ons, Emmanuel, het Woord dat vlees geworden is; Hij werd bejubeld, maar aan het eind van de dag kreeg Hij te maken met zo’n gewelddadige krachten dat ze Hem aan een kruis genageld hebben. “Maar dat hebben wij toch niet gedaan”, zullen velen zeggen. Nee, letterlijk hebben wij Jezus niet aan het kruis genageld, maar de vraag is wel of wij, als we er destijds bij geweest waren, zoveel anders gedaan hadden. Of wij zoveel dapperder geweest zouden zijn als de leerlingen die hem allemaal in de steek lieten, of wij zoveel beter begrepen zouden hebben wie Jezus waarlijk was. En als we niet zover terug willen kijken, zien we misschien hoe we ook nu nog wonden slaan door te zondigen tegen onze medemens of tegen onszelf.

Hoe dat ook zij en hoe ieder voor zich daarover denkt; de wonden van Jezus confronteren ons met wie we werkelijk zijn; als het puntje bij paaltje komt; niet alleen lieverds, maar ook zondaars. Dat is ook het punt waar Jezus mij het meest irriteert; als Hij mij, bijvoorbeeld in het tonen van zijn wonden, herinnert aan de wonden die ik zelf maak en dat ik dus ook een zondaar ben, die nood heeft aan barmhartigheid en vergeving. En dat is natuurlijk ook de reden dat onze katholieke Kerk niet gemakkelijk op grote populariteit kan rekenen; omdat zij de wereld onverbloemd blijft voorhouden wat zondig is.

Maar Jezus laat niet alleen zijn wonden zien. Juist niet. Hij begint met het aanzeggen van vrede, dan pas laat Hij zijn wonden zien en dan zegt Hij opnieuw “Vrede zij u”. Ja, wij hebben de Zoon van God vermoord, maar diezelfde Zoon van God komt terug met vergevende liefde! Dat betekent dat er tenslotte “geen zonden bestaan die ons kunnen scheiden van de liefde van God”; zoals Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen. En hier ligt dan ook de kern van het christendom, in het samen bestaan van de wonden van Jezus en de vrede die Hij desondanks aanbiedt. Waren er de wonden alleen, dan was alles voor ons verloren, dan was er alleen de ellende van het geweld en de dood. Was er de vrede alleen, dan zou dat een tot een goedkoop, onwaarachtig en tot niets verplichtend “everybody happy”, leiden. Maar in dit gebeuren van de wonden die er zijn, en de vrede die Christus brengt ligt de grote vreugde van het christendom; dat wij, zondaars, kleine of grote, nooit voor Hem verloren gaan. En daarom mag deze zondag dan ook Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid heten.

Vervolgens spreekt Jezus deze woorden; “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” En na dit gezegd te hebben blies Hij over hen en zei hun: “Ontvangt de Heilige Geest”. Van wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, van wie gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Jezus draagt de leerlingen op om die Goddelijke Barmhartigheid, die ultieme vergevingsgezindheid, zoals die door Jezus gebracht werd, door te geven aan de hele wereld. En zo krijgt de Kerk dus die dubbele opdracht; de wereld blijvend herinneren aan datgene wat niet deugt, datgene wat zondig is, en tegelijkertijd de zondige mens niet plat slaan, maar opbeuren en nieuwe kansen geven. Niet 7 maal zoals de apostelen ergens voorstellen, maar 70 maal  7 maal. De opdracht om deze vergevende liefde te verspreiden werd allereerst aan de apostelen gegeven.

De sacramentele vorm ligt daarom logischerwijs bij de bisschop en zijn helpers, de priesters. De Biecht, sinds de zestiger jaren verguisd door een generatie lauwe katholieken die zich, in een doorgeslagen mondigheid, niets meer wenst te laten gezeggen. Dat is eigenlijk heel pijnlijk, want als er één sacrament is waar we niet zonder kunnen, dan is dat juist die vergevende liefde; jezelf niet hoeven te verstoppen achter een masker van schijnheiligheid, niet ’s nachts, alleen in je bed treuren over je misstappen, niet steeds verder verharden ten opzichte van je medemens, maar de wonden in je leven laten verzorgen door de vergevende liefde van God in de Biecht. Maar het zal u duidelijk zijn dat het niet alleen om sacramentele vergeving kan gaan. We hebben allemaal de opdracht om te vergeven. We zeggen het dagelijks in het belangrijkste gebed dat Jezus ons leerde; “Vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven aan onze schuldenaren”. De onderlinge vergeving van mensen is misschien wel net zo belangrijk als de Sacramentele. Want als we alle fouten van onszelf en van onze naasten alleen maar blijven optellen en niets daarvan wegstrepen door het te vergeven, dan komen we terecht in een wereld van haat en zelfhaat. Met andere woorden; vergeven is noodzaak. Wat een rijkdom, de Goddelijke Barmhartigheid, aan ieder van ons gegeven. Wat een geluk, de katholieke Kerk die Gods Barmhartigheid door de tijd draagt. Amen.

 

 

 

2 April 2026

"Doet dit tot Mijn gedachtenis" Witte Donderdag 2026

Het is alweer heel wat jaren geleden dat ik mij nog kwaad maakte over het feit dat mijn vrouw, als leerkracht op nota bene een katholieke basisschool, op Witte Donderdag niet naar de avondmis kon, omdat er op school een Goede Doelenmarkt gehouden moest worden. Hoewel goedbedoeld als uitvloeisel van de Vastenaktie; maar Witte Donderdag is geen markt, ook geen Goede Doelenmarkt. En als deze weg naar, wat men noemt, eigentijdse vormen, eenmaal is ingeslagen, valt het te verwachten dat op den duur de hele betekenis verdampt. De school doet inmiddels dan ook niets meer met Witte Donderdag.

“Gedenk de Sabbath, die moet heilig voor u zijn”: lezen we bij de Tien Geboden. En over het begin van de uittocht uit Egypte horen we in de eerste lezing; “Van geslacht tot geslacht moet ge deze dag, als een eeuwige instelling, vieren.’ Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer”: “Doet dit tot mijn gedachtenis”: zegt Jezus als Hij begint aan zijn Uittocht.

Gedenken, gedachtenis. Die woorden kunnen bij ons een misverstand oproepen want we zijn daarbij geneigd te denken aan iets uit het verleden. Iets wat we in herinnering roepen, maar wat eigenlijk voorbij is. Dat is niet wat de bijbel verstaat onder “gedachtenis”: Bijbels gedenken betekent dat het verleden hier en nu werkelijkheid wordt. Het gebeurt opnieuw, het is nu aanwezig. Zo betekent bv. “Gedenk de Sabbath” natuurlijk niet dat je er een keer aan terugdenkt. Nee, de Nederlandse vertaling heeft er, deels terecht, ook van gemaakt; “onderhoudt de sabbath”. Voor ons de zondag; maar je moet er iets mee doen. De zondag, de dag des Heren, moet een werkelijkheid voor je worden. Hij moet je losmaken uit de slavernij van Egypte, die symbool staat voor onze drukke werkweek. Even staken, even verwijlen in de ruimte die God ons geeft. Dus “gedenk de Sabbath” betekent nèt iets meer dan “houdt je aan de Sabbath”.

Jezus viert het Paasmaal met zijn leerlingen. En als Jezus het Paasmaal viert dan gedenkt Hij met zijn leerlingen datgene wat alle Joden gedenken; die laatste maaltijd voor de Uittocht uit Egypte. Voor Jezus is dit gedenken wel akelig dichtbij. Hij voelt in alle rumoer die er inmiddels rond zijn persoon ontstaan is, aan, dat Hij voor een beslissend punt staat op Zijn levensweg. Hij voorziet dat Hij zelf wel eens dat Lam zou kunnen zijn dat de Joden gewoon zijn te slachtten voor de Uittocht die met Pasen herdacht wordt. En zo is het ook gegaan. Jezus heeft in Zijn lijden, sterven en verrijzen de mensheid tot een beslissende bevrijding geleid. Hij heeft ons niet bevrijdt uit de slavernij van Egypte, maar uit de slavernij van zonde en dood. Voorgoed bevrijdt uit de boeien van dit tijdelijke aardse bestaan waarin zonde en dood ons steeds weer naar beneden drukken. Ik meen echt wat ik zeg en tegelijk met dat ik het zeg krijg ik het gevoel dat ik maar amper besef wat het betekent. Want eeuwig leven bij God blijft toch zo’n ondoorgrondelijk iets! Je kunt je dat toch niet voorstellen! En toch. Je moet het geloven, omdat Jezus het zegt. Je kunt het geloven, omdat Jezus het zegt. En je mag het geloven, omdat Jezus het zegt. En zo is de Eucharistie ook zo’n onbegrepen groot feest. “Doen tot Zijn gedachtenis” niet een beetje terugdenken aan vroeger, maar hier en nu binnengaan in dat grote feestmaal; eeuwige geborgenheid, deel uitmaken van Vader, Zoon en Geest. Een mysterie zo groot als het leven zelf.

En tot wat voor een levenshouding zou dat besef van eeuwige geborgenheid leiden? Ook daarin gaat Jezus ons voor bij de voetwassing. Me dunkt dat dat verder geen uitleg nodig heeft. 

Tenslotte nog dit: Witte Donderdag de dag van de Eucharistie, is ook een beetje het feest van de priesters. Gisteren is in de St. Jan de Chrismamis gevierd, maar die hoort eigenlijk thuis op deze dag, de ochtend van Witte Donderdag. En in die viering, waarin de heilige oliën gewijd worden, vernieuwen de priesters heel nadrukkelijk hun wijdingsgelofte. En voor ons, niet priesters, is het misschien goed om eens stil te staan bij de bijzondere opgave waarvoor zij getekend hebben. Afzien van de stichting van een gezin en je helemaal geven aan Christus en de Kerk. De priesters zijn daarin voor ons, net als de Eucharistie een teken. Een teken dat het leven met God veel groter is dan onze aardse  gehechtheden en beslommeringen. Laten we God danken dat we Eucharistie mogen vieren en laten we Hem ook danken dat Hij ons daartoe priesters gegeven heeft. Amen.