Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

Groter dan ons hart
25 Januari 2019

Groter dan ons hart

OVER DE NAAM

De naam van deze website is ontleend aan een lied van Huub Oosterhuis en Antoine Oomens dat mij diep geraakt heeft toen ik op zoek was naar een fundament onder mijn leven. Het is maar de halve zin want eigenlijk staat er “Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart”. Het gaat over een Gij die geen naam heeft maar wiens betekenis ons, mijn hart, ver overstijgt.

OVER MIJ

Ik ben Pieter Raaijmakers, van “paplepelkatholiek” geworden tot “fundamenteel katholiek”. Natuurlijk weet ik dat dat woord aversie oproept omdat het tegenwoordig direct in verband gebracht wordt met terrorisme, maar ik bedoel het in de zin zoals van Dale het omschrijft “betreffende de grondbeginselen”. Eigenlijk klopt het ook weer niet helemaal want als ik echt een fundamenteel katholiek zou zijn, dan was ik een heilige. Dat zou ik wel willen, maar ik ben er verre van.

1 Juni 2026

Heilige Drie-eenheid 2026

Vandaag vieren we het feest van de heilige Drie-eenheid; één God in drie personen; Vader, Zoon en Heilige Geest. Voor de zoveelste keer heb ik mij in de materie verdiept, maar ik kan niet zeggen dat ik er veel wijzer van geworden ben. Jawel, er zijn theologen en wijzen genoeg die, naar het schijnt, haarfijn uit kunnen leggen wat de heilige Drie-eenheid precies is, maar het komt geen van allen echt bij mij aan. Het blijft zoiets van; “ik hoor de klok wel luiden maar ik weet niet waar de klepel hangt”. En aangezien ik in een preek nooit dingen zeg die mijzelf over het hoofd gaan, moet ik het laten bij een paar flarden waar ik wel bij kan.

Op de eerste plaats is het heel belangrijk om te beseffen dat Jezus God en mens is. En daar hebben we denk ik al een hele kluif aan. Want voor ons mensenverstand is het niet zo gemakkelijk om te vatten dat Iemand de Eén en de Ander tegelijk kan zijn. En ook dat ga ik niet uitleggen want dat kan ik niet. Maar dat het van groot belang is, dat weet ik wel. Als Jezus niet méér is dan een gewone mens, een hele goeie dan wel, maar niet meer dan een mens, dan zouden we alles wat op een wonder lijkt moeten reduceren tot symboliek en dan is al die ophef over Hem gedurende meer dan 2000 jaar, op zijn minst vreemd te noemen. De wereldgeschiedenis kent wel meer goeie mensen, maar er is er toch verder geen één die zoveel heeft losgemaakt. En als Jezus alleen God is, maar dan verkleed als mens, dan is Zijn hele leven, kruisdood en verrijzenis een soort toneelspel, een schijnvertoning van een God die in wezen nòg heel ver van ons af staat. Nee, Jezus is God die werkelijk mens geworden is in deze wereld. Hij heeft laten zien hoe God is en Hij is zelf God. Hij is daadwerkelijk God mèt ons.

Wat ik verder ook nog snap, wat wellicht voor de hand ligt, maar toch ook heel belangrijk, dat is dat de Drie-ene God een persoon is. Het is niet “iets”, maar Iemand, een persoon. Tegen “iets” kun je niet praten, tegen Iemand wel. Als je bidt dan vraag je iets aan Iemand. Iemand van wie je veronderstelt dat Hij kan luisteren. Met “iets” ga je geen gesprek aan. Overigens hoorde ik vanochtend onze bisschop wel een mooi beeld schetsen van de H. Drie-eenheid. Hij zei dat God de Vader twee armen naar ons uitgestrekt heeft; de ene is Zijn Zoon, de andere is de Heilige Geest.

Goddelijke Drie-eenheid, ik geloof niet dat het nodig is om het allemaal precies te begrijpen, als je maar wel weet dat ze het alle drie goed met ons voorhebben, dat de uiteindelijke uitstraling van God liefde is en niets anders dan dat. En daarvan getuigt het Evangelie van vandaag opnieuw. “Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die gelooft in Hem, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben”. Dat is waar het de Goddelijke Drie-eenheid om te doen is; dat wij niet verloren zullen gaan, maar eeuwig leven zullen hebben”. Ik herhaal het nog maar eens; “Dat wij niet verloren zullen gaan, maar eeuwig leven zullen hebben”. En dan moet ik denken aan al die mensen in mijn omgeving voor wie dit allemaal abacadabra is. Als het voor ons al nodig is om te blijven herhalen dat God van ons houdt, dat Jezus ons daartoe het bewijs geleverd heeft, dat wij dus geborgen zijn op een manier die ons verstand te boven gaat, wat dan met de velen die helemaal van toeten of blazen weten?

En het wordt nog spannender want het Evangelie gaat verder: “God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered”. Hoezo? Moet de wereld gered worden dan? Ja, de meesten van ons hier in de kerk zullen wel kunnen beamen dat we redding nodig hebben. Wij weten van onszelf dat we maar kleine, zwakke en zondige mensen zijn die niet zonder God kunnen, die ongelofelijk blij zijn dat God ons heeft aangeraakt en die met vallen en opstaan proberen te leven naar de geboden van God, omdat we ervan overtuigd zijn dat dat het beste is voor onszelf en voor iedereen. Maar wat dan met de rest van de wereld, die onwetend of zelfgenoegzaam denkt dat zij alles zelf kan maken en besturen? Die blind voortgaat op de weg van eigen mening en overtuiging, compleet los van God?

Het Evangelie gaat verder: “Wie gelooft in Hem, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de Eniggeboren Zoon van God”. Dat lijkt een cryptische zin, maar is het eigenlijk niet. De veroordeling van de mens kan niet van God komen omdat Hij enkel liefde is. God heeft geen behoefte aan veroordeling, op geen enkele manier.  God wil enkel liefde, enkel leven. Maar het is de mens die zichzelf veroordeelt door afstand te nemen van Hem die liefde is. Als je niet gelooft in Hem die redding brengt, dan moet je jezelf redden en dat is een onmogelijke opgave. Niemand immers heeft het leven zelf in de hand, al meent hij het nog zo goed voor elkaar te hebben. De dood is voor iedereen het eindpunt, tenminste voor degene die niet gelooft. Dus als je niet gelooft in degene die je redt uit de dood, dan heb je jezelf veroordeeld tot........ ja..... alles zelf verder maar uitzoeken en vrezen voor het einde.

En dat doen wij niet, vrezen voor het einde. Want daarin is Christus ons voorgegaan. Danken wij de Drie-ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest voor dat geweldige geschenk. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

25 Mei 2026

Volharden in gebed. 7e zondag van Pasen 2026

Donderdag hebben we de Hemelvaart van de Heer gevierd en nu, tussen Hemelvaart en Pinksteren,  leven we mèt de leerlingen in een soort leemte. De verrezen Christus is uit het blikveld verdwenen, terwijl de leerlingen nog niet bekomen zijn van alle gebeurtenissen die hen met Jezus overkomen zijn; de ellendige omwenteling van gejubel naar kruisiging, de akelige kruisdood van hun grote leider en voorbeeld, de ontreddering en de verbazing van het lege graf, de vreemde verschijningen  en tenslotte dan Zijn Hemelvaart. Ze wisten er allemaal nog geen raad mee. Anders gezegd; ze hadden de Geest nog niet ontvangen. Maar dat ze biddend bij elkaar moesten komen, dat hadden ze wel begrepen. Vandaag horen we in de eerste lezing dan ook dat “Zij allen eensgezind bleven volharden in in gebed”.  Volharden dus. Niet zo maar eventjes als het je goed uitkomt, niet één keer per week aan een Eucharistieviering deelnemen, of een schietgebedje in uiterste nood, ook prima natuurlijk, maar wat wij eigenlijk moeten doen is volharden in dagelijks gebed.

Waar gaat het om? Dat bidden? Dat wij al onze dagen, al onze uren, stellen in het teken van onze afhankelijkheid van God. Ik weet het; dat woord “afhankelijkheid” heeft in onze wereld vooral een negatieve klank gekregen. Alle educatie is erop gericht om zelfstandig en vooral onafhankelijk te worden. En tot op zekere hoogte is dat ook goed natuurlijk. Maar toch is het zo dat wij elke hartslag, elke ademtocht van Hem krijgen. Dat alles wat wij tot stand brengen, alleen gebeurt omdat Hij ons de kans geeft. Daarom is het zo belangrijk om te volharden in gebed. Om in alles wat wij doen onze relatie met God voorop te stellen. 

Dan het Evangelie. Alle godsdiensten, ook welke wij “de primitieve” noemen, zijn het er over eens dat het leven zelf de hoogst denkbare waarde is. En uiteraard vormt ook het christendom daarin geen uitzondering. Alles wat Jezus doet en zegt is ter bevordering van dat leven. Gelukkig leven, niet voor de happy few, maar voor alle mensen. En als mens streven we eigenlijk naar het hoogst mogelijke geluk. Maar er is alleen sprake van “hoogst mogelijk geluk” als het niet meer ophoudt, dat wil zeggen dat het eeuwig zou moeten duren. Laat dat nou zijn wat ons in Christus beloofd is; eeuwig leven, eeuwig geluk. Het is eigenlijk te mooi om waar te zijn, en omdat het te mooi is om waar te zijn, kunnen veel mensen er ook niet in geloven.

Het Evangelie van vandaag leert ons uitdrukkelijk waar dat eeuwig leven in bestaat;  “En dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen, de enige ware God en Hem die Gij gezonden hebt, Jezus Christus”. Daarmee gaat het Evangelie lijnrecht in tegen de opvatting van onze wereld dat we God niet kunnen kennen. Omdat Hij een verborgen God zou zijn in een ontoegankelijk licht, of zoiets. Dat onze menselijke begrippen tekort schieten om iets zinnigs over Hem te zeggen en dat we er daarom ook beter over kunnen zwijgen. Een dergelijke opvatting wordt door heel de Bijbel radicaal tegengesproken. Maar omdat wij inderdaad te klein zijn om uit eigen kracht tot God te naderen heeft Hij zichzelf klein gemaakt om ons te bereiken. God heeft tot ons gesproken in de profeten en uiteindelijk door Zijn Zoon. Zo heeft Hij zich aan ons –geopenbaard-, met een plechtig woord. Zo hebben wij God zelf leren kennen. En dat is het eeuwige leven, zoals we uit het Evangelie leren; dat we God kennen.

Maar dat kennen van God is wel iets anders dan hoe we Jantje of Pietje kennen. Misschien heb je weleens over God gehoord, misschien heb je al veel over Hem gehoord, maar daarmee is nog niet gezegd dat je Hem ècht kent. Het “kennen” uit het Evangelie heeft een diepe betekenis en die betekenis kunnen we misschien het best illustreren met een fragment uit het Scheppingsverhaal. In de nieuwere vertaling staat; “En Adam had gemeenschap met zijn vrouw Eva, en zij werd zwanger”. In de oudere vindt men: “En Adam bekende zijn vrouw”. Echt kennen is dus “gemeenschap hebben met”. God kennen is dus “in gemeenschap met Hem leven”. En dat betekent dus dat wij niet af en toe een keer wat over Hem lezen, maar dat wij leven in Hem. Als wij God zo kennen, als wij zo dicht bij, of in Hem zijn dan weten we wat “eeuwig leven” is. Dat eeuwig leven begint dus ook niet pas straks na de dood, als het afgelopen is, in een andere wereld, maar dat leven kan nu beginnen in de mate dat wij in gemeenschap leven met God.

Wij vinden het ook zo mooi terug in de eerste Korintiërsbrief  waar het gaat over de Eucharistie; “Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap met het bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het lichaam van Christus?  Omdat het brood één is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.  Een geest, één lichaam vormen met Christus, dat is het eeuwige leven. En dat is een reden te meer om vooral te volharden in gebed. Amen.

 

14 Mei 2026

In de Geest van...6e zondag van Pasen 2026

Het is alweer de 6e zondag van Pasen, dat wil zeggen dat Pinksteren, het feest van de komst van de H. Geest al niet ver meer is. Daarom geeft de Kerk ons vandaag enkele hints, enig vooruitblikken op die H. Geest. Waar de Geest in de Oosterse kerken veel vanzelfsprekender beleefd word, lijkt Hij hier in het westen misschien toch wat onderschat. We weten er niet zo goed raad mee, misschien. En dat is eigenlijk vreemd want de Bijbel spreekt er onophoudelijk over.

Laten we eens kijken naar enkele kenmerken van de H. Geest zoals we die vandaag in de lezingen tegenkomen. Eerst uit de Handelingen over Fillippus. Nadat Jezus gekruisigd is, werden de leerlingen vervolgd waardoor ze over een groot gebied verspreid raakten, met als neveneffect natuurlijk, dat het woord van God ook wijd verspreid raakte. Want de leerlingen van Jezus zijn niet angstig weggekropen, maar zij getuigen volmondig van hetgeen ze met Hem hebben meegemaakt. “In die dagen daalde Filippus af naar de stad Samaria en predikte hun de Christus”. Doet dat vrijmoedig spreken over Christus niet ook een beroep op ons? Hoe gaan wij om met de ervaring van Pasen? Hoe is aan ons te zien dat wij van Christus zijn? Hier in onze westerse samenleving geldt het adagio dat geloof een privé-zaak is en dat je daar een ander niet mee lastig valt. En inderdaad, we moeten er elkaar niet mee lastig vallen, maar toch mogen we de schat die we hebben ontvangen niet alleen voor onszelf houden. Fillippus deed dat in elk geval niet;  “hij daalde af naar de stad Samaria, niet bepaald de meest vriendelijke stad, en hij predikte hun de Christus”.

Vervolgens gebeuren er ook dingen waartegenover wij misschien wat sceptisch staan; er is sprake van onreine geesten die verdreven worden en lammen en kreupelen  die worden genezen. En ook al heb ik persoonlijk nog nooit zoiets meegemaakt, ik hoor dat er mensen zijn die dergelijke ervaringen wel hebben. Door de hele Bijbel heen is het uitdrijven van onreine geesten en genezing van zieken één van de tekenen van de H. Geest. Hoewel, ik zeg dat ik nooit zoiets meegemaakt heb, heb ik in mijn werk in de verslavingszorg wel degelijk gezien hoe mensen, ook lichamelijk opknapten, als ze geestelijk weer op het rechte pad beland waren.

Een derde teken van de heilige Geest is de grote vreugde die Hij teweeg brengt. “Er ontstond grote vreugde in die stad”, lezen we bij Fillipus. Dus als wij waarachtig Christen zijn, dan zouden wij zichtbaar vreugdevolle mensen moeten zijn. Van mijzelf kan ik wel zeggen dat er in mij altijd een vreugdevolle onderstroom aanwezig is, sinds ik Jezus opnieuw heb leren kennen, maar of ik die ook voldoende uitstraal, daar heb ik zo mijn twijfels over. Wel heb ik die onverwoestbare vreugde regelmatig gezien bij sommige oude monniken. Zij lijken volslagen pretentieloos door het leven te gaan maar hebben altijd een soort aureool om zich heen van eenvoudige blijdschap.

Een vierde element dat met de heilige Geest te maken heeft, vinden we in de tweede lezing, de brief van de apostel Petrus. “weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt  van de hoop die in u is”. Als wij, christenen, willen getuigen van de hoop die in ons is door de verrijzenis van Christus, dan is het belangrijk dat we Hem goed kennen. Dat we niet alleen vreugdevolle mensen zijn, maar dat we ook kunnen zeggen waar die vreugde vandaan komt. Met andere woorden: dat we Christus en de Kerk kennen. En dat schort er in onze dagen enorm aan. We hoeven natuurlijk niet allemaal grote theologen te zijn, maar iemand die zegt van Christus te houden zou zich ook in Hem, en in Zijn belangrijkste instrument in deze wereld, onze Kerk, moeten willen verdiepen. Er zijn nogal wat mensen die zeggen; Jezus wel ja, maar de Kerk, nee dat hoeft voor mij niet. Ik geloof wel op mijn eigen manier. Ik ga daar nu niet verder op in, maar Christus en de Kerk zijn niet los verkrijgbaar. Alleen de Kerk leert ons Christus kennen in Zijn diepste betekenis. Zeker niet het belangrijkste maar wel een heel simpel voorbeeldje van grote onwetendheid is bijvoorbeeld dit; Veel mensen denken dat onze parochie financiëel in stand gehouden wordt door Rome. Dat alles wat we nodig hebben door Rome betaald wordt. Maar wij krijgen geen cent van Rome en ook niet van het bisdom; daar moet juist geld naartoe. Het is vaak schokkend hoe jonge ouders denken alles wel te weten over de Kerk maar ondertussen rondlopen met de vreemdste denkbeelden en aannames en die dus naar hun kinderen toe bijvoorbeeld nooit “verantwoording af kunnen leggen van de hoop die in hen is”; zoals Petrus zegt.

En tenslotte het Evangelie.  Het klinkt bijna als een lied: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven om voor altijd met u te zijn: Ik zal u niet verweesd achterlaten. Ik kom naar u toe. Op die dag zult gij erkennen, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u”.  Vader, Zoon en Geest; liefde is eigenlijk alles waar het om draait. Dat wij Zijn geboden onderhouden, want dat zijn enkel geboden die in liefde zijn gegeven, die liefde oproepen en liefde voortbrengen. Liefde met een hoofdletter. Liefde die veel groter en veelomvattender is dan datgene wat wij doorgaans onder liefde verstaan. Niet een beetje, maar totaal, met alles, met je hele leven, je hele bestaan. Onbegrijpelijk eigenlijk, en toch dat is wat Vader en Zoon met de H. Geest bewerkt hebben in deze wereld. Het is waar wij van leven, het is waarvan wij willen getuigen. Amen

14 Mei 2026

Vergeving 2e zondag van Pasen 2026

Vandaag is het de 2e zondag van Pasen, sinds jaar en dag ook bekend als Beloken Pasen. Het woord komt voort uit het feit dat de leerlingen zich, na de gebeurtenissen rond de dood van Jezus, ontredderd en angstig hebben afgesloten van de buitenwereld. In het jaar 2000 riep paus Johannes Paulus deze dag uit tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Dit besluit van de Paus had alles te maken met de Poolse zieneres Maria Faustina Kowalska. Zij zou een verschijning van Christus gehad hebben, waarbij Hij zichzelf bekend maakte als de Goddelijke Barmhartigheid. Paus Johannes Paulus overleed, toevallig of niet, in 2005 op de vooravond van deze Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. Maar als we het Evangelie van vandaag goed aankijken, dan zien we dat het bepaald niet toevallig is dat deze zondag de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid geworden is.

Het Evangelie van vandaag, wederom van Johannes, kent tal van invalshoeken en het meest in het oog springend is natuurlijk de strubbeling rond de ongelovige Thomas. Toch wil ik, geïnspireerd door de Amerikaanse bisschop Barron vandaag een ander facet belichten. Het is een belangrijk element van het christelijk leven en als het verkeerd begrepen wordt, wordt het hele christelijk leven verkeerd begrepen. Laten we even luisteren hoe het begint;  “Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zei hun: “Vrede zij u!” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Daarop zei Jezus hun opnieuw: “Vrede zij u!” Wat hier van groot belang is, is het feit dat de verrezen Christus Zijn wonden laat zien en vrede aanzegt; ze zijn er tegelijkertijd; de wonden en de vrede. De wonden zijn de tekenen van onze zonden. Want hoe komt Jezus aan die wonden? Probeer eens stil te staan en u te realiseren wanneer en hoe Jezus u het meest irriteert. “Hoezo” zult u zeggen, “wat bedoel je, Jezus is de Zoon van God”. Maar dat is het precies; Zoals St. Petrus ergens zegt: “De gever van al het leven kwam in de wereld, maar jullie hebben Hem gedood”. Jezus,  God onder ons, Emmanuel, het Woord dat vlees geworden is; Hij werd bejubeld, maar aan het eind van de dag kreeg Hij te maken met zo’n gewelddadige krachten dat ze Hem aan een kruis genageld hebben. “Maar dat hebben wij toch niet gedaan”, zullen velen zeggen. Nee, letterlijk hebben wij Jezus niet aan het kruis genageld, maar de vraag is wel of wij, als we er destijds bij geweest waren, zoveel anders gedaan hadden. Of wij zoveel dapperder geweest zouden zijn als de leerlingen die hem allemaal in de steek lieten, of wij zoveel beter begrepen zouden hebben wie Jezus waarlijk was. En als we niet zover terug willen kijken, zien we misschien hoe we ook nu nog wonden slaan door te zondigen tegen onze medemens of tegen onszelf.

Hoe dat ook zij en hoe ieder voor zich daarover denkt; de wonden van Jezus confronteren ons met wie we werkelijk zijn; als het puntje bij paaltje komt; niet alleen lieverds, maar ook zondaars. Dat is ook het punt waar Jezus mij het meest irriteert; als Hij mij, bijvoorbeeld in het tonen van zijn wonden, herinnert aan de wonden die ik zelf maak en dat ik dus ook een zondaar ben, die nood heeft aan barmhartigheid en vergeving. En dat is natuurlijk ook de reden dat onze katholieke Kerk niet gemakkelijk op grote populariteit kan rekenen; omdat zij de wereld onverbloemd blijft voorhouden wat zondig is.

Maar Jezus laat niet alleen zijn wonden zien. Juist niet. Hij begint met het aanzeggen van vrede, dan pas laat Hij zijn wonden zien en dan zegt Hij opnieuw “Vrede zij u”. Ja, wij hebben de Zoon van God vermoord, maar diezelfde Zoon van God komt terug met vergevende liefde! Dat betekent dat er tenslotte “geen zonden bestaan die ons kunnen scheiden van de liefde van God”; zoals Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen. En hier ligt dan ook de kern van het christendom, in het samen bestaan van de wonden van Jezus en de vrede die Hij desondanks aanbiedt. Waren er de wonden alleen, dan was alles voor ons verloren, dan was er alleen de ellende van het geweld en de dood. Was er de vrede alleen, dan zou dat een tot een goedkoop, onwaarachtig en tot niets verplichtend “everybody happy”, leiden. Maar in dit gebeuren van de wonden die er zijn, en de vrede die Christus brengt ligt de grote vreugde van het christendom; dat wij, zondaars, kleine of grote, nooit voor Hem verloren gaan. En daarom mag deze zondag dan ook Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid heten.

Vervolgens spreekt Jezus deze woorden; “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” En na dit gezegd te hebben blies Hij over hen en zei hun: “Ontvangt de Heilige Geest”. Van wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, van wie gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Jezus draagt de leerlingen op om die Goddelijke Barmhartigheid, die ultieme vergevingsgezindheid, zoals die door Jezus gebracht werd, door te geven aan de hele wereld. En zo krijgt de Kerk dus die dubbele opdracht; de wereld blijvend herinneren aan datgene wat niet deugt, datgene wat zondig is, en tegelijkertijd de zondige mens niet plat slaan, maar opbeuren en nieuwe kansen geven. Niet 7 maal zoals de apostelen ergens voorstellen, maar 70 maal  7 maal. De opdracht om deze vergevende liefde te verspreiden werd allereerst aan de apostelen gegeven.

De sacramentele vorm ligt daarom logischerwijs bij de bisschop en zijn helpers, de priesters. De Biecht, sinds de zestiger jaren verguisd door een generatie lauwe katholieken die zich, in een doorgeslagen mondigheid, niets meer wenst te laten gezeggen. Dat is eigenlijk heel pijnlijk, want als er één sacrament is waar we niet zonder kunnen, dan is dat juist die vergevende liefde; jezelf niet hoeven te verstoppen achter een masker van schijnheiligheid, niet ’s nachts, alleen in je bed treuren over je misstappen, niet steeds verder verharden ten opzichte van je medemens, maar de wonden in je leven laten verzorgen door de vergevende liefde van God in de Biecht. Maar het zal u duidelijk zijn dat het niet alleen om sacramentele vergeving kan gaan. We hebben allemaal de opdracht om te vergeven. We zeggen het dagelijks in het belangrijkste gebed dat Jezus ons leerde; “Vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven aan onze schuldenaren”. De onderlinge vergeving van mensen is misschien wel net zo belangrijk als de Sacramentele. Want als we alle fouten van onszelf en van onze naasten alleen maar blijven optellen en niets daarvan wegstrepen door het te vergeven, dan komen we terecht in een wereld van haat en zelfhaat. Met andere woorden; vergeven is noodzaak. Wat een rijkdom, de Goddelijke Barmhartigheid, aan ieder van ons gegeven. Wat een geluk, de katholieke Kerk die Gods Barmhartigheid door de tijd draagt. Amen.