God is een ontmoeting. 5e zondag dhjr. C 2025
Als we op zoek gaan naar gelovig leven en we slaan daartoe de Bijbel open, dan zien we dat er bij elke mens die gelovig is drie sleutelelementen te onderscheiden zijn. Ten eerste begint het altijd met het doorbreken, het binnenkomen van de genade. Een indrukwekkende gebeurtenis in iemands leven, geboorte, overlijden, op het nippertje gered worden uit een situatie, genezing van een ziekte of gewoon een overweldigende ervaring in de natuur, dat kunnen allemaal aanleidingen zijn waardoor de genade binnen kan komen, anders gezegd; die ons iets van Godsbesef doen ervaren. Het tweede, wat daarop volgt is het besef van eigen nietigheid en oneindig tekort schieten ten opzichte van die door God gegeven genade. Zondebesef en bekering. En het derde wat je bij elk bekeringsverhaal in de Bijbel ziet, is dat deze gelovigen zich gezonden weten. Zij willen of mogen hun godsgeluk niet voor zichzelf houden maar voelen zich geroepen om het verder te vertellen; te missioneren.
Zowel in de eerste lezing als in het Evangelie van vandaag vinden we die elementen dan ook terug. In zijn visioen spreekt Jesaja van een overweldigende ervaring. Voor ons een wat vreemd verhaal, voor Jesaja zelf waarschijnlijk ook, maar het is in elk geval een moment waarin de genade van God hem overrompelt. En het gebeurt in het sterfjaar van koning Uzziahu. Dat is een belangrijk detail waarmee gezegd wil zijn dat het niet zomaar een vaag iets is, maar dat mensen vaak precies kunnen aanwijzen waar, wanneer en waardoor het was dat zij door God gegrepen werden. “Wee mij, ik ben verloren”. Ook Jesaja erkent zijn eigen kleinheid en zondigheid tegenover die genadevolle God. “Ik heb onreine lippen”. “Ik ben zondig”. Hoe meer licht er op een zaak schijnt, des te beter zie je de verontreiniging. Zo gaat het met alle heiligen; hoe meer zij getroffen worden door het licht van Gods genade hoe meer zij beseffen hoe klein en zondig ze eigenlijk zijn ten opzichte van de Schepper. God kan ook niets met hoogmoedige, zelfgenoegzame mensen. Die hebben God niet nodig, die hebben genoeg aan zichzelf; denken ze.
Maar God schept er geen behagen in om de mens neer te drukken in zijn zondigheid. Hij zuivert de onreine lippen van Jesaja met een gloeiende kool, en nu, met die geweldige Godservaring, bevrijd van zijn zondigheid, biedt Hij zich spontaan aan bij God om zijn woord onder de mensen te verspreiden. “Wie moet ik zenden?” “Hier ben ik heer, zend mij”. Genade, besef van zondigheid, zending.
In het Evangelie zien we een parallel aan dit verhaal. De vissers zwoegen tevergeefs, ze hebben niets gevangen en ze geloven ook niet dat er nog iets zit. Dan bezorgt Jezus hun die overrompelende ervaring van een massa vissen, die Petrus ertoe brengt op zijn knieën voor Jezus neer te vallen en zijn kleinheid zijn zondigheid te belijden. Alleen al dat gebaar betekent voor Jezus dat Petrus zijn plek ten opzichte van God kent en juist daarom wordt hij door Jezus gezonden om namens Hem te spreken en voortaan mensen in plaats van vissen te vangen. Genade, besef van kleinheid of zondigheid, zending.
Hebben wij hier ook nog iets mee van doen? Hebben wij ooit serafs gezien of wonderbaarlijke visvangsten? Met andere woorden; Hebben wij ooit een Godservaring gehad? Wellicht wel, misschien niet zo spectaculair, maar toch zal zeker iemand van u wel kunnen vertellen wat er op zijn of haar levensweg gebeurd is dat je een beslissende Godservaring zou willen noemen. Ik in elk geval wel. Het is eigenlijk een heel lang verhaal, maar ik zal het heel kort vertellen. Rond mijn 25ste zat ik in een existentiële crisis. Wie ben ik? Wat moet ik? Waarvoor doe ik het allemaal en wat heeft het voor zin? Er was die dag veel gebeurd waardoor ik mij afgewezen voelde door de collega’s op mijn werk en ik had al niet zo’n hoge pet van mezelf op, dus ik zat er helemaal doorheen. Terwijl de tranen langs mijn wangen liepen, startte ik mijn auto om naar huis te gaan en het cassettebandje dat nog opstond sloeg meteen aan. En snoeihard klonk het lied van ene Peter Schneider; “I’ ll never let you go, cause I love you so” “Ik laat je nooit los, want Ik hou zoveel van je”. Gewoon het zoveelste liefdesliedje maar bij mij sloeg dat die dag in als een bom. Ik kan u precies aanwijzen waar dat gebeurt is. Voor mij was dit de stem van God. Precies op het juiste moment. Het heeft mijn hele leven veranderd. Waar ik bijvoorbeeld eerst geen gezin aandurfde, hebben wij nu vier kinderen. (en ben ik inmiddels ook nog drie keer opa). Want vanaf die Godsontmoeting weet ik het zeker; “Ik hoef nergens meer bang voor te zijn. Want als ik ooit nog eens in zo’n situatie van totale verlatenheid terecht kom, dan zal Hij ook daar weer zijn om mij op te vangen”.
Het voorval heeft mij ook in de richting van het diakenschap gestuurd, want natuurlijk doe je voortaan niets liever dan getuigen van het grote wonder dat je overkomen is. Dat gun je iedereen.
“Heilig, heilig, heilig, God der hemelse machten”, roepen de serafs Jesaja toe in de eerste lezing. Heilig, heilig, heilig, God der hemelse machten” zingen wij elke keer opnieuw als we beginnen aan het grote bruiloftsmaal. Wat een genade dat wij dit hier zo samen mogen vieren! Keer op keer. Amen.