Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

2 November 2023

Liefhebben; een manier van doen. 30ste zondag 2023

Van de week had ik een gesprekje met kapelaan Quinten over onze liturgie.
U weet wellicht dat we hier in de kerk ook elke zondag een heilige Mis hebben volgens de Tridentijnse ritus. In de volksmond wordt over die mis wel gezegd dat de priester “met de rug naar de mensen staat”. Hoewel die Latijnse mis niet helemaal mijn ding is, overviel me van de week, niet voor de eerste keer, het gevoel dat wij, dat ik hier misschien toch vaak verkeerd om sta. Niet omdat ik liever met de rug naar u toe zou staan, maar toch, omdat het hier niet om mijn of ons gezicht gaat, maar veel meer om de Aanwezigheid van de onzichtbare God. Onwillekeurig krijg je, als je hier zo voor iedereen te kijk staat iets van een gevoel dat het er toe doet dat jij daar staat. En een stapje verder; dat je jezelf ook nog eens belangrijk gaat vinden. Maar hier gaat het, zoals gezegd niet om mij of om ons, maar om het Aangezicht van God, en daarvoor richten wij ons, zeker als we bidden, beter samen naar het Allerheiligste, naar het tabernakel, waarin God aanwezig is.  

Maar, zo zeiden de kapelaan en ik tegen elkaar, het gaat natuurlijk ook wel om mensen; dat we elkaar ook zien, dat we elkaar ook aan kunnen spreken. En dan is het juist weer nodig om elkaar aan te kijken. Als wij hier samen vieren gaat het om God èn om mensen. Mensen van God. Of God van mensen.   

Daarmee zitten we meteen midden in het Evangelie van vandaag. “Het eerste gebod” zegt Jezus “Het eerste gebod, is, dat je God liefhebt”. En het tweede, daaraan gelijk; “dat je van mensen houdt als van jezelf”. Toch het eerste gebod; “van God houden”. Waarom toch eerst God? Hoeveel mensen hebben bij hun kerkverlating niet de volgende smoes gebruikt; “Ach, als je maar goed bent voor elkaar, dat is toch het belangrijkste”, of “werken is ook bidden”. Nee, toch, eerst God liefhebben; omdat alles van Hem uitgaat, omdat Hij ons gewild heeft, omdat Hij ons geschapen heeft, omdat Hij ons de richtlijnen geeft die ons in staat stellen om uit te maken wat dan “goed zijn voor elkaar” is en omdat Hij de kracht geeft om ook te doen wat goed is. Om desnoods, daarbij gesteund door Jezus, ons kruis te dragen. En het is evident; als de liefde voor God bij ons voorop staat, dan kan het niet anders dan dat wij ook Zijn schepselen, onze medebroeders en zusters liefhebben. Je kunt niet God liefhebben terwijl je de mensen, die door God gewild zijn, haat.  

Maar er is nog iets anders. Voor ons mensen van de 21ste eeuw is het maar raar om de liefde als een gebod te zien. Liefde is toch iets wat je voelt en het heeft toch geen zin om iets te veinzen wat er niet is? Maar in de Bijbel gaat het bij lief hebben niet primair om een fijn gevoel dat je bij iemand zou hebben. Jezus zegt het zelf ook heel duidelijk; “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden” En Hij besluit het Evangelie dan ook met te zeggen; “Aan deze twee woorden” –God liefhebben en de naaste als jezelf- hangt heel de Wet en de profeten. Want –God liefhebben en de naaste liefhebben- is geen gevoel, het is een manier van doen. En die manier van doen heeft alles te maken met de Tora; Gods richtingaanwijzers ten leven, het woord dat wij vertaald hebben met “de Wet”. De eerste lezing geeft een inkijkje van wat dat dan concreet betekent; Je hoeft niet alle weduwen en wezen lief te vinden, maar je moet goed zijn voor de meest kwetsbaren onder ons. In de tijd van de Bijbel waren de weduwen en wezen de meest kwetsbaren want zij waren helemaal aan hun lot overgelaten. Je hoeft niet alle vreemdelingen leuk te vinden, maar je moet zorgen dat ze niet verwaarloosd worden, dat ze niet verloren lopen. Als je iemand zijn mantel als onderpand hebt, geef hem dan terug voor de avond, want diegenen heeft hem nodig om zich warm te houden in de koude nacht. Enzovoorts enzovoorts. Allemaal concrete voorbeelden van dat gebod; “van de  naaste houden als van jezelf”. Allemaal voorbeelden van hoe God zelf met mensen wil omgaan; vol zorgzame liefde. Maar om dat in deze wereld waar te maken, heeft Hij ons nodig. Hij heeft hier geen andere handen dan die van ons. En daarbij gaat het dus niet allereerst om een gevoel, maar om een keuze; Willen wij, in de geest van het dubbelgebod van Jezus, meewerken aan de Schepping?  

Ik moest bij de voorbereiding van dit preekje ineens ook denken aan de huwelijksbelofte van man en vrouw. U kent het. Die belofte eindigt met; Wilt u hem/haar liefhebben en waarderen al de dagen van uw leven?En dan antwoorden Bruid of Bruidegom: "Ja, ik wil". Niet van; “Ja, het voelt zo goed”, of zoiets, maar “Ja ik wil” “Ik kies ervoor om te doen wat binnen mijn vermogen ligt”. En uiteraard speelt er bij de meeste huwelijken ook een goed gevoel. Maar het gaat om een keuze. En eigenlijk is het niet anders bij het Doopsel. Gedoopte mensen kiezen ervoor om Christen te worden, om zich als Christen te gedragen en dat is niet altijd alleen maar een goed gevoel, niet altijd een rozentuin. Het doopsel brengt verantwoordelijkheid met zich mee, maar die verantwoordelijkheid kunnen wij aan omdat we ons gesteund weten door God. Daarom is het ook zo belangrijk om elke zondag hier samen te komen; om God die plaats in ons leven te geven; de eerste plaats; Om vanuit die relatie met Hem de wereld aan te kunnen. Amen.

 

 

2 November 2023

"Geen woorden maar daden" 26ste zondag 2023

Het Evangelie van vandaag is eigenlijk niets voor een preek. In de parabel die Jezus vertelt, spreekt Hij heldere taal die voor iedereen te begrijpen is. Het zou aanmatigend zijn, als ik zou menen daar nog iets aan te moeten uitleggen. Nee, het Evangelie van vandaag is meer iets voor in de biechtstoel dan voor een preek.  Want het mogen dan wel de hogepriesters en oudsten zijn, die Jezus hier aanspreekt; mensen die de mond vol hebben over God, maar zelf niet doen wat ze zeggen; de les die Jezus hen leert, is voor iedereen  van toepassing. Maar dat is, zoals gezegd, niet om hier vanaf de preekstoel uit te zoeken. Dat is heel persoonlijk. Het gaat over het binnenste van ons hart en dat hoort in de biechtstoel thuis. Daar moeten of mogen wij, ieder persoonlijk, onszelf de vraag stellen; “Waar heb ik –ja- gezegd en –nee- gedaan?” of “Waar en wanneer zeg ik –ja- maar doe ik –nee-?” Voor mijzelf weet ik dat wel en ik vermoed dat ieder van ons dat ook heel goed van zichzelf weet, maar dat hoeft hier dus niet in het openbaar.

Daarom wilde ik de preek van vandaag zo kort en krachtig houden als het Evangelie zelf; “Geen woorden maar daden”. Of zoals Jezus elders zegt; “Niet iedereen die zegt “Heer, Heer!” zal binnengaan in het Rijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is”. Amen.

 

5 September 2023

Het lijden als consequentie van de liefde. 22 ste zondag dhjr

Zojuist hoorden we een stukje uit de profeet Jeremia. En net zoals de meeste profeten, heeft Jeremia het niet gemakkelijk. Hij moet het volk een boodschap voorhouden die niet welkom is. Logisch dat hij het bijltje erbij neer wil gooien. Niemand luistert naar hem, ze lachen hem uit en bespotten hem. Maar het karakteristieke van een echte profeet is dat hij niet anders kan dan de waarheid zeggen, ook al wordt die hem niet in dank afgenomen. Als God je eenmaal echt te pakken heeft, dan kun je niet anders meer, dan van Hem getuigen. Hoe toepasselijk is dit beeld van de profeet Jeremia niet ook voor ons als Kerk. Wij die niets liever doen dan de rijkdom die ons in Christus is overkomen delen met de hele wereld. Maar die wereld lijkt er geen enkele boodschap meer aan te hebben. Ik sta er vaak versteld van hoe mensen kunnen leven onder volstrekte afwezigheid van God. Dat zij het uithouden in deze harde wereld zonder de geborgenheid in Hem, die enkel gevende en vergevende liefde is. De meeste mensen lijken af te haken omdat “de wil van de Vader”, lijnrecht lijkt te staan tegenover hun persoonlijke geluk, de eigen wil. En ergens klopt het ook wel; de wil van de Vader staat vaak tegenover onze eigen wil, omdat de wil van de Vader gericht is op ons eeuwige geluk, terwijl onze eigen wil meestal niet verder ziet dan het tijdelijke, het onmiddellijk tastbare geluk. In die kortzichtigheid zien wij vaak helemaal niet dat de geboden die God ons gegeven heeft niet iets van ons afpakken, maar ons juist iets geven. En niet in de zin van; “Als je nu maar braaf doet wat God zegt dan kom je later wel in de hemel”. Nee, als de geboden er zijn tot eeuwig geluk, dan moeten zij ons ook nu gelukkig maken, want de eeuwigheid begint niet later, die is al aan de gang! En zo is het ook. De tien geboden zijn er om dit leven hier en nu zo te ordenen dat hier en nu ook echt geluk kan bestaan. Maar ja, kom daar maar eens mee aan in een wereld waar inmiddels gewoon alles moet kunnen;  van abortus tot ongehuwd samenwonen, van chemische anticonceptie tot geslachtsverandering, van exorbitante zelfverrijking van enkelingen tot schrijnende armoede bij een grote massa. Als je daar nog tegenin durft te gaan, dan krijg je minstens zoveel over je heen als Jeremia. En toch,; wij kunnen niet anders. De waarheid in Christus, móét doorgegeven worden.

De waarheid in Christus….pfff….ook een hele mond vol. Ook een probleem waarmee deze wereld geen raad weet; waarheid. De waarheid bestaat niet meer. Voor de massa telt enkel nog de eigen mening als waarheid. Zoveel waarheden dus  als er mensen zijn met een eigen mening.  Als Jezus dus zegt; “Ik ben de Weg de Waarheid en het Leven”, is dat dan niet al te aanmatigend? Kan Hij dat wel zeggen en mag de Kerk zich laten voorstaan als behoeder van die waarheid?

Als ik een preek moet voorbereiden dan lees ik altijd enkele commentaren van Bijbelkenners of andere predikanten. En wat bij mij dan toch regelmatig wat wringt is dat het lijden op een of andere manier verheerlijkt lijkt te worden. Ook vandaag, als we Jezus horen zeggen dat Hij moet lijden en ter dood gebracht zal worden en dat wij, als we Hem willen volgen, ook dat kruis op ons moeten nemen. Bepaald geen vrolijke gedachte als die op zichzelf blijft staan. Maar misschien is dat wel het grootste misverstand dat er over Jezus bestaat; dat Hij wil lijden om God te behagen. Niemand wil het lijden, God niet, Jezus niet en wij ook niet. De Vader wil het lijden van Jezus helemaal niet. Het gaat alleen om gevende en vergevende liefde. De reden waarom Jezus zich met recht “de Weg de Waarheid en het Leven noemt”, is, omdat Hij die gevende en vergevende liefde van God tot in het uiterste heeft laten zien. Het lijden wat Hij daarbij ondergaat is niet het doel, maar het is de onvermijdelijke consequentie van die radicale liefde voor ons, zondige mensen. 

Het hoogste goed voor een mens, dat wat iedereen wil, is dat hij of zij wordt liefgehad. Nou, en in die zin is Jezus wel degelijk de waarheid, want hoe kun je je liefde voor de ander beter bewijzen dan door je leven voor hem of haar te geven; opnieuw niet met als doel het lijden, maar met het lijden als uiterste  consequentie van de liefde. Als wij onze wereld zouden vormgeven op de manier zoals Christus dat vraagt; Als we Hem zouden volgen in de liefde en als consequentie daarvan, het onvermijdelijke lijden, dan zouden we een totaal nieuwe wereld te zien krijgen. Geen enkel huwelijk kan standhouden zonder dat de echtelieden iets van dat onvermijdelijke lijden willen dragen. Maar dus wel degelijk; Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Die weg hoeft vandaag niet af, maar we mogen ons nooit laten ontmoedigen; gewoon, omdat Hij achter ons staat.   

Nog even naar het Evangelie. We zien daar hetzelfde gebeuren als waar ik het in het begin over had. Vorige week nog heeft Jezus Petrus de sleutels van het Rijk der hemelen gegeven en hem de rots genoemd waarop Hij zijn kerk zou bouwen. Vandaag scheldt Hij hem uit voor het ergste wat hem maar kan overkomen; “Satan ga weg”. Waarom? Vorige week hoorden we hoe Jezus door Petrus herkend leek te worden als de Christus de Zoon van de levende God. De God van het eeuwige geluk. Vandaag zien we dat Petrus toch nog helemaal vast zit aan dat tijdelijke, angstig behoudende geluk van deze wereld. Hij wil met Jezus als voorman, de aardse macht vasthouden terwijl Jezus ons naar een veel hoger plan wil tillen, los van dat tijdelijke, aardse. Frappant is dan ook dat Petrus enkel reageert op het lijden en de dood. Hij hoort niet eens dat Jezus erbij zegt dat Hij na drie dagen zal verrijzen. Dat er dus meer is dan het aardse, dat God groter is dan het tijdelijke en vergankelijke, dat komt dus ook bij Petrus niet echt binnen. En daar zit hem natuurlijk ook de crux voor wat betreft onze hele omgang met de geboden; als je niet echt gelooft in een God die enkel gevende en vergevende liefde is, dan kun je je ook niet openstellen voor de geboden waarmee Hij ons op het spoor van dat eeuwige geluk wil brengen.

Laten we bidden voor al die mensen die het spoor in deze kwijt zijn en mogen wij zelf vandaag de gevende en vergevende liefde van God weer herkennen in de Eucharistie; Christus, die zichzelf aan ons geeft, namens Zijn Vader en onze Vader. Amen.

 

2 Juli 2023

God op de eerste plaats. 13e zondag dhjr. 2023

Heel wat jaren geleden was het monseigneur ter Schure, toen de bisschop van den Bosch, die waagde te zeggen; “Ik houd meer van God dan van mensen”. De goeie man wàs al niet zo populair en dit maakte het er niet beter op. Vandaag echter horen we dat de houding van de bisschop eigenlijk heel evangelisch was en dat Jezus het zelfs nog bonter lijkt te maken. “Wie zijn vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waard. Wie zijn zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waard”. Wij moeten dus meer van Jezus, meer van God houden, dan van onze eigen kinderen! Probeert u zich eens voor te stellen hoe dat eruit zou zien; dat u meer van God zou houden dan van uw eigen kinderen! En toch; op de keeper beschouwd is het helemaal niet teveel gevraagd. Want als wij ze niet van God gekregen hadden, dan had niemand van ons kinderen gehad. Maar de boodschap, de les die Jezus hier uitspreekt, is meer omvattend.

Wij weten hoe Jezus zelf helemaal vanuit deze visie geleefd heeft; Zijn eigen leven volslagen ondergeschikt gemaakt aan dat van zondaars. Maar we weten ook dat het geen domme kamikaze-actie is geweest. Jezus heeft de mensheid iets willen zeggen, iets willen leren met Zijn offer. Wat wil Jezus ons dan zeggen? 

Als Jezus over deze dingen spreekt dan moeten we op de achtergrond de samenvatting van heel Zijn leer mee laten spreken. En die samenvatting vinden we in een bijbelpassage die ieder van ons kent; “Een Schriftgeleerde legde Hem de vraag voor: “Wat is het allereerste gebod? Jezus antwoordde; Het eerste is: Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit; Gij zult uw naaste beminnen als uzelf”. In het Evangelie van vandaag legt Jezus dat gebod verder uit. Hij laat zien wat het tenslotte betekent om God te beminnen met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en heel je kracht. Daarbij komt elke andere liefde; zelfs de liefde voor vader of moeder, zelfs de liefde voor zoon of dochter, op de tweede plaats. Maar het is de helft van een tweedelig gebod. Jezus voegt er direct aan toe; “Het tweede is; Gij zult uw naaste beminnen als uzelf”. Hij zegt daarmee dat die twee helften onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.  

Welke les kunnen wij eruit trekken? Nooit is er zoveel gesproken en geschreven over respect, verdraagzaamheid, solidariteit. Nooit zoveel pleidooien gehouden over behulpzaamheid en daadwerkelijke naastenliefde, als vandaag. Maar van de andere kant zien we dat al dat gepraat en geschrijf, al dat preken en moraliseren, steeds minder effect lijkt te hebben. De wereld is koud aan het worden, de mens eenzaam en de maatschappij hard. Mensen vluchten weg in drugsgebruik, gezinnen spatten uiteen. Ontevredenheid neemt toe, conflicten hopen zich op, op alle niveaus; lokaal, nationaal en internationaal. 

Het zal wel al te simpel zijn om te veronderstellen dat dit allemaal in één klap zal zijn opgelost, maar de les van Jezus heeft er wel degelijk mee te maken. Jezus spreekt niet voor niets eerst over de liefde voor Hem, en dan, in de tweede plaats, over naastenliefde. Die volgorde is niet zonder reden, want Jezus weet hoe de mens is. Hij weet dat niemand in staat is, het tweede gebod “bemin uw naaste als uzelf”, te onderhouden, uit zichzelf, uit eigen kracht. Hij weet dat wij niet in staat zijn het gebod van de naastenliefde te volbrengen als wij niet eerst God bovenal beminnen. Hij weet ook dat wanneer wij God bovenal beminnen, wij automatisch ook onze naasten zullen liefhebben als onszelf, omdat ook zij Gods kinderen zijn. Als wij God zozeer beminnen, dan kunnen wij niet zijn kinderen haten. Daarom is van God houden het allereerste en het voornaamste gebod. 

En daar zit dus de angel van veel onvrede is onze wereld. Er is geen plaats meer voor de liefde tot God; mensen zitten nog wel vol goede bedoelingen, maar ze vergeten de Schepper die alles gemaakt heeft; ook de kracht om die goede bedoelingen waar te maken. We moeten dus echt terug naar de bron van ons geloof, terug naar de volgorde die Jezus in de geboden aanduidt. God op de eerste plaats. Vervolgens zullen we met Zijn hulp in staat zijn om onze vaders en moeders, onze zonen en dochters, al onze naasten, onbaatzuchtig lief te hebben. Amen.