Daar staan we dan met alles wat er over gebleven is van iets wat een groot feest had kunnen zijn. Een heleboel mensen hebben om begrijpelijke redenen afgezegd. Het koor, waarop wij ons erg verheugd hadden, dat ook nog speciaal mijn lievelingslied had ingestudeerd, moest op het laatste moment alsnog afhaken. Maar ja, eigenlijk is het ook maar een luxe-probleem. Er zijn zoveel ergere dingen. Bovendien, zoals in het Evangelie staat; het feest, het bruiloftsmaal, de Eucharistie, die gaat hoe dan ook door! En voor een goed verstaander is dat toch het allerbelangrijkste. Ik ben in elk geval blij dat u er wel bent en dat mr. van den Brand en mw. van den Berg muzikaal en vocaal redding brengen. Want geloof me, er zijn momenten geweest hier in deze kerk, dat ik mw. van den Berg heb horen zingen en dat ik aan een engel dacht. Heel blij ben ik ook met de aanwezigheid van mijn oud collega’s; diaken Henk van Thiel, kapelaan Herman Schaepman en pastoor of pére, moet je tegenwoordig zeggen; pére Theo van Osch. En naar pastoor Ponsioen zal ik zo maar even zwaaien want die zit achter de computer.
Tja, wat zal je verder nou eens zeggen op zo’n dag als deze? We vieren mijn 25 jarig jubileum en dan zou het dus over mij moeten gaan. Velen van u hebben het artikel gelezen dat ik schreef over die 25 jaar, en daar hebt u kunnen zien dat de hoofdrol gespeeld wordt door mijn vrouw. Haar “schuld” is het, dat ik diaken ben geworden, want zij moest zo nodig trouwen voor de Kerk. Of misschien kun je ook zeggen dat het begonnen is bij mijn ouders. Zij hebben een zoon op de wereld gezet, die alsmaar vragen bleef stellen bij het leven. Eentje ook, die niet tevreden was met een half antwoord. Of zou het begonnen zijn bij mijn oudste zus, ons Nel, die de eerste stukjes van een antwoord heeft aangedragen. Wat ik maar zeggen wil; het is niet hier of daar begonnen. Het is overal begonnen. En zo is het ook niet –mijn ding- dat ik diaken geworden ben, het is -ons ding-. Beste mensen het is een feest, het jubileum ook wel, maar vooral het feit dat God ons gevonden heeft, dat God ons gedreven of geroepen heeft, en dat daarmee ons leven nooit meer doelloos is. Dat er in de kern geen angst meer bestaat, omdat de moeder van alle angsten, de angst voor de dood, overwonnen is. Want dat is toch het leven in de kern. Wij grijpen ons met alle macht vast aan het tijdelijke geluk, hier en nu, terwijl je zeker weet dat het ooit voorbij zal zijn. Maar geluk dus, daar gaat het wel om. Nu heeft God ons zo “geprogrammeerd”, zal ik maar zeggen, dat wij alleen gelukkig zijn als we de liefde kennen. En met liefde bedoel ik iets anders dan wat je in Shownieuws te zien krijgt of in de meeste films. God zelf is liefde. Uit liefde heeft Hij ons geschapen. Uit liefde voor ons is Hij mens geworden. En omdat wij maar niet wilden luisteren heeft Hij de hoogst mogelijke daad van liefde gesteld; Hij heeft zich voor ons dood laten martelen aan een kruis. Hoe had Hij ooit nòg meer liefde moeten betuigen? God heeft de Schepping gegeven, Hij heeft de richting naar het hoogste geluk aangeduid, en met een soort doodsschreeuw van Zijn Zoon heeft Hij ons gesmeekt; “Luistert dan toch!” Alles wat God meer zou doen, dan zo, uit liefde voor ons te sterven, zou neerkomen op dwang. En dwingen kan God niet en wil God niet omdat Hij met dwang de Liefde onmogelijk maakt en dus Zichzelf zou verloochenen. En zo is God er min of meer toe veroordeeld om ons alleen onzichtbaar nabij te kunnen zijn. Maar met alles wat God wèl heeft kunnen doen, roept Hij ons op, om te antwoorden met liefde. Nogmaals niet die snelle liefde, die meer op zelfbevrediging lijkt, maar een christelijke liefde, christelijk, op Christus gelijkend. Een liefde die erop gericht is de ander gelukkig te maken. Als wij ons op die Liefde willen richten, zullen we niet alleen tijdelijk, maar eeuwig gelukkig zijn; dat is de belofte.
Maar ja, eeuwig geluk, dat is natuurlijk ook nogal niet iets om te geloven vandaag de dag! En daarmee kom ik bij de volgende generatie uit. Want veel dank ben ik verschuldigd aan onze kinderen. Ons liefste bezit…..nou ja bezit, onze kinderen, zijn ons op een heel natuurlijke manier blijven uitdagen en bevragen. Dat was niet altijd leuk, maar wel altijd heel oprecht en zinvol. Van de week had ik er weer zo een; “Pappa jij zegt wel mooi in dat stuk van jou dat iedereen zijn eigen weg in geloof mag gaan, maar tegelijk zeg je dat er maar één manier is”. En dat klopt inderdaad allebei. God geeft ons volledige vrijheid om onze eigen weg te gaan. Maar tegelijk is er voor iedere mens uiteindelijk toch maar één weg. Eén persoonlijke en unieke weg die beantwoordt aan de roeping die jij van Godswege hebt. Dat wil dus zeker niet zeggen dat we allemaal hetzelfde moeten doen. Wat wel voor iedereen hetzelfde is, dat is het luisteren; eerlijk luisteren naar hoe God de mens bedoeld heeft. Maar de konsekwenties van dat luisteren, die zijn voor iedere mens volslagen uniek. Abraham Josjua Heschel, een joods filosoof, zegt het zo prachtig; “Jij bent uniek op de plek waar jij staat. Want wat jij in deze tijd en op jouw plek kunt doen, dat kan niemand anders in de hele mensengeschiedenis. Als jij dus niet doet wat jij kunt, dan zal het nooit gebeuren”. Zo bijzonder is de roeping van ieder van ons!
Maar er is nòg iets wat ongelofelijk veel vreugde kan brengen; de Biecht. Want we willen het wel zo graag allemaal goed doen, en ik kan het misschien mooi vertellen, maar soms zijn we toch ook van die verschrikkelijke slapjanussen, angsthazen, luilakken of egoïsten dat we gewoon een hekel aan onszelf beginnen te krijgen. En ook die hele last mogen we dan zomaar weer bij God neer kieperen! Natuurlijk niet met een houding van; “Zoek Jij het maar uit”, maar met de bede; “Lieve God ik ben van mezelf te slap, wilt U mij overeind helpen?” En gegarandeerd: dan is Hij er!
Mooi gesproken Pieter, maar vertel nou eens wat je eigenlijk bereikt hebt in die 25 jaar? Daar kan ik heel kort over zijn. Niets. Nada. In termen van de wereld heb ik helemaal niets bereikt. Ik kan tenminste geen twee mensen aanwijzen die dankzij mij bij God uitgekomen zijn, al kan ik evenmin uitsluiten dat er die wel zijn. Ondanks mijn goede bedoelingen lopen de kerken leeg waar ik bij sta. Maar dan kijk ik met een scheef oog naar Jezus en dan vraag ik Hem: “En jij dan Jezus, wat heb Jij bereikt”? “In de ogen van de wereld heb ik ook niets bereikt” zou Hij zeggen, “Ze hebben Mij hier aan dit kruis gespijkerd”. Voor het oog van de wereld was Hij een mislukkeling. Maar wat voor Jezus van onvergelijkbaar groter waarde was dan de waardering van de wereld, dat was en is de liefde van de Vader. Natuurlijk wil ik mijzelf in de verste verten niet meten met Jezus, maar de boodschap begrijp ik wel. Het allerbelangrijkste van het leven is niet wat je allemaal gepresteerd hebt, niet hoe de mensen over je denken, maar hoe je staat in je relatie tot God. Uiteindelijk zal Hij alleen, -God en niemand anders- bepalen, wat het leven van ieder van ons waard is geweest. In die ruimte mogen wij leven. In die ruimte betekent 25 jaar diakenschap helemaal niets maar toch ook weer heel veel. Mogen we allemaal leren dieper te luisteren naar Hem die ons roept, “Adam, mens, waar ben je?” om op te gaan in Zijn liefde, oftewel eeuwig te leven, vanuit het enige antwoord waar onze God recht op heeft; “Ja, hier ben ik”. Amen.
Ik hoop niet dat we mw. Saskia Noort hoeven te beschouwen als “influencer” want als haar mening de massa zou beïnvloeden, ware dat een bron van grote zorg. In haar column in het Brabants Dagblad van 3 oktober jl. betoogt zij dat “een pik zich niet met abortus moet bemoeien”. Dat dat ten ene malen onmogelijk is ontgaat haar kennelijk. Een “pik”, om maar in haar taalgebruik te blijven, is namelijk de oorzaak van abortus. En een onomstreden wet is dat je problemen bij de bron moet aanpakken. Als haar vooronderstelling klopt, dat je met iedereen moet kunnen neuken (weer haar taalgebruik) als je daar zin in hebt, dan heeft ze wel een punt waar het gaat om de verantwoordelijkheid ten aanzien van ongewenste zwangerschap. Dat vrouwen allerlei rotzooi moeten slikken om zich te allen tijde te kunnen aanbieden, dat zij, als het mis gaat met de ellende zitten en dat mannen maar aan kunnen klooien, dat is natuurlijk een onrechtvaardigheid van de eerste orde. In die zin heeft mw. Noort wel een punt; samen problemen veroorzaken, dan ook samen de verantwoordelijkheid nemen.
Verder betoogt zij dat abortus al zoveel jaar een recht is en dat er daarom niet aan getornd mag worden. Maar het feit dat iets al zolang bestaat betekent toch niet automatisch dat het goed is? De kerk bijvoorbeeld bestaat al 2000 jaar. Ik geloof niet dat mw. Noort dezelfde redenering op haar toe zal passen. Nee, abortus is een ramp. Voor het ongeboren kind, voor de vrouw die het moet ondergaan en voor de samenleving die zo’n duivels mechanisme in haar midden duldt. Ontelbare mensen nemen alle mogelijkheden te baat om zo gezond mogelijk te leven. Ze eten verantwoord, met vitaminen, vezels en weet ik wat al niet meer. Men probeert niet te veel te drinken, liefst niet te roken en zo min mogelijk medicijnen, giftige stoffen of kunstmatige middelen binnen te krijgen. Alleen als het om seks gaat dan lijkt al die zorg te vervallen. Dan verminken wij ons vrijwillig. Ja, natuurlijk, liefst zo min mogelijk, maar toch. Voor vrouwen hebben we de pil, voor mannen erectie bevorderend spul. Want het spel is heilig. Dat er voor een dergelijke onnatuurlijke manier van met elkaar en je eigen lichaam omgaan uiteindelijk een hoge prijs betaald moet worden, lijkt bijzaak.
Dus mw. Noort, wil ook eens kritisch kijken naar de vraag of alles wat lekker is ongelimiteerd geconsumeerd kan worden. Want daar zie ik u in uw column geen enkel vraagteken bij zetten.
Angst en vervreemding tegenover een vernieuwde kijk op ons ‘gelovig kind van God’ zijn in onze tijd 27-09-2020 (Inleidend artikel parochieblad H. Willibrordusparochie Oss)
Corona heeft veel te weeg gebracht en een van de gevolgen van de komst van deze ongewenste vreemdeling is dat heel veel activiteiten en handelingen in een ander licht zijn komen te staan. Ook persoonlijk verhoudingen zijn er door veranderd en dat is niet altijd prettig of gewenst. Moeilijk te begrijpen of ronduit lastig. De wereld zal niet meer het zelfde zijn na corona. Vraag is of er wel een ‘na-corona tijdperk’ zal zijn; ik vermoed dat het virus er altijd wel zal zijn in meerdere of mindere mate, gecontroleerd of ongecontroleerd. Afstand is er gegroeid, angst gezaaid en individualiteit gekweekt. Het virus heeft veel in verandering gebracht. Daartegenover staat dat wij als gelovige mensen steeds meer doordrongen worden van het feit dat ons geloof ons kracht en werkelijke steun geeft als we samen komen om te vieren, te delen en te leren. En dat wij God en elkaar nodig hebben om angst, eenzaamheid en lijden te dragen en te overwinnen.
Heel wonderlijk dan ook hoe verschillende mensen en instanties op verschillende wijze met de aanwezigheid van het virus omgaan. De overheid reageert zoals een regering betaamt; verantwoordelijk omgaan met een pandemie en tegelijk rekening houden met het feit dat er een scheiding bestaat tussen staat en religie in ons land. Onze geestelijke leiders reageren echter op een wijze die toch minstens verwondering oproept. We zijn niet van het soort als de man die bij een overstroming op de nok van het dak in afwachting alle reddingsacties aan zich voorbij laat gaan en steeds roept ‘God zal wel voorzien’ om tenslotte te verdrinken omdat hij alle uitgestoken handen genegeerd heeft. Maar wij zijn toch ook niet van het soort dat de gezondheid boven het geloof in de genezende en helende kracht van Jezus Christus stelt. Voorzichtigheid ja, met verantwoordelijkheid, natuurlijk, maar sacramenten toedienen met pincetjes, wattenstaafjes gaat toch wel erg ver, pastoraat aan kwetsbare mensen zoveel mogelijk via telefoon of email afhandelen? Waar is dan de zo nodige directe pastorale nabijheid en het geloof in God’s kracht en nabijheid? Als God’s liefde, Zijn zorg en genezende kracht gestalte moet krijgen dan zal dat met vertrouwen en geloof gepaard moeten gaan. Altijd, in alle tijden van crisis, rampen en epidemieën, heeft de Kerk en haar bedienaren sterk en krachtig gestaan naast de zieke, de zwakke, gekwetste mens. Dacht u dat moeder Theresa bang was om een of andere vreselijke ziekte op te lopen als ze een arme sloeber van de straat opgeraapt had, dacht u dat Peerke Donders met een pincet of een wattenstaafje Communie uitgereikt heeft of zieken gezalfd? Hebt u het verhaal van pater Damiaan de Veurster al eens gelezen of de film gezien?
De Communie hebben we vanwege corona uitgesteld en ook het Vormsel tot op een beter en gunstiger tijdstip. Zeer binnenkort beginnen we met een nieuw catecheseproject in een nieuwe opzet voor de hele parochie, waarbij we het hele gezin willen betrekken en waar wij als gelovige gemeenschap jong en oud onze banden met Christus opnieuw aanhalen, verdiepen en versterken, om zo sterk te staan in een wereld die steeds verder van God verwijderd raakt. Om ook een krachtig antwoord te geven aan het onzinnige inhumane proces van onze tijd waar het menselijk leven met willekeur naar de hand gezet wordt door zelfbeschikking en tegennatuurlijke processen, waarbij jonge mensen totaal verward raken over eigen identiteit en waarmee zij het doel van het leven totaal uit het oog verliezen. Waar we aan willen werken zijn goed verzorgde vieringen en gebedsmomenten, catechese voor jong en oud waar het plan van God met de mens helder wordt uitgelegd en geleerd en waar oprechte diaconale zorg voor mensen dichtbij maar ook verder weg, Gods liefde en barmhartigheid laat zien en ervaren. Geen uitstel meer, corona heeft ons in verwarring en onzekerheid gebracht maar beheerst niet onze agenda we gaan een nieuw seizoen in met nieuwe moed, een engagement, met verdieping en bezinning, zodat we een krachtige gelovige, liefhebbende gemeenschap kunnen vormen die Christus opnieuw in onze wereld tot leven laat komen.
Ik vraag u met aandacht en zorg en gebed opnieuw te keren tot God en Zijn Kerk. Zegen en animo, Pastoor Roland Kerssemakers
Op 30 september was het 25 jaar geleden dat ik door Mgr. ter Schure tot permanent diaken werd gewijd en ik kan wel zeggen dat het, naast mijn huwelijk, de meest gelukkige stap is geweest in mijn leven.
Waarom diaken? Eigenlijk ben ik vanaf mijn puberjaren naar mezelf op zoek geweest en vooral naar de zin van mijn leven. Ik had zo mijn persoonlijke verdrietjes maar om me heen zag ik veel grotere ellende. Daarbij kwamen nog milieuverontreiniging, overbevolkingsproblemen en atoomdreiging. Kortom; de onheilsprofeten hadden mij behoorlijk in hun greep. Waartoe dan eigenlijk dit leven? De Kerk had geen betekenis voor mij want die hield zich bezig met “dingen die niet bestaan”, zoals onze zoon nu ook (nog?) zegt. Ik ben verwonderd over hoe het gegaan is. Maar het was mijn vrouw die mij naar het diakenambt gedreven heeft met haar “eis” om te trouwen; ook voor de Kerk. Door die vraag zag ik mij genoodzaakt om een grondig onderzoek in te stellen naar het wezen van de Kerk en warempel, na enkele jaren heb ik dat wezen ontdekt; Jezus Christus. Mijn vrouw gaf me destijds een boekje van Lucas Grollenberg, “Jezus’ weg naar hoopvol samenleven”. Ik had nog nooit zoiets gelezen! Een heel belangrijke rol speelde vervolgens de Hooge Berktgemeenschap in Bergeijk. Daar heb ik de vragen kunnen stellen die ik had. Daar heb ik gezien hoe Jezus Christus in de dagelijkse praktijk van betekenis is. Gewoon; samen leven, werken, studeren, ontspannen in geloof. Daar was ik razend enthousiast over. Eindelijk een echt en blijvend fundament onder mijn voeten! Ik had alle schepen achter me willen verbranden (een Petruskwaal?) en naar Bergeijk willen verhuizen, maar weer was het mijn vrouw die mij met beide benen op de grond hield. Als ik iets voor Jezus wilde gaan doen, moest dat ook kunnen op de plek waar wij wonen. Maar ik kwam nooit in de parochiekerk, we gingen voor de viering (zoals we dat noemden) altijd naar Bergeijk, dus ik had daar ook nog een hele weg in te gaan. Mijn stagetijd had ik in Boekel en in Mill en hoewel het parochieleven nogal verschilt van het leven in de Hooge Berktgemeenschap, zag ik wel dat het een andere manier van hetzelfde was. Iets waar ik me toch ook goed in thuis zou kunnen voelen. Alleen… op dat altaar gaan staan? Preken? Een uitvaart leiden??? Pff.. daar kreeg ik het Spaans benauwd van. Ik heb vaak tegen mezelf moeten zeggen; “Je staat hier niet voor je zelf, het is God die jou hier heeft neergezet. Doe het nou maar, dan helpt Hij je wel”.
Blijven groeien. Na mijn diakenwijding was het niet gedaan met mijn zoektocht. Want wat voor een diaken ben je dan? Neem je klakkeloos alles over wat “des kerks” is of heb je ook een eigen mening en een eigen stijl? En in hoeverre ben je trouw aan de belofte die je gedaan hebt aan de bisschop? Want dat vind ik ook belangrijk; je gaat niet jezelf staan preken, maar de Kerk van Christus! Eerlijk gezegd maakte ik een wat overmoedige start. Ik zou zo’n ingedutte parochie weleens wakker schudden met nieuw elan en nieuwe inzichten! Gaandeweg moest ik echter het hoofd buigen en de realiteit onder ogen zien dat ook ik geen wonderen verricht, dat er eigenlijk nauwelijks nieuwe inzichten zijn, dat de Kerk alles al heeft uitgevonden, dat het geen rozentuin is en dat het er eigenlijk op neer komt om gewoon dóór te gaan. De grootste beweging die ik nog heb gemaakt heeft zich voltrokken onder pastoor van Osch. Waar wij eerder tamelijk de vrije hand hadden in de liturgie, stelde hij veel duidelijker de officiële teksten centraal. Achteraf heb ik er spijt van maar ik heb aanvankelijk behoorlijk tegen gesputterd. Ik heb mij meer verdiept in teksten van, destijds kardinaal Ratzinger, de latere paus Benedictus en kwam uit bij “de Heer“ van Romano Guardini om de diepte van de Sacramenten te ontdekken en dat dat allemaal zoveel meer omvat, zoveel rijker is ook, dan onze eigen “creatieve inbreng”. Alles, maar dan ook alles ben ik blijven bevragen. Niet meer vanuit mijn vroegere “puberaal-kritische” houding, maar meer van “hoe zit het nou echt, wat wil de Kerk hiermee zeggen en wat betekent het voor mensen”? Vooral over de verrijzenis heb ik verschillende pastoors en bisschoppen “doorgezaagd”. Natuurlijk over de verrijzenis, want dat is het belangrijkste, maar ook het moeilijkste punt van ons geloof. Ik probeerde dan vooral iets te horen van hun persoonlijke verstaan en beleven. Soms voelde ik mij afgescheept met een overbekende kerkelijke formulering, dan weer had ik het gevoel echt gehoord te zijn en verder te kunnen met het antwoord, al is het laatste woord er nooit over gezegd. Ondertussen blijft mijn moeder ook altijd nog aanwezig met haar antwoord, dat ik als puber zo verfoeid heb; “mysterie”. Onder deze kop “blijven groeien” hoort eigenlijk nog een heel scala aan ontdekkingen, maar dan kan ik beter een boek schrijven. Ik noem er maar een paar; herontdekking van de Biecht, verstaan van huwelijk en seksualiteit, betekenis van stille retraites, wat het maken van een preek met mezelf doet, dat je van jezelf geen heilige kunt maken, etc. etc.
Indrukwekkendste ervaringen. Waar ik eigenlijk het meest tegenop zag bleek al gauw het mooiste om te doen; uitvaarten. Verschrikkelijk leek me dat om in je eentje voor zo’n grote, volle kerk te staan op zo’n uiterst belangrijk en verdrietig moment in het leven van zoveel mensen. En ik dank God dat me dat vrijwel altijd zo goed is afgegaan. Steevast maakte ik in mijn preek een overgang van het leven van de overledene naar het geloof in de verrijzenis. Heel vaak merkte ik ook dat de aandacht daarbij niet af, maar juist toenam. Immers, wat je over de overledene kunt zeggen dat is bij de meeste aanwezigen wel bekend. Veel minder vanzelfsprekend is dat mensen de verrijzenis en het eeuwige leven serieus nemen. En als je daar vanuit die hoek over spreekt dan zie je de mensen de oren spitsen. Niet dat ze het er dan allemaal mee eens zullen zijn, maar ze hebben wel iets om over na te denken. En dat vind ik grote winst. Iedereen moet zijn eigen weg gaan in geloof, maar wij, als voorgangers van deze Kerk moeten wel waarachtig blijven getuigen “van de hoop die in ons leeft”. Dan waren er ook de reizen/bedevaarten die ik heb mogen meemaken. Helemaal aan het begin, een week deelnemen aan het leven in Taizé; geweldig, al die oprecht zoekende jongeren! Heel inspirerend was ook de reis naar Israël, met oud pastoor Ponsioen, en dan vooral het bezoek aan de ruïne van de synagoge van Kafarnaüm, waarbij je zeker weet dat Jezus daar gestaan heeft toen hij de boekrol van Jesaja aangereikt kreeg. Daarmee kwam het hele Evangelie ineens veel dichterbij. Tenslotte heeft de begeleiding van een stervende mij een keer diep geraakt. Eigenlijk was het andersom; de stervende begeleidde mij meer dan ik haar. Het laat zich niet op papier uitdrukken, maar de manier waarop deze mevrouw, in volledige overgave en vrede, biddend een schier eindeloze doodsstrijd heeft gevoerd, deed mij vermoeden wat een heilige moet zijn. Ik hoop dat ik later ook zo dood kan gaan.
Kijk op de Kerk. Tsja…, je kunt bijna zeggen dat het een haat-liefde verhouding is. Van de ene kant zie ik dat er zo verschrikkelijk veel mis is met onze Kerk, dat ik me soms bijna schaam om erbij te horen. Neem het seksueel misbruik; onvoorstelbaar dat zoiets kan in een gemeenschap die hoog opgeeft over de moraal! Voeg daarbij de grote verdeeldheid in de Kerk en al het gekrakeel onder pastoors en diakens. Om moedeloos van te worden. “Dat de Kerk nog bestaat is het bewijs dat ze van God moet zijn” heb ik eens gehoord. Ja, als de Kerk alleen zou drijven op het gepruts van ons, haar voorgangers, dan was ze al lang verdwenen. Maar er is altijd dat ene, onverwoestbare hart in de Kerk; Jezus Christus. En dat is ook een kant van de Kerk, dat zij Hem doorheen 2000 jaar levend gehouden heeft. Dat is werkelijk iets om grote bewondering voor te hebben. We kunnen het overal over oneens zijn, maar dat Hij ons, hoe dan ook, samen houdt, daarover bestaat geen enkel verschil van mening. Nee, er is beslist niets mis met het wezen van de Kerk, integendeel, zij is en zal met Christus onverwoestbaar blijven. Zaak is meer hoe wij daarmee omgaan. U en ik, hoe geven wij vorm aan de “schat in de akker”, die ons gegeven is? Die vraag zal mijn hele verdere leven blijven kleuren in de hoop dat door of na ons, de Kerk weer op mag bloeien.
Jubileum. Natuurlijk had ik het 25 jarig jubileum graag uitbundig en met iedereen gevierd, maar het gedoe met corona maakt dat er van spontaan ontmoeten nauwelijks sprake kan zijn. Op 11 oktober zal de Mis van 10.00 uur mede in het teken staan van het jubileum. Vervolgens zal er in het parochiecentrum een besloten receptie zijn met helaas maar een klein aantal genodigden. Maar hoe dan ook, groot of klein, de dankbaarheid voor alles wat ons gegeven is moet hoog in het vaandel staan.