Door de kwesties rond de anti-homoverklaring van een reformatorische school en het botsen van het recht op vrije meningsuiting, ook ten aanzien van het beledigen van de profeet Mohammed, is de wens om het bijzonder onderwijs af te schaffen weer “hot”. Zo op het eerste gezicht een begrijpelijke reactie. Want als je vindt dat kinderen ergens “verkeerde dingen” leren, dan is het logisch dat je de bron aanpakt. De vraag is natuurlijk; wat zijn verkeerde dingen en wie bepaalt dat? Want dat is toch de vergissing die verdedigers van de openbare scholen voortdurend maken; echte neutraliteit is onmogelijk en bovendien onwenselijk.
Ik zie het al voor me; je gaat kinderen van alles leren over het timmermansvak, maar je verbiedt ze om het ooit te worden. Zo vertel je bij de lessen over het christendom of over de islam allerlei interessante dingen, maar geeft vooral ook de waarschuwing, of het verbod zelfs, om ooit zelf christen of moslim te worden!
Bovendien, openbare scholen hebben, net zo goed als bijzondere, een eigen ideologie die ze uitdragen. Weliswaar een andere, maar óók een ideologie, die men dan “neutraal” noemt. Als onderwijs echt neutraal moet worden mag alles alleen nog gepresenteerd worden in boekhoudkundige of wiskundige vormen (ik moet nu oppassen dat ik geen boekhouders of wiskundigen beledig die ziel en zaligheid in hun werk steken)en dan wordt het leven oersaai. Dan worden alle mensen zielloze automaten. Nee, de drijfveer voor het leven is datgene waar je enthousiast voor wordt en je wordt enthousiast voor dingen waar je in gelooft. Shit, en dat mag dan weer niet. Of ja, je moet dan geloven in wat de "neutrale school" je voorgehouden heeft.
Pffff…..wordt daar maar eens vrolijk van.
P.s. Gelukkig zijn er naast de institutionele "neutrale" scholen ook net zoveel "bijzondere" schooltjes als er gezinnen zijn. Tenminste, zolang die nog mogen bestaan.
Spreuk. 31,10-13.19-20.30-31, 1 Tess. 5,1-6, Mt. 25,14-30
Op deze laatste gewone zondag van het kerkelijk jaar wil ik u deelgenoot maken van een grote zorg. Er kunnen twee dingen aan de hand zijn; òf ik ben gek aan het worden òf de wereld is gek aan het worden.Zelf denk ik niet dat ik gek aan het worden ben, maar veel mensen die deze preek horen of lezen zullen daar wel anders over denken. Ik ben diaken gewijd en in de Kerk is het zo geregeld dat een diaken mag preken, dat hij “het woord Gods mag verkondigen”, zoals dat heet; dus ik mag u vertellen waarom ik denk dat de wereld gek aan het worden is.Dat er gekke dingen in de wereld gebeuren dat is altijd zo geweest, maar dat de wereld zo massaal aan het ontsporen is; ik weet niet of dat ooit eerder in de geschiedenis voorgekomen is. Eén van de eerste keren dat ik dacht; “Zijn ze nou allemaal gek geworden?” dat was enkele jaren geleden bij het Eurovisiesongfestival. Iemand met de naam Conchita Wurst, ik weet eigenlijk nog steeds niet of het een man of een vrouw is, maar die had in elk geval gewonnen. Hij of zij werd luid bejubeld, niet zozeer om het liedje, maar om zijn of haar verschijning, en het feit dat hij of zij er op zo’n Europees podium voor uitkwam wie hij of zij was.
Vorige week ving ik een flinter op van al het gepraat rond de Amerikaanse verkiezingen. Het was een gesprek met een moeder van drie dochters, die fanatiek Biden-aanhanger was, vanwege het recht op abortus, dat hij verdedigt. “Ja, zei ze, “ik heb drie dochters en ik moet er niet aan denken dat ze straks ongewenst zwanger zijn. Het recht op abortus nemen ze ons niet meer af”. Kennelijk leven de dochters in een wereld waarin ze zich te weer moeten stellen tegen mannen die er continu op uit zijn om hen ongewild te bezwangeren. En àls dat zo is, dan snap ik waarom zoveel mensen, zo fel zijn op dat recht op abortus. Maar het is toch wel een hele gekke wereld.
En dan minister Slob die van de week bakzeil moest halen inzake een school die nog meende dat zij homofilie als iets ongewensts kon definiëren. De complete politiek en de hele samenleving vielen over hem heen; hoe kon hij het in zijn botte hoofd halen dat een school die zich uitdrukkelijk wil profileren als een christelijke school, daar nog vrij in kan zijn? Jawel, abortus wel. Dat moet je jonge mensen al vroeg bijbrengen, dat ze daar altijd recht op hebben als ze ongewenst zwanger worden. Dat twee moeders of twee vaders ook heel gewoon is, daar kun je ze niet vroeg genoeg van op de hoogte brengen. Dat is verplichte lesstof. En dat pappa na al die jaren ook wel eens met een ander vriendinnetje wil spelen, dat valt heel goed uit te leggen. Niets, maar dan ook helemaal niets is meer heilig in onze wereld! Wij met onze Bijbel? Wij zijn achterlijk. Christelijke waarden en normen? Laat me niet lachen! Middeleeuws! Wat wel en niet kan, wordt bepaald door de democratie, de anarchie of pure decadentie. Maar we noemen het allemaal: liefde.
Wil iemand nog weten hoe de Kerk erover denkt? De Kerk heeft namelijk een zeer genuanceerde kijk op alle moeilijke vraagstukken van deze wereld. Natuurlijk wil de Kerk ook niet dat mensen omwille van hun homofiele neigingen buitengesloten, uitgescholden of zelfs mishandeld worden. Verre van dat! Maar de Kerk noemt homofilie wel een intrinsiek ongeordende neiging. Ongeordend omdat er geen sprake is van alleen al de fysieke complementariteit, de lichamelijke wederzijdse aanvulling, die een man en een vrouw wèl hebben. En je kunt bepaalde gevoelens hebben, je kunt zelfs hele sterke gevoelens hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat daar dan ongeremd aan toegegeven moet worden. Een man die zich heel sterk aangetrokken voelt tot kinderen, daarvan zeggen we toch ook niet dat het zo erg is dat hij niet mag zijn wie hij is? Of iemand die sterke gevoelens heeft om vreemd te gaan. Dan zeggen we toch ook niet; moet kunnen! Hoewel…. we zijn inmiddels al gewend aan websites als Second Love. “Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook!” Openlijke aanzet tot echtbreuk! En dat mag, want hier hebben we dan weer wèl vrijheid van meningsuiting. En hier komt dat zelfs dicht bij -aanzetten tot geweld-. Want echtbreuk is een vorm van geweld.
Het gaat om twee dingen; enerzijds is daar natuurlijk de zwakheid van de mens, waardoor hij soms over de schreef gaat. Maar als zwakheid als zodanig erkend en beleden wordt, kan dat vergeven worden, desnoods 70 x 7 keer! Anderzijds moeten we de spanning die we voelen ten opzichte van onze lastige neigingen en behoeften niet oplossen door alles wat intrinsiek verkeerd is, maar gauw goed te gaan noemen. Zo werkt het volgens mij niet, maar misschien ben ik wel gek aan het worden. Dat we in de 20ste eeuw leven, daarmee slaat men ons om de oren. Dat is het argument waarmee alle gekheid kennelijk verdedigd kan worden.Wat inderdaad door de tijd verandert, dat is niet het wezen van de mens, maar dat zijn de mogelijkheden, zijn wetenschappelijke inzichten en dergelijke. Het wezen zelf van de mens, verandert nooit; Wat ooit goed was voor een mens, blijft altijd goed voor een mens. Wat in principe schadelijk is voor een mens, is en blijft altijd schadelijk. Echte liefde is voor alle mensen van alle tijden, hetzelfde.
De kiem van alle vreemde uitwassen ligt niet in die uitwassen zelf, maar in het algemeen aanvaarde principe van de anticonceptie. Dáár heeft de mens een fatale breuk aangebracht en grote schade toegebracht aan het meest wezenlijke principe van de mens; de liefde. Want waar het hoogtepunt van het liefdevolle samengaan van man en vrouw normaal gesproken gekoppeld is aan verantwoordelijkheid voor elkaar en voor het mogelijke nieuwe leven, daar is die natuurlijke band plotseling doorgeknipt. En daarmee kan men zich nu schijnbaar zonder enige consequentie verliezen in lustvolle bandeloosheid. En als lustbevrediging, zonder de ermee gepaard gaande verantwoordelijkheid al de boventoon is gaan voeren in de gewone man –vrouw verhouding, waarom zouden mensen met andere behoeften zich dan niet naar eigen inzicht mogen uitleven? Als lust het enige principe is dat telt, dan is toch gewoon alles goed wat lekker is!? Zolang het maar niet onder dwang gebeurt.
Nu ik mij zo druk sta te maken over deze dingen, denk ik terug aan mijn zoektocht in de Kerk. Dat ik met iemand die mag gelden als geestelijk adviseur, hierover in gesprek was en dat ik zei dat ik niet snapte dat de Kerk zich hier zo druk over maakt. “Nee, dat snap ik ook niet”; zei de betreffende pater. Maar inmiddels snap ik het wel. Het gaat om de liefde, om echte liefde, het mooiste en belangrijkste goed van het hele mensenbestaan. Daar mag de Kerk zich best heel druk over maken.
Begrijp me goed, ik pleit er niet voor dat wij, als minderheid, de wetten gaan voorschrijven voor de, in onze ogen, goddeloze meerderheid. Ik pleit er alleen voor dat wij ons eigen geweten niet laten ondersneeuwen door het geschreeuw van diezelfde wereld. En nogmaals, voor de wereld mogen wij de Bijbel er niet meer bijhalen want de Bijbel is zogenaamd een achterlijk boek. Maar zolang ik leef zal de God van de Bijbel, ten diepste tot uitdrukking gekomen in de persoon van Jezus Christus, voor mij toch een belangrijker houvast zijn dan de wetten die een democratische meerderheid òns wil opleggen. Eenvoudigweg omdat het bij Hem wèl om echte Liefde gaat. Amen.
Mt. 5, 1-12a
Vandaag is het feest van alle heiligen, een dag waarop alle heiligen van de kerkgeschiedenis herdacht en geëerd worden. En het is een goeie zet van de kerk om tot heiligverklaring over te gaan, want aan de hand van de geschiedenissen van de heiligen, blijft het gezicht van Christus ook zichtbaar in concrete mensen. Vroeger dacht ik dat heiligen geen echte mensen waren, maar een soort übermensch, een soort geest, met zo’n lichtkrans om het hoofd. Heilig was iemand op grote afstand, iemand zonder één enkel foutje. Totaal onbereikbaar voor wie dan ook. Inmiddels zijn de heiligen toch wat dichterbij gekomen en weet ik dat het gewone mensen zijn die op één of andere manier uitblonken, in hun manier van leven vanuit het geloof. Niet helemaal uit te sluiten valt overigens dat er heiligen in de kerkelijke boeken opgenomen zijn, die daar niet echt thuishoren. Er zijn in de kerkgeschiedenis tenminste tijden geweest dat mensen nogal gemakkelijk heilig verklaard werden om het één of ander. Maar goed, waar het om gaat is dat het leven van de Kerk wel degelijk een lange stoet hele grote mensen heeft voortgebracht. Inmiddels zijn er duizenden heiligen waarvan wij er maar een paar kennen. Mensen die ècht, en soms letterlijk, hun leven gegeven hebben voor God en mens en daarom terecht heilig verklaard zijn. Naast de heiligen die door de Kerk als zodanig herkend zijn, die ons voorgehouden worden als levende voorbeelden, zijn er natuurlijk nog miljoenen heiligen meer. Mensen die misschien niet genoeg zijn opgevallen bij leiding van de kerk, maar die wel degelijk heilig zijn bij God.
We hebben zojuist een lezing gehoord uit de Apokalyps, ofwel het boek van de Openbaring. Als je dat Bijbelboek zo gauw even leest kan het wat zwaar op de maag liggen. De meest vreemde visioenen en beelden van rampen en ellende lijken ons te zullen overkomen, als gevolg van goddeloosheid. Sommige christelijke bewegingen nemen dat allemaal heel letterlijk en voorspellen er het einde van de wereld mee. De momentele corona-crisis past ook mooi in dat beeld natuurlijk. Maar, zo zegt Jezus, “Het komt u niet toe om dag en uur te weten”, dus houdt ik mij niet bezig met dat soort voorspellingen. Bij een wat betere bestudering van het boek Openbaring, blijkt trouwens ook dat de nadruk niet ligt op de bedreigingen, maar op de oproep om te kiezen voor een leven met Christus. Maar wel een serieuze oproep; niet in de zin, van “ach zie maar wanneer je een keer tijd hebt”. Wat dit aangaat, heb ik het gevoel dat het er behoorlijk spant in onze tijd. Want willen wij ons nog wel openlijk een volgeling van Christus noemen. Willen wij er nog voor uit komen dat we bij Hem horen, -in een wereld die Hem niet kent-, zoals de tweede lezing zegt? Zullen wij het uithouden om beschimpt te worden terwijl we Zijn Naam hoog proberen te houden? Durven wij in deze tijd nog zonder te lachen uit te spreken dat we heilig zouden willen worden? Want woorden als “heilig en zonde”, dat lijken wel besmette woorden te zijn, ook onder veel katholieken. Van “zonde” daar willen we niets meer van weten. Het klinkt ons veel te zwaar. We zijn geen zondaars, zo vinden we. Wij maken hoogstens foutjes, onbedoelde vergissingen. En aan de andere kant; mensen zouden je voor gek verslijten, als je serieus zou zeggen dat je heilig wilt worden. We maken foutjes maar we zijn geen zondaars. We bedoelen het goed, maar we hoeven nou ook weer niet heilig te worden. En toch moet het voor de hand liggen; Als wij hier samenkomen om Christus te ontmoeten als wij in het deelnemen aan de heilige Eucharistie ons verenigen met Zijn heilige lichaam, dan is dat toch nergens anders om, dan dat we mèt Hem heilig willen worden? Niet in de zin van een heilig boontje; een boon is niet heilig. Nee, heilig in de zin van; heel-zijn, mens-zijn uit één stuk. Leven dat beantwoordt aan Gods bedoelingen met ons; Beeld en gelijkenis van Hem te zijn. Dat is heilig zijn.
En hoe wordt je dan heilig? Naast de zaligsprekingen die we zojuist hoorden wijst de Kerk daar twee wegen voor aan die niet gescheiden mogen worden; De ene weg is de weg van actie…, betrokkenheid, concrete hulp aan elkaar. De andere weg is die van contemplatie…. beschouwing, inkering gebed en vroomheid. Ga je de ene weg; alleen die van de actie, dan dreig je uit te komen bij fanatisme en eigenwaan. Ga je alleen de andere weg, die van de vroomheid, dan zou je weleens wereldvreemd en zelfgenoegzaam kunnen worden. De èchte heiligen zitten in het midden; ze leven verbonden met God en zijn betrokken op mensen. Natuurlijk ieder naar eigen vermogen, rekening houdend met leeftijd en levensstaat. Maar iedere mens is uniek en alleen God kent de roeping van ieder van ons. Alleen jij zelf kunt beoordelen In hoeverre je beantwoordt aan die roeping en of je er misschien nog in kunt groeien.
Laten we ons in elk geval blijven richten tot de Heilige bij uitstek; deel hebben aan Zijn heilig Lichaam. zodat we dóór Hem worden wie we zijn; door ons doopsel geheiligde kinderen van God. Amen.
Jes. 45,1.4-6, 1 Tess. 1,1-5b Mt. 22,15-21
Protestanten hebben een heel andere manier van preken dan wij, katholieken. Protestantse preken lijken doorgaans veel op een les of een hoorcollege, terwijl de bedoeling van een katholieke preek meer iets heeft van “verkondigend getuigen”. Bij ons is de preek slechts een aanvulling, een voorbereiding op de Eucharistie. Maar vandaag wil ik dus ook een beetje les geven. Geschiedenisles. In de eerste lezing gaat het over een zekere Cyrus die een merkwaardige titel krijgt; de gezalfde van God, of in het hebreeuws “de Messias”. En dat is heel vreemd, zeker als we weten dat deze Cyrus een heiden is, een ongelovige. Wat is er aan de hand? Zo’n 600 jaar voor Christus is het joodse volk gedeporteerd, zal ik maar zeggen, naar Babylonië of Perzië. Afgesneden van het voor de joden heilige Jerusalem met de Tempel; afgesneden dus van het centrum voor aanbidding van de ene ware God. In 538 voor Christus is koning Cyrus aan de macht in het Babylonische Rijk. Voor de joden moet het een mirakel geweest zijn, want deze koning laat de joden zomaar ineens terugkeren naar hun eigen land, naar Israël, en hij geeft ook nog eens de geroofde schatten van de Tempel mee terug. Een mirakel want zoals Jesaja schrijft over Cyrus; “Ik ben de Heer uw God. Ik omgord u -en gij kent Mij niet-”. In de ogen van de profeet dus, loopt de geschiedenis van God met mensen, ook langs mensen die God niet eens kennen! Iets vergelijkbaars zien we later als Jezus in gesprek is met de Samaritaanse vrouw, of als het over de Barmhartige Samaritaan gaat. Mensen van wie gezegd wordt dat ze God niet kennen, buitenstaanders, die wel degelijk een rol spelen in Zijn plannen. Hier dus wordt de heidense Cyrus, maar liefst “gezalfde van God” genoemd! Waarom moeten wij deze geschiedenis horen? Wat heeft het met ons te maken? De Amerikaanse bisschop Robert Barron, bij wie ik soms graag mijn licht mag opsteken, zegt dat ons geloof bedreigd wordt door twee principes; relativisme en tribalisme. Tegenwoordig hebben we het meeste last van relativisme want vandaag de dag krijgen wij van alle kanten te horen, dat het er niet toe doet welk geloof je aanhangt, omdat alle religies bij dezelfde God uitkomen, zij het langs een andere weg. Dus het maakt eigenlijk niet uit wat je gelooft. Het resultaat is dat veel mensen zijn gaan geloven wat hen zelf het beste uitkomt. De andere bedreiging is het tribalisme. Met alle “ismen” is iets mis, ook met het tribalisme. Tribalisme betekent dat er zo’n sterk gevoel van verbondenheid is, binnen een groep, zo’n overtuiging van eigen superioriteit, dat anderen uitgestoten worden. Tegen allebei die “ismen” heeft Jezus zich sterk verweerd.
“Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”, heeft Hij gezegd, en “Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader”. Hij zei niet: “Ik ben een weg”, maar “Ik ben de Weg”. Hij zei niet; “Ook door Mij heeft men toegang tot de Vader” maar “Alleen door Mij..” Bepaald geen relativerende uitspraken. Anderzijds weten we uit de parabels die Jezus ons de laatste weken vertelt, hoezeer hij uitvaart tegen de Farizeeën, die zich met hun verheven gebedspraktijken en wetskennis, superieur voelen boven het gewone volk. Het is ook het spanningsveld waarin wij zelf leven. Enerzijds mogen wij weten dat wij de ene, heilige, katholieke Kerk zijn. Wij mogen dat niet relativeren of afzwakken. Anderzijds mogen wij ons daarmee niet verheffen boven welke andere mens dan ook. Als wij, om het maar even zo te zeggen, “in het bezit zijn” van de kennis van de enige ware God, dan geeft dat ons niet het recht om daarmee uit de hoogte neer te kijken op anderen. In tegendeel; als wij durven te zeggen dat we God kennen, dan dienen wij ons daarnaar te gedragen! Dat wil zeggen; dan hebben we geen recht op verering, maar alleen een groter verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en de hele mensheid. De enige Mens die met recht mocht zeggen dat Hij de ene ware God kent en de Enige ook die van zichzelf mag zeggen dat Hij de Weg de Waarheid en het Leven is, die hangt daar.
Het is een ongelofelijk spannend gebied; enerzijds de grandeur van de Eucharistie volledig erkennen, niets afdoen van de heilige Aanwezigheid van God onder ons, en anderzijds, ons daarmee niet opsluiten in hoogmoedige afstand tot ongelovige of zoekende mensen. Daar valt wellicht nog heel veel meer over te zeggen maar ik wil toch ook nog graag even naar dat prachtige Evangelie.
Als u de Evangelies van de laatste weken gevolgd hebt dan weet u dat de spanning tussen de zelfgenoegzame Farizeeën en Jezus steeds verder is opgelopen. Ik moet dat “zelfgenoegzame” trouwens wel een beetje nuanceren, want ik denk dat de Farizeeën ook ècht dachten dat ze het geloof in de ene ware God moesten beschermen tegen Jezus met zijn “malle fratsen”. Deels snapten ze Hem gewoon niet, en deels snapten ze Hem juist heel goed, maar waren ze bang om van hun eigen ivoren toren te worden gestoten. Afijn. De Farizeeën denken nu een list te hebben om Jezus te vangen. Ze sturen Farizeese leerlingen op Hem af samen met Herodianen. Dan zit Jezus in de val. Want zegt Hij “Wel belasting betalen”, dan neemt Hij afstand van de ene ware God, die voor een gelovige de Enige is aan Wie wij iets schuldig zijn. Zegt Hij “Geen belasting betalen”, dan wordt hij door de aanhangers van Herodus gezien als een staatsgevaarlijke opruier. En dan is daar weer die sublieme reactie van Jezus, die wel van goddelijke oorsprong móét zijn: “Geef eens een belastingmunt?” Dat doen ze, en daarmee staan ze meteen zelf in hun hemd. Gelovige Joden vervloekten het Romeinse geld om meerdere redenen maar vooral ook omdat er een beeltenis op stond van de keizer die als een god vereerd werd. Officieel wilden zij daar niets mee te maken hebben, maar met het in bezit hebben en het tonen van die munt komt hun schijnheiligheid vol in het licht. “Dat beeld is van de keizer”, zegt Jezus, “geef dan aan de keizer wat van hem is”. …….“En God schiep de mens, naar Zijn beeld en gelijkenis”, hebben we in het Scheppingsverhaal gehoord. “Geef dat beeld van de keizer maar terug aan de keizer, maar geef het beeld van God, het beeld dat jij zelf bent, terug aan God”. Natuurlijk hebben wij te dealen met alle wederwaardigheden van deze wereld en moeten we allerlei vormen van belasting betalen; maar dat is allemaal bijzaak. Het belangrijkste is dat we God geven wat Hem toekomt; dat is onze ziel, dat is heel ons hart, heel ons leven waarmee wij Gods liefde in deze wereld handen en voeten mogen geven. Amen.