Wij naderen het einde van het jaar. We hebben Allerheiligen en Allerzielen gevierd. Het wordt donker. Corona lijkt het leven opnieuw te verlammen, voor mij komt er dit jaar nog bij dat ik met pensioen ga. Kortom; allemaal zaken die ons confronteren met de eindigheid van het leven. En Jezus lijkt daar vandaag nog een schepje bovenop te doen met een soort dreigementen van een wereld die vergaat. Met wat –apocalyptisch- taalgebruik heet, lijkt Hij een hoop ellende aan te kondigen. De Apocalyps, vaak aangeduid met “het einde der tijden”, staat voor de deur. En er zijn nogal wat mensen die dat allemaal letterlijk nemen. Zo zou de coronacrisis één van de rampen zijn, die vooraf gaan aan dat komende einde. God weet dat, maar ik niet.
Maar als we even goed naar het Evangelie kijken dan moet ons toch iets heel vreemds opvallen. Jezus zegt niet dat de wereld ooit, een keer vergaat; Hij zegt “dit geslacht zal niet voorbij gaan totdat dit alle gebeurd is”. Dus als Hij toen letterlijk bedoeld zou hebben dat de wereld op het punt stond te vergaan, dan heeft Hij er voor één keer toch flink naast gezeten. Want de wereld is helemaal niet vergaan binnen dat ene geslacht, zelfs niet in duizend geslachten; of hoeveel zijn het er inmiddels? Maar het is bepaald niet eenvoudig om te begrijpen wat Jezus dan wel bedoelt met -wat er zal gebeuren voor dit geslacht voorbij gaat-. Het woord Apocalyps roept bij ons het einde der tijden op. Maar letterlijk betekent Apocalyps “ontsluiering”, ofwel zoals de titel van het laatste boek van de Bijbel ook zegt; Openbaring. Wat wordt er dan geopenbaard? Wat wordt er ontsluierd? Wat geopenbaard of ontsluierd wordt, dat is,- wie God is-. En daarom spreekt Jezus ook de waarheid, als Hij zegt dat nog tijdens Zijn generatie geopenbaard wordt wie God is; Hij is immers zelf degene die God openbaart. Wij moeten helemaal niet wachten op het einde der tijden voor de openbaring van God. God is voor ons geopenbaard, in Jezus Christus.
Als Jezus zegt dat de zon, de maan en de sterren van de hemel vallen dan moeten wij ons proberen in te leven wat zon, maan en sterren voor de mensen van die tijd betekenden; naast een heleboel andere dingen waren zij de belangrijkste middelen om richting te houden, om zich te oriënteren. Zon, maan en sterren waren toen, wat nu onze GPS is. Jezus zegt; er komt een tijd dat al die bekende richtingwijzers er niet meer toe doen. En de hemelse heerscharen? Dat waren in die tijd de veronderstelde bewakers van de ordening van leven en dood. En inderdaad; in leven, dood en verrijzenis van Jezus worden onze aardse principes helemaal op zijn kop gezet en krijgen wij een totaal nieuwe oriëntatiemogelijkheid. In de Verrijzenis wordt het principe van de dood ontkracht. De hemelse heerscharen in verwarring! En wij ook, want -dood was toch gewoon -dood-?
Laat ik voor mijzelf spreken dat dat alles toch het heerlijke van ons geloof is. In Christus te mogen zien dat dood misschien wel -niet dood- is. In Christus definitief richting vinden voor je leven terwijl je misschien nog wel minder weet waar je heen gaat dan van te voren. Want voordat je Christus leerde kennen maakte je zelf uit waar je heen ging; je volgde zon, maan en sterren, de richtingwijzers van deze wereld. Als je Christus hebt leren kennen is er maar één richting meer; achter Hem aan!
En natuurlijk; één keer komt er ook écht wel een einde aan alles, in elk geval aan het aardse leven van ieder van ons. Maar laten we ons voor dat moment troosten met de belofte van Jezus; -dat de Mensenzoon zijn engelen zal uitzenden, om zijn uitverkorenen te verzamelen-. Of beter gezegd eigenlijk; dat heeft Hij al gedaan! Naarmate wij ons Doopsel serieus nemen zijn wij al verzameld in Zijn Kerk, in Zijn Geest, in Zijn eeuwige leven en bovendien mogen wij ons zo meteen weer verenigen met Zijn heilige, verrezen Lichaam. Al kunnen we misschien niet alles begrijpen wat Jezus zegt; Hij liegt nooit! Amen.
In het Brabants Dagblad van 13 november werd gevraagd om te schrijven over de redenen om niet te laten vaccineren. Dit heb ik ingestuurd.
Waarom geen vaccinatie?
Beste heer van Houtert. U vraagt in de krant om genuanceerde verhalen over het weigeren van het corona-vaccin. Of het voldoende genuanceerd is, dat weet ik niet, maar ik doe mijn best.
Op de eerste plaats ben ik altijd al iemand die zoveel mogelijk afstand probeert te houden van wat voor soort medicijnen dan ook. Ik ben geen principiële vegetariër of zo maar ik vertrouw voor een belangrijk deel op de veerkracht van mijn eigen lichaam. Daarin ben ik twee keer bevestigd.
Als twintiger kreeg ik om de haverklap zware keelontsteking. Gevolgd door therapie met antibiotica. Tot mijn huisarts met het idee kwam om maar eens gewoon een keer door de ziekte heen te leven zonder iets. Ik ben inderdaad behoorlijk ziek geweest, maar heb daarna nooit meer keelontsteking gehad. Vijftien jaar geleden ben ik nog eens heel ziek geweest. Heel vreemde pijnen in mijn hele lichaam, koorts, helemaal niet meer slapen etc. Een week in het ziekenhuis gelegen, in quarantaine zelfs, omdat men mij verdacht van de Mexicaanse griep. Mijn leverfuncties waren fors gestoord maar men wist (nog) niet waardoor. Ik lag op een kamer met drie leverkanker patiënten. Eentje ging er dood waar ik bij lag. Ik hield al rekening met het feit dat ik ook afscheid van het leven zou moeten nemen. Maar na een week ging het heel langzaam weer de goeie kant op met mij. Dolgelukkig natuurlijk met de genezing. De oorzaak is eigenlijk nooit helder geworden maar de internist dacht vanaf het begin al aan een virus en dat heeft hij uiteindelijk maar volgehouden omdat er verder geen enkele ziekte of oorzaak gevonden kon worden. Ik nog blijer want dat betekende dat mijn lichaam de zaak zelf heeft opgelost. Ik had n.l. geen enkel medicijn of therapie gehad in het ziekenhuis, enkel een soort “bewaking”. Wel hebben ze daar ontdekt dat ik hoge bloeddruk had. Dus inmiddels slik ik een pilletje want ik heb geen zin in een hersenbloeding of zo. Ik geloof dus in de kracht van mijn eigen lichaam. Goed, gevarieerd eten, (ik ben gelukkig gek op fruit) voldoende bewegen en vooruit met de geit. Je maakt je pas zorgen als je je echt langer dan een week ziek voelt. De griepprik heb ik om bovenstaande redenen ook nooit genomen.
Nu naar het corona-vaccin. Allereerst wil ik kwijt dat het me enorm stoort hoe polariserend er over gesproken/geschreven wordt. Zoals vandaag ook uw collega weer; als je je niet laat vaccineren wordt je uitgescholden als egoïst. Ik laat me niet vaccineren maar ben geen egoïst. Ik laat me braaf testen als dat gevraagd wordt en houdt me zoveel mogelijk aan de andere afspraken, vooral als andere mensen die belangrijk schijnen te vinden. Maar ik wil er ook weer niet spastisch mee omgaan. Hoewel er veel onzeker is over de vaccins wordt door de main-stream gewoon gesteld; vaccineren is goed, niet vaccineren per definitie fout. Alsof er geen enkele vraag gesteld kan worden bij de uitwerking (vooral op langere termijn) van die vaccins.
Nou, nooit een griepprik gehad, dus bij het corona-vaccin stond ik ook niet te trappelen. Zoetjesaan werd mij duidelijk dat er ook wat haken en ogen aan de vaccins zitten, dus nog een stapje meer achteruit. Ik ken iemand die ik heel betrouwbaar acht en die ingevoerd is in de biochemie, die kan uitleggen wat de gevaarlijke, of nog onduidelijke kanten van de vaccins zijn. Ik kan dat allemaal niet navertellen, maar naast mijn “boerenverstand terughoudendheid”, is dat wel een aanvullende motivatie om nog maar even niet te vaccineren. Nog steeds sta ik niet op het standpunt; nooit een vaccin, maar meer “voorlopig nog even niet”.
Het baart mij vooral zorgen dat de gevolgen van de vaccins op langere termijn niet duidelijk zijn. Dat er toch wat gekke complicaties optreden, ook al zijn het er niet zoveel. Maar b.v. menstruatiestoornissen veroorzaakt door de vaccins; wat doet dat spul eigenlijk op gebieden waar het niks te zoeken heeft? Zorgwekkend vind ik de hele vaccinatiewals vooral nu hij ook over jongeren en in Amerika zelfs over kinderen dendert, met een angstaanjagende vanzelfsprekendheid. En dat terwijl het, ook in het officiële jargon, nog altijd “experimentele vaccins” zijn.
Nog een argument; ik heb de farmaceutische industrie altijd al met enig wantrouwen gevolgd. Miljarden worden er verdiend door enerzijds een medicijn uit te schrijven voor zoveel mogelijk mensen, met daarnaast nog weer eens tal van andere medicijnen tegen de bijwerkingen. En nu de doodsbange wereldbevolking “redden” met die vaccins! En zoals inmiddels blijkt; niet met één spuit, niet met twee spuiten en waarschijnlijk blijft het ook niet bij drie spuiten.
In het algemeen denk ik dat ons leven veel te veel gemedicaliseerd wordt. Gezondheid vinden we zo belangrijk, daar doen we alles voor en aan de lopende band worden er allerlei preventieve onderzoeksmethoden gelanceerd. We willen het allemaal hebben ook al zijn we nooit ziek. Stel eens dat niet op tijd ontdekt wordt dat je iets onder de leden hebt! En overal is wel een therapie of een pilletje voor. Waar eindigt die molen? En hoe kan dat op den duur allemaal betaald worden?
Tenslotte wil ik zeggen dat ik gelovig ben. Je kunt en je moet zo gezond mogelijk leven maar de grote beslissing wordt niet door jou genomen. Als je gegrepen wordt door deze of gene ziekte die tot de dood leidt, dan is dat zo. En inderdaad heeft God ons een verstand gegeven waarmee we ziekten zoveel mogelijk kunnen en moeten bestrijden, maar noch begin, noch einde hebben wij in eigen hand. Dus; doe zoveel mogelijk wat goed is voor je lijf, geniet van het leven zoals het je gegeven is maar accepteer ook dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid ervan.
Inmiddels heb ik ook corona gehad. Wij allebei. Mijn vrouw die gevaccineerd is en ik, opgelopen op een feestje waar iedereen gevaccineerd was! Wij zijn er Godzijdank genadig vanaf gekomen. Bijkomend voordeel; ik heb nu de felbegeerde QR-code!
Tenslotte. Ik weet het oprecht niet. Natuurlijk denk ik het goede te doen, maar zeker weten doe ik dat niet. En dat is wat mij stoort; er zijn nogal wat mensen die het allemaal wel zeker schijnen te weten; voorstanders en tegenstanders. Maar ik weet het niet. Ik respecteer ook echt ieders eigen keuze maar zolang ik een vrije mens ben weiger ik in elk geval om iets in mijn lichaam te laten spuiten waarvan ik de werking en de noodzaak niet onomwonden bewezen zie. Misschien krijg ik daar ooit spijt van maar daarmee ben ik geen egoïst.
Pieter Raaijmakers, Zeeland.
Vandaag vormen de eerste lezing en het Evangelie een soort tandem. Twee totaal verschillende verhalen, maar wel met dezelfde strekking; “Wat is het belangrijkste bezit voor een mens?” Allereerst komt koning Salomon aan het woord. Deze koning, die in het Oude Testament wordt omschreven als de rijkste koning van de hele Bijbelse geschiedenis, deze koning stelt dat heel die rijkdom niets is, vergeleken met het hebben van -de wijsheid-. En de wijsheid waarover de heilige Schrift spreekt, dat is niet een of andere vorm van geleerdheid, niet per sé voor de bollebozen of de wetenschappers; in de Bijbel heet iemand wijs, als hij of zij de wereld weet te zien en te beoordelen vanuit Gods bedoelingen; vanuit het perspectief van God. Want voor een gelovige is God almachtig en oneindig groot. En een wijs iemand, iemand die Gods bedoelingen kent, deelt als het ware in de grootheid van God. En dat, zegt de rijke koning Salomon, dat overstijgt alles wat voor ons tijdelijke aardse leven zo belangrijk schijnt. Wijsheid dus; weten wat God met ons wil, dat is het belangrijkste wat er is.
En dan komt de rijke jongeling ten tonele. Jezus heeft kennelijk al naam gemaakt in de omgeving, want de mensen komen op Hem af, met de grootst mogelijke vragen. Ze zien Jezus duidelijk als een wijze. “Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” Het is, met andere woorden, ongeveer dezelfde vraag die we eerder al stelden; “Wat is het belangrijkste bezit voor een mens?” En dan volgen eerst de basale regels zoals die gelden vanuit de Tien Geboden. Goed doen, niet doden, niet stelen enzovoorts. Het zijn de gewone dingen die wij zelf ook wel begrijpen en waar de meesten van ons zich ook wel aan proberen te houden. Ook de rijke jongeling kan met de hand op het hart zeggen dat hij de Tien Geboden heeft onderhouden. Maar dan komt de grote schok; Jezus kijkt de jongeman liefdevol aan want Hij heeft met hem te doen. “Ga verkopen wat je bezit, geef het de armen en kom dan terug om Mij te volgen”. Het is een dramatisch moment in het Evangelie, want hier wordt het akelig stil. “De rijke jongeling slaat de blik neer en gaat heen”. Verder horen we niets meer van hem. Jezus richt zich tot zijn leerlingen die ook flink geschrokken zijn, en tot ons. Hij doet er nog een schepje bovenop; “Ja, voor een rijke is het moeilijker om in het Rijk van God te komen dan voor een kameel door het oog van een naald te gaan”. “Pffff….. Wie van ons kan dan gered worden?”: dat zouden we ook aan elkaar kunnen vragen?
Als we dit alles serieus nemen, en dat moeten we zeker wel doen, dan zouden we er een zwaar hoofd van kunnen krijgen en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Althans, het is niet de bedoeling van Jezus, dat we er een zwaar hoofd van krijgen. De bedoeling van Jezus is dat we tot bekering, tot omkeer, komen. En die bedoeling klinkt mee in het woord waarmee Hij afsluit; “Voor God is alles mogelijk”. Dat is de kern van de hele boodschap; God is de alpha en de omega, het begin en het einde, het alles en het niets. Niet jij maakt je leven, met of zonder rijkdom; je krijgt het van Hem.
Het Evangelie van vandaag kan voor velen een harde les lijken. Voor de jongeling was de les kennelijk te hard. Hij vergat zijn vraag naar het eeuwige leven en keerde ontdaan terug naar zijn bezittingen. Hoe is dat voor ons? Keren wij straks ook ontdaan terug naar ons bezit, of durven we ons te laten raken? Wij moeten daarbij niet de fout maken om dit Evangelie te lezen als een simpele aanklacht tegen iedereen die rijk is, want de rijkdom zelf is niet het probleem. Het is de manier waarop je ermee om gaat. De goede manier is dat je er, om te beginnen, dankbaar voor bent. Dat je beseft dat je het gekregen hebt van de Gever van alle goeds, dat je er goede dingen mee doet en dat je anderen laat delen in je rijkdom. De slechte manier, en dat is de manier waartoe velen vandaag helaas vervallen, de slechte manier is, dat je slaaf wordt van je bezittingen. Als je niet kunt geloven dat God jouw leven draagt, dat Hij je het eeuwige leven zal geven, dan is het logische gevolg dat je zelf dat eeuwige leven probeert te maken; hier en nu. Maar daar heb je dan wel ontzettend veel geld voor nodig. Want zelf een paradijs bouwen? Nou, dat kost wat. Hoeveel huwelijken zijn er niet op de klippen gelopen door dit principe? Manlief, met maar één doel voor ogen; “Zoveel mogelijk geld verdienen, voor het grootst mogelijke huis, met de duurste auto en de meest exotische vakanties, of wat voor andere hebbe-dingen dan ook’. In de zestiger jaren had Conny van den Bosch hier al een prachtig liedje over dat altijd in mijn hoofd is blijven zitten;
“Een paleis met gouden muren, dat wordt nog ooit mijn huis, koningin van alle buren, maar de koning is nooit thuis”.
Zo gaat het hier in één van de rijkste gebieden van de wereld die God vergeten is; er is altijd geld te weinig! Te weinig geld voor gezondheidszorg, te weinig geld voor verslavingszorg, te weinig voor politie, te weinig voor onderwijs, te weinig voor de jeugdhulpverlening, te weinig voor kinderopvang, te weinig voor de bouw, te weinig voor de energietransitie, te weinig…..eigenlijk voor alles. En de koning en de koningin zijn nooit meer thuis.
Loskomen van je zorgelijke bezitsdrang, meer vertrouwen op God, dat Hij je, op Zijn tijd, zal geven wat je nodig hebt. Dat is de boodschap die we vandaag mogen meenemen. Overgave aan God. Hij is altijd thuis….en het kost niets. Amen.
Vandaag wil ik mijn overweging beginnen met een kleine anekdote over mijn moeder. Mijn moeder was geen klein vrouwtje; niet van gestalte en ook niet van geest. Als moeder van 4 kleine kinderen kwam eerst haar man plotseling te overlijden, waarna, in de hectiek van –het-er-alleen-voor-staan, haar jongste dochtertje voor de deur van haar huis werd doodgereden. Ze heeft het een en ander meegemaakt dus, maar ze is altijd fier overeind gebleven, zeker ook dankzij haar geloof. Hoewel onze moeder ons heus niet opjutte om desnoods de ellebogen te gebruiken; vond ze het wel belangrijk dat we iets bereikten in het leven, zo dat ze trots op ons kon zijn. En soms was ze een echte flapuit. Toen ik op de diakenopleiding zat in het St. Janscentrum in den Bosch en de aanstelling tot subdiaken mocht ontvangen, zaten we naderhand bij de koffie naast iemand met een wit boordje. “En gij”, zei mijn moeder op zijn plat-Brabants tegen, nota bene de rector van het seminarie, “bende gij ook al iets?” Want natuurlijk zag ze wel aan dat witte boordje dat hij “ook al iets moest zijn”. Helaas heeft ze mijn wijding niet meer mee mogen maken, anders had ze zelf kunnen zien dat ik “iets geworden ben”. Nee, bij mijn moeder zat dat heus allemaal niet zo diep, maar toch raakt het wel aan het thema, zou je kunnen zeggen, van de lezingen van vandaag.
Jaloezie, na-ijver en eerzucht; ze vormen een krachtige dynamiek in al onze menselijke relaties, en in zijn oervorm vinden we ze dan ook al terug bij Adam en Eva. Want wat is de reden dat Eva naar de verboden vrucht grijpt? Juist; Eva kan zich niet schikken in iets of iemand die haar een beperking zou opleggen. Aangemoedigd door de duivel; “Je zult helemaal niet sterven, je zult gelijk worden aan God”, geeft zij ruimte aan haar jaloezie. En daar waar de innerlijke relatie met God verstoord raakt, beginnen ook meteen de problemen met de onderlinge relaties, zo blijkt. Want vanaf dat moment verbergen Adam en Eva hun aanvankelijke onschuld voor elkaar. Jacobus zegt het onomwonden in de tweede lezing; “Waar komen bij u die vechtpartijen en ruzies vandaan? Toch alleen van uw eigen hartstochten die u niet met rust laten”. En we zullen het allemaal onmiddellijk kunnen beamen; waar komt heel veel van onze onderlinge ellende vandaan? Niet van het feit dat we, op welke manier dan ook, iets tekort komen. Nee, onze onderlinge onvrede en ruzies komen vooral voort uit onze hartstochten; dat we toch altijd maar meer willen hebben, of beter zijn, of belangrijker dan een ander. Dat we het niet kunnen verkroppen dat een ander het ogenschijnlijk beter treft dan wij. Jezus heeft zo wat te stellen met zijn vrienden. Vorige week hoorden we Jezus voor de eerste keer zeggen dat Zijn manier van leven Hem naar de dood zou leiden, maar ook…… dat Hij in Gods glorie zou verrijzen. Petrus, die Hem nota bene net daarvoor nog “Messias of Christus” genoemd had, hoorde alleen het eerste deel; dat Jezus zou sterven. Dat Hij ook nog zou verrijzen dat kwam helemaal niet binnen, verblind als Hij was door zijn eigen wens-beeld van de Christus; een grote, succesvolle koning, in alle pracht en praal, en Petrus zelf dan naast Hem op de troon. “Ga weg Satan, jij laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door God”; dat was de harde les voor Petrus. Vandaag herhaalt Jezus Zijn woorden; dat Hij zou sterven, maar na drie dagen weer opstaan. Ook nu krijgt Hij geen gehoor. Wijs geworden door de les aan Petrus, durven ze Hem maar beter niets meer te vragen, maar ondertussen blijken ze wel weer bezig te zijn met de vraag; ‘wie wel de grootste is’. Precies het tegenovergestelde van de missie die Jezus in deze wereld heeft. Wat is dan die missie? zult u misschien vragen. Voor zover ik het begrijp is de missie van Jezus dat wij mensen onze relatie met God herstellen. Dat wij onze plek kennen en erkennen tegenover Hem die groter en liefdevoller is dan alles wat wij ons kunnen voorstellen. Dat ons kleinmenselijk gezever over ‘wie wel de grootste zal zijn’, volstrekt belachelijk is in het licht van Gods grootheid; het belang dat Hij aan ieder van ons hecht en de liefde die Hij voor ons heeft. Zoveel liefde, dat Hij Zijn goddelijke leven aan ons geeft. Wie oren heeft hij hore, wie ogen heeft hij kijke.
“Toen zette Hij zich neer”, zo staat er plechtig in het Evangelie. Wij zouden zeggen; “Toen ging Hij er eens goed voor zitten”. Nu had Hij zijn leerlingen toch wel iets heel belangrijks te vertellen! Hij neemt een kind en zet dat in hun midden. Maar om te begrijpen wat hier gebeurt moeten we ons wel proberen in te leven in de betekenis van een kind, in de tijd van Jezus. Een kind stond helemaal onderaan de sociale ladder. Een kind betekende zo goed als niets. Het had niets in te brengen, er was niets van te verwachten en het telde dus niet mee in de grote mensenwereld. Maar juist dat kind zet Jezus in hun midden als voorbeeld als het gaat over belangrijk zijn. Waarom een kind? Om twee redenen. Allereerst is een kind in staat om zonder berekening te leven en helemaal op te gaan in de blijdschap van het moment. Het heeft geen besef van; “had ik maar zus of zo, of zal ik straks dit of dat…”. Geen gevoel van mislukt te zijn en ook geen idee van een grootse carrière. Het kind is….doodgewoon in de ruimte en de tijd die het krijgt. Eenvoudig dankbaar met wat is. Ten tweede stelt Jezus het kind als voorbeeld voor al die mensen die in de ogen van de wereld niet meetellen; de rechtelozen, vluchtelingen, armen, gehandicapten, werkelozen; al die mensen die in onze ogen misschien “minder” lijken. Weet dat ze voor God geenszins minder zijn en dat we door hen op te nemen, als het ware Hem zelf opnemen, dat aan onze waardering voor hen, onze waardering voor God zelf af te lezen valt. Ook zij zijn immers Zijn geliefde kinderen. “Maar ja”, zult u zeggen. “Ik ben geen kind, ik ben geen vluchteling ik ben niet arm. Ik ben rijk (wij zijn hier allemaal rijk) ik ben vader of moeder of pastoor of directeur of politiek leider, ik heb toch verantwoordelijkheden? Ik kan mij toch niet als een kind gedragen?” Dat is natuurlijk ook zo. Maar waar het om gaat is dat je je bewust bent van het feit dat elke positie die je ook maar bekleden kunt in deze wereld, je gegeven is. Dat, hoe groot en hoe belangrijk je ook bent in het dagelijks bestel, dat je toch altijd een kind van de Ene Vader blijft en broer of zus van elke andere medemens. Dat je je voor God niet groter hoeft voor te doen dan je bent en dat jij nooit voor Hem kunt doen wat Hij voor jou gedaan heeft. “Bende gij ook al iets?” Nou, In Zijn ogen….in elk geval! Amen.