Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

2 December 2019

“Als in de dagen van Noach…” 1ste zondag Advent A 2019

Zoals het was in de dagen van Noach… Mensen aten en dronken, leefden zich uit in de geneugten van het leven. En die ene malloot die daar aan die boot aan het bouwen was, die werd uitgelachen. Er schijnt niet zoveel veranderd in al die eeuwen. Ook wij, het steeds kleiner wordend volkje in de Kerk, worden uitgelachen. Of ten minste schouderophalend bekeken. “Die arme mensen laten zich nog iets wijs maken door achterhaalde sprookjes”. En vervolgens loopt men door naar de winkels, of tegenwoordig misschien eerder naar de computer om maar geen van die geweldige aanbiedingen van Black Friday te missen. Meer en meer jongeren groeien op in grenzeloze weelde; alles kan, alles mag, alles is te koop en je hebt overal recht op. En om de kick van het genieten nog wat op te voeren hebben we tegenwoordig ruim de beschikking over allerlei party-drugs, van Lachgas tot MDMA. Daar schijnt hier in Oss trouwens – tot voor kort – nog goed aan verdiend te zijn. Maar dan nog lijken veel mensen ontevreden, want om de dag staat er een andere beroepsgroep in Den Haag te protesteren. Ach, natuurlijk moet er geleefd worden, natuurlijk zijn er scheve arbeids- en beloningsverhoudingen, natuurlijk mogen wij genieten van al het goede dat de Heer ons geeft… als we dan ook maar leven vanuit het besef dát het de Heer is die het ons geeft. De rijkdom dreigt zo vanzelfsprekend te worden dat we niet meer weten waar het vandaan komt, en dat we ook zélf niet meer weten waar we vandaan komen… en waar we naartoe gaan.

Van de week sprak ik een erudiete heer van een eind in de 90. “Ze weten niet meer waar het om gaat…” zei hij. “En waar gaat het dan om?” vroeg ik hem, als broekje van 64. En toen kwam hij zo, met zijn hand: “Dat je je gedragen weet…” En daar was ik het natuurlijk roerend mee eens. Als je je niet gedragen weet, dan is het ook wel begrijpelijk dat je ergens anders voldoening gaat zoeken. Reizen, spullen, meer en meer… Als je je daarentegen wél gedragen weet, dan heb je aan de helft genoeg. Ik weet niet meer wie het gezegd heeft, ik geloof de H. Augustinus: “Geef mij Uw liefde en genade, dat is mij genoeg”. Vanmorgen las ik nog zoiets in de krant met woorden van oud-topvoetballer Marco van Basten. Geld had hij altijd heel belangrijk gevonden. Het verschafte hem een gevoel van onafhankelijkheid en vrijheid. Maar inmiddels was ook hij er achter gekomen dat innerlijke vrijheid veel belangrijker is dan de vrijheid die je met geld kunt kopen.

Mijmerend over de viering van deze eerste zondag van Verwachting, en geprikkeld door het Evangelie, kwamen er twee gedachten bij mij op. Allereerst merkte ik dat ik nog steeds sporen van het vooruitgangsdenken in mij heb. Vooruitgangsdenken. Dat is een opvatting over het leven waarin wij mensen zó aan de toekomst moeten en kunnen werken dat hij beter en beter wordt. Tenslotte zouden we dan door al die verbeteringen het paradijs op aarde kunnen bewerkstelligen. En ik denk ook dat we daarop gericht moeten zijn: nooit opgeven om de wereld beter te maken. Maar, dan denk ik, hoe kan het dat het zo verschrikkelijk langzaam gaat? De wereldgemeenschap had toch al van Noach kunnen leren, de Tien Geboden en al die profeten en Jezus? We weten toch al zo lang hoe het eigenlijk zou moeten? Hoe komt het dan dat we maar niet verder lijken te komen ondanks de oprechte goede bedoelingen van zovelen. Vanaf de eerste dag dat ik kon verstaan wat er in een Kerk gezegd werd, ging het in de voorbeden over oorlogen die beëindigd moesten worden. En kijk dan zoveel jaar later eens? Nog steeds overal oorlog. Vluchtelingen, aanslagen? Oh jawel. Er is zeker vooruitgang. Vooruitgang in een bepaalde zin tenminste. We hoeven veel minder hard te werken dan onze ouders, we hebben stromend water en iedereen heeft te eten. Op medisch en technisch gebied zijn we bijna tot wonderen in staat. Maar toch, door dit soort vooruitgang zijn er niet minder problemen gekomen, maar andere. Sommige problemen zijn opgelost, andere zijn er voor in de plaats gekomen. Groter of kleiner? Ik zou het niet durven zeggen. Dus die vooruitgang? Onszelf opwerken naar dat paradijs? Ik weet het niet. Het is maar een vermoeiende gedachte.

En dan is daar nog die andere gedachtelijn die vooral door het Evangelie wordt opgeroepen… Ik denk dat het voor velen van ons in eerste instantie nogal dreigend overkomt. “De een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten…” Maar naarmate ik er langer bij stilsta is het ook een bevrijdende gedachte. Wij moeten wel aan de komst van het paradijs blijven werken, maar we hoeven het tenslotte niet af te maken op eigen kracht. Als wij immers iets vermogen, dan komt het omdat God het ons geeft. Midden in ons aardse geploeter, voor de één na 84 jaar, voor een ander na ruim 90 jaar en nog voor een ander al na 17 jaar, maar op enig moment komt Hij ons halen… Laten we dan voorbereid zijn.

Als je maar oprecht en eerlijk probeert te leven. En als je jezelf erop betrapt dat dat niet gelukt is, ga dan desnoods op tijd een keer biechten. Want Onze God staat met de armen wijd open om ons nieuwe kansen te geven. Meer dan 70 x 7 keer! Als je verhouding met God en de medemens open blijft, dan hoef je helemaal niet bang voor Hem te zijn, dan kan het eigenlijk alleen maar als een bevrijding klinken dat de Heer je ooit komt halen. 

Als in de dagen van Noach… Laten wij, ieder van ons persoonlijk, zorgen dat we ons leven leven met aandacht voor het goede. Dan mogen wij er gerust op zijn dat Hij ons mee zal nemen als onze – of Zijn – tijd daar is.

Amen.

30 Oktober 2019

Geloof jij het…?

Geloof jij het…?

Een jaar of vijftien geleden vroeg een priester mij tijdens een retraite; “Geloof jij dat God van je houdt?”. “Ja, natuurlijk” was mijn te snelle antwoord, “wij hebben geleerd dat God van alle mensen houdt, dus ook van mij”. “Ja”, vroeg de priester weer, “maar geloof je dat ook echt?”. En acuut welden de waterlanders op, want, nee, eigenlijk geloofde ik dat helemaal niet. Waarom zou God van mij houden? Zou Hij zich persoonlijk iets aan mij gelegen laten? Inmiddels zijn er jaren verstreken. Jaren waarin ik mij diezelfde vraag met regelmaat ben blijven stellen. “Geloof je echt dat God van je houdt?” Het is altijd zo gemakkelijk gezegd: “Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde… etc.” Maar geloven we het ook echt? Onder de geweldige druk van mijn ongelovige omgeving, door totaal onbegrijpelijke gebeurtenissen in de wereld en “last but not least” door de verdeeldheid in onze eigen Kerk, kan ik niet ontkennen dat mijn geloof regelmatig aangevochten wordt. Het enige waarvan ik zeker weet  dat ik moet doen, is, Hem niet loslaten. Want er zijn wel degelijk momenten in mijn leven waarop ik Hem tastbaar nabij weet. Blijven bidden, blijven lezen, blijven zoeken, zoals de psalmen met mij doen. Moet ik mij, als diaken schamen? Ik denk het niet. Het geloof van sommige van de grootste heiligen is tot hun dood beproefd gebleven. Dus je hoeft je niet te schamen als daadwerkelijk geloven geen “appeltje eitje” voor je is. Maar je moet Hem nooit loslaten. Want je bent Hem ook o zo gauw kwijt! Je merkt er zo weinig van als je één keer overslaat. Zelfs niet als je twee keer overslaat. Eigenlijk merk je er in het begin niets van als je de Kerk helemaal links laat liggen. En toch… langzaam maar zeker raak je dan ook de grond onder je voeten kwijt. Kijk naar de radeloze rusteloosheid om ons heen. Zoveel mensen die het spoor totaal bijster zijn. Geen rust meer in hun ziel. Altijd op zoek naar…… ander werk, verre vakanties nieuwe relaties, nieuwe afgoden om zich een tijd lang aan op  te trekken. Nee, ook al geeft Hij me niet iedere dag een sluitend bewijs van zijn Liefde, of misschien beter; ook al sta ik er niet iedere dag even goed voor open, Hij is en blijft de Enige op wie echt te vertrouwen valt.

14 September 2019

Saskia Noort: “Laat het kind buiten de geloofsdiscussie”.

Bij het lezen van haar column in het Brabants Dagblad van vandaag (14 september) heb ik mij verbaasd afgevraagd hoe zo’n ontwikkelde vrouw toch zo’n domme stellingen kan verkondigen. Zij stelt serieus dat wij onze kinderen moeten opvoeden zonder geloof. Ze reageert daarmee op de discussie die er momenteel heerst over het salafistisch en ander bijzonder onderwijs waar kinderen geïndoctrineerd worden met een verkeerd geloof. Heeft mevrouw Noort dan echt niet in de gaten dat “je kind opvoeden zonder geloof” volstrekt onmogelijk is?! Natuurlijk, je kunt je kinderen weghouden van het christelijke geloofsgoed of het islamitische of noem ze allemaal maar op, maar het is onmogelijk (en ook misdadig) om een kind op te voeden in volstrekte neutraliteit. Dus wat Saskia Noort voorstaat kan niet zijn; je kind opvoeden zonder geloof, maar je kind opvoeden in het geloof van Saskia Noort en haar eigen geloofsgenoten. Als je het negatief wilt stellen; ook zij proberen hun omgeving te "indoctrineren" met datgene wat zij geloven. Verderop in het artikel heeft ze nog een heel merkwaardige stelling; de kinderen moeten eerst “geloofsneutraal” worden opgevoed en mogen daarna hun eigen kerk kiezen. Hoe zal dat kunnen geschieden? Je voedt de kinderen dus eerst op met het "geloofsneutrale" geloof van Saskia Noort en de haren, om hen daarna een eigen kerk te laten kiezen? Nee, zoals ik eerder al stelde, de vraag is niet: wel of geen geloof? De vraag kan alleen maar zijn: welk geloof is tenslotte het meest humaan, het meest in overeenstemming met wat de mens ten diepste is? Daarmee moeten wij onze kinderen opvoeden vanaf hun geboorte.

 

24 Juli 2019

Mijn zus is overleden

Nietsvermoedend op een heerlijk plekje in de Champagne krijgen we telefoon: ons Nel is dood! Mijn oudste zus, die zo’n grote invloed op mijn leven heeft gehad, is er niet meer. Ze werd al twee jaar bedreigd door ernstige kwalen, maar het leek nu net aan de beterende hand. Ons Nel was één van de drijvende krachten achter de Hooge Berktgemeenschap in Bergeijk en al zijn onze wegen de laatste jaren helaas wat uit elkaar gegaan, ze blijft voor mij altijd degene die mij het belangrijkste heeft gegeven wat een mens hebben kan: een levende relatie met God. Want de God van mijn jeugd was ik verloren toen ik kritische vragen begon te krijgen en bij niemand antwoord vond. Het was halverwege de zeventiger jaren toen de wetenschap de grootmachten van de wereld een atoombom geleverd had en God overbodig gemaakt. Maar ik werd er niet vrolijk van. Mijn persoonlijke verdrietje om een verloren liefde en de onheilsprofetieën over een wereld van overbevolking, energieschaarste, milieuvervuiling, toenemende onverdraagzaamheid, en zeker hun schijnbaar noodzakelijke samenhang en onafwendbaarheid, maakten het er niet beter op. Ook mijn werk met alcohol- en drugsverslaafden, waar ik vol enthousiasme aan begonnen was in een poging de wereld te verbeteren, schoot niet echt op. Daar begon de invloed van ons Nel, toen ik voor de zoveelste keer met een “burn-out” thuis zat. Iedereen in mijn omgeving begreep mij, want -werken met alcohol- en drugsverslaafden is zwaar werk-, behalve ons Nel. “Dan kun je twee dingen doen”, zei ze. “Je gaat morgen naar je werk en je zoekt daar uit wat er niet goed is, of je neemt je ontslag en je gaat ander werk zoeken”. Nadat ik was uitgelaaid over zoveel bot onbegrip kwam ik tot de conclusie dat ze gewoon gelijk had. Ik heb nooit meer een “burn-out” gehad. Een dergelijk onafhankelijk geluid maakte mij nieuwsgierig naar de bron van waaruit het voortkwam. Ik raakte geïnteresseerd in die leefgemeenschap, de Hooge Berkt, waarbij wij tot nu toe onze schouders hadden opgehaald. En uiteraard kom je dan ook bij de bron uit van alle onafhankelijkheid: Jezus Christus. Hij is voor mij inmiddels de Alfa en de Omega, onbreekbaar, ondanks de geweldige crisis waarin onze Kerk zich bevindt.

Toch in de Champagne zijnde hebben we nog maar even proberen te genieten van al hetgeen die prachtige Schepping voor ons in petto heeft. We kwamen in Orbais l’Abbaye bij een oude vervallen abdij waarvan alleen de kerk er nog stond. Toonbeeld van verval. Zo belangrijk geweest in zo’n lange geschiedenis en nu alleen nog interessant als toeristisch trekpleister! Het zwaar-massieve eikenhout van de koorbanken moet wel met de grootst mogelijke inzet bewerkt zijn tot wat het geworden is. Onder elk bankje een ander hoofd ingebeiteld, tientallen! Wat een werk, wat een inzet! Ach en u kent het: de verwondering over al het handwerk wat te pas gekomen moet zijn aan al die schitterende kathedralen, kerken en kerkjes, die nu vooral nog door toeristen bezocht worden en een enkel oud vrouwtje. Ik denk aan onze oud pastoor Theo van Osch, die in Montbrun des Corbrieres zo’n vervallen kapelletje geadopteerd heeft.

Zittend in één van die massieve koorbankjes kijk ik naar boven. Gedeeltelijk gerestaureerd kennelijk, maar gedeeltelijk ook getekend met angstaanjagende scheuren. Overal op de grond en in de banken neergedaald gruis. “Zitten we hier wel veilig? Zal toch wel, anders hadden ze de kerk wel gesloten”. En dan valt mijn oog op een opgekrulde laag verf of stucwerk bij een verrot raampje. Zo komt dat gruis dus naar beneden. En zo zijn wij mensen ook in tijd en ruimte; niet meer dan een stofje dat deel uitgemaakt heeft van een muur en na zoveel eeuwen dienst naar beneden valt. Zoals we met Aswoensdag zeggen: “Stof zijt gij en tot stof zult ge wederkeren”. Ons Nel heeft zoveel gedaan en zoveel betekend voor zoveel mensen en toch valt ook zij nu als een stofje naar beneden. Weg uit de tijd, alsof ze er nooit was. Maar de Schepper van de zwaartekracht, die het stofje doet neerdalen, zal er ook voor zorgen dat haar leven niet verloren gaat in het niets. Als Hij de zwaartekracht de baas is kan Hij ook de dood de baas zijn. Jezus heeft het beloofd, Hij heeft Zijn leven ervoor gegeven en ons Nel heeft Hem, op haar manier, gevolgd en mij meegetrokken.

Daarom houd ik nooit meer op te zingen: “Ik was verheugd om hen die mij vroegen, ga mee naar het huis van de Heer”.