Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

23 Augustus 2026

Uit Gods hand. 18e zondag dhjr. A 2026

In de jaren van de grote kerkverlating werd het Evangelie van vandaag door moderne exegeten, bijbelwetenschappers, wel als volgt uitgelegd; De mensen die Jezus gevolgd waren naar die eenzame plek hadden goede voorzorgsmaatregelen genomen. Ze hadden allemaal een bescheiden pakketje eetbare dingen meegenomen, maar die hadden ze goed verborgen gehouden; bang als ze waren dat anderen er aanspraak op zouden maken en dat ze dus zouden moeten delen. Jezus kent de situatie. Hij vermoedt dat iedereen wel wat bij zich heeft en maakt van de gelegenheid gebruik om de mensen een ander gedrag aan te leren. Hij gebiedt zijn leerlingen om een voorbeeld te geven van solidariteit en naastenliefde en hun meegebrachte voorraadje niet langer te verstoppen, maar genereus uit te delen. De mensen begrijpen de les van Jezus en naar het voorbeeld van de leerlingen halen ze allemaal hun eigen pakketje te voorschijn. Dan blijkt er ineens meer dan genoeg te zijn voor iedereen.

Ta,daaaa!!! Het Evangelie uitgelegd op een manier die begrijpelijk is voor iedereen. Voor een deel klopt het ook nog en zal Jezus het er mee eens kunnen zijn. Want natuurlijk is het zo dat er genoeg zou zijn voor iedereen op deze wereld als we de zaken beter verdelen. Natuurlijk zou het goed zijn als we niet allemaal op ons eigen pakje brood, -lees vandaag-  onze goed gevulde bankrekening-, zouden blijven zitten. Natuurlijk vindt ook Jezus dat het goed is om het voedsel en de rijkdom, die moeder aarde biedt, eerlijk te verdelen.

De zojuist gegeven uitleg biedt inderdaad stof voor een goed gewetensonderzoek. Het is begrijpelijk voor iedereen, maar het staat ver van de ware betekenis van hetgeen hier gezegd wil worden. Overigens; in de geest van de zojuist gegeven uitleg is er in de zestiger jaren wel op meer manieren geprobeerd om de Evangeliën begrijpelijker te maken. Nobele pogingen met één heel belangrijk misverstand; de ware aard van de Evangeliën, de ware betekenis van het leven van Jezus, gaat veel dieper dan morele lessen die elke gezonde humanist ook kan bedenken.  

In de Bijbel maken wij kennis met een God die Is. Maar ook een God die niet begrijpelijk of te grijpen is. Door de wonderen uit het Evangelie begrijpelijk te maken, ontdoet men de verhalen van het meest wezenlijke; de Aanwezigheid van de ongrijpbare God in die gebeurtenissen. Nee, zonder te begrijpen hoe dat kan; zoveel brood voor zoveel mensen; mogen we vermoeden dat voor God niets onmogelijk is. Dàt is waarvan Jezus getuigt, dat is waarvan dit Evangelie wil getuigen. Dàt is het waar Jezus van leeft; dàt brood waarvan je nooit meer honger krijgt. Het is het brood, het is het leven dat je niet begrijpt, maar dat je wel krijgt.... van God.

In het Evangelie van vandaag zien we ook een duidelijke verwijzing naar zo’n ander moment in de Bijbelse geschiedenis; het neerdalen van het manna in de woestijn. “...allen aten tot ze verzadigd waren...” lezen we vandaag. Precies dezelfde woorden klinken daar bij de uittocht in de woestijn. Ook daar ervaart het volk iets onbegrijpelijks; voedsel, zomaar uit de hemel, door God gegeven. Het is natuurlijk niet voor niets dat het in de Bijbel vaak gaat over voeding. Letterlijk; brood, water en wijn. Het zijn immers onze eerste levensbehoeften. Eten en drinken staan helemaal bovenaan in onze behoeften-ladder, ja, ze gaan nog boven gezondheid. En juist op het vlak van eten en drinken laat God zijn grote macht zien.

De aanwezigheid van God in het leven van alledag. De aanwezigheid van God in onze eerste levensbehoeften. Dat is wat wij hier uit het Evangelie lezen, dat is wat wij hier dagelijks vieren. Het is ons allemaal aangereikt door Jezus die vanuit God geleefd heeft, die in God voor ons geleden heeft en in Hem is gestorven en verrezen. Dat is ook waarvan Paulus zo sterk getuigt in de eerste lezing; Als Jezus die liefde van God voor ons tot in het uiterste heeft geopenbaard, wie of wat zal ons dan nog van Hem kunnen scheiden? Ook al zijn we maar kleine mensen, gauw van ons stuk te brengen; in Hem kan niets ons deren, zoals Paulus zegt; Geen verdrukking of nood, vervolging, honger, naaktheid. Noch dood, noch leven, noch engelen, noch machten, noch wat is, noch wat zijn zal, geen hoogte, geen diepte, noch enig ander schepsel ou ons kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer. Amen.