Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

23 Maart 2026

"Het kan wel" 5e zondag 40 dagentijd 2026

Degenen die hier elke zondag komen zullen inmiddels wel in de gaten hebben wat voor pareltjes wij elke keer het Evangelie te horen krijgen. En wat u mogelijk ook in de gaten hebt is, dat de gebeurtenissen die verhaald worden elke week in intenser worden. Twee weken geleden hoorden we het wonderlijke gesprek van Jezus met de Samaritaanse, vorige week een bijna komische vertelling van de genezing van een blindgeborene. En vandaag de apotheose; een dode die ten leven gewekt wordt. Misschien moet ik even toelichten wat ik komisch vond aan het Evangelie van vorige week want in de kern was het natuurlijk bloedserieus. Maar het grappige van het Evangelie was, dat niet zozeer Jezus, maar juist de blindgeborene optreedt als verkondiger van het geloof. Eerst moet hij zijn buren en familie overtuigen; “De mens die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga naar de Siloam en was u. Ik ben er naar toe gegaan, waste mij en kon zien.’ Vervolgens vragen het de Farizeeën die Jezus een zondaar noemen omdat Hij zich niet aan de regels van de sabbath houdt. En dan zegt de blindgeborene; “Of hij een zondaar is, dat weet ik niet. Een ding weet ik wel, dat ik eerst blind was en nu zie”. Prachtig toch hoe hij de kritiek van de Farizeeën pareert! En als ze het dan nog eens voor de derde keer vragen: “Hoe zijn u de ogen geopend?’ dan antwoord de blindgeborene; “Dat heb ik al gezegd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt gij soms ook een leerling worden van die man?” U kunt zich voorstellen dat de Farizeeën witheet aanlopen.

Het Evangelie van vandaag is in mijn puberjaren zo’n beetje de oorzaak geweest om de kerk te verlaten. “Dat kan niet!” was mijn stellige overtuiging. “Maak dat de kat maar wijs, maar ik heb meer verstand. Ik houd mij voortaan niet meer bezig met die onzin!” Maar, ik denk dat het komt omdat ik nooit innerlijke vrede kon vinden met mezelf en de wereld; in elk geval ben ik altijd blijven zoeken naar iets dat een waarachtig fundament onder mijn leven zou leggen en uiteindelijk toch weer in een gelovige beweging terecht gekomen. Daar werd mij onder andere verteld dat je de verhalen van Jezus niet letterlijk moest nemen, maar dat het allemaal symbolisch bedoeld is. In eerste instantie was dat voor mij een verademing, maar na enkele jaren ontdekte ik dat ik blij was geweest met een dooie mus.

Want als het allemaal maar symbolisch is, als ik bijvoorbeeld de wonderbare broodvermenigvuldiging alleen moet zien in de geest van: “Als we maar samen delen, dan hebben we allemaal wat”, dan is er destijds toch helemaal niks bijzonders gebeurd. Als het allemaal maar symbolisch is, dan hoeven ze daar toch niet al die Bijbels voor uit te geven, of al die kerken te bouwen. En waarom hangt Jezus dan aan het kruis? Wat heeft het voor nut dat Hij zijn leven geeft? Niet symbolisch, maar echt.

Het Evangelie van vandaag is weer een pareltje, ik zei het al. Het is in de kern een schokkend verhaal. Zo schokkend dat de mensen in Jezus tijd er eigenlijk geen van allen raad mee wisten. Ze weten inmiddels allemaal wel dat er iets bijzonders aan de hand is met Jezus, dat Hij over bijzondere gaven beschikt. Hij zou de zieke Lazarus wel kunnen genezen. Maar waarom komt Hij niet meteen in actie, waarom loopt Hij nog twee dagen te dralen onder de mysterieuze woorden; “Deze ziekte lijdt niet tot de dood maar is er omwille van Gods heerlijkheid, opdat de Zoon van God er door verheerlijkt moge worden”. 

Het gebeuren rond de zieke, later dode en opgestane Lazarus is een teken dat tot doel heeft dat de mensen Gods grootheid leren kennen. De opwekking van Lazarus is een onvoorstelbaar krachtig teken waarin God laat zien wie Hij is; sterker dan de dood. “Het kan niet!” zei ik vroeger. Met onze minister president, hoewel het er niets mee te maken heeft, zeg ik vandaag. “Het kan wel!”

Natuurlijk kan het wel; als God Schepper van hemel en aarde is.  Als God in staat is om uit niets onze prachtige wereld te scheppen, waarom zou Hij dan niet in staat zijn een dode het leven terug te geven? Of weten wij soms beter wat God wel en niet kan? Natuurlijk zouden we dat zelf allemaal dan ook wel eens een keer willen zien. Al is het de vraag hoe we zouden reageren. Want er vindt in dit gebeuren een grote tweedeling plaats. Het Evangelie van vandaag eindigt met de woorden; “Vele Joden die zagen wat Hij gedaan had geloofden in Hem". Maar meteen in de volgende regel van hetzelfde Evangelie wordt door de Sadduceeën en Farizeeën besloten dat Jezus dood moet. En daar zien we geen verzet van al die Joden die getuigen waren van de opwekking van Lazarus.

Een ander aandachtspuntje uit het Evangelie. Als Martha Jezus ziet komt ze met een nauwelijks verholen verwijt; “Heer als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn”. Hoe herkenbaar voor ons, toch? Leven wij, bij een zekere tegenspoed niet ook vaak met een soort verwijt? “Waarom hebt U niks gedaan?” Even later herhaalt Maria hetzelfde verwijt aan het adres van Jezus en voor een derde keer doen de critici het nog eens, met nog meer venijn; “Kon Hij die een blinde de ogen opende, niet zorgen dat deze niet stierf?"

Maar zullen sommigen zeggen, "Martha getuigt toch zeker wel van haar geloof".  Want zij zegt toch; "Zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.” Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.” Dát, dat de doden verrijzen op de laatste dag, dat is immers een onderdeel van het joodse geloof. Dat gelooft ze wel, maar dat Jezus in staat is om Lazarus nu uit het graf te doen opstaan, dat gelooft ze niet en dat gelooft eigenlijk niemand, totdat ze het met eigen ogen zien. “Ik ben de verrijzenis en het leven, zegt Jezus van zichzelf”. 

En het wenen wat Jezus doet is niet allereerst omdat Hij zo’n verdriet heeft over Lazarus, maar vooral omdat die hardnekkige mensheid maar niet wil geloven wie Hij is. En wat kan Hij nog meer doen? Zelf sterven en verrijzen is de laatste optie en dat zal dan ook moeten gebeuren. Dat zal het ultieme teken zijn aan de mensheid; Gods liefde die zover reikt dat Hij Zelf voor ons wil sterven, opdat wij Hem eindelijk zullen kennen. Amen.