Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

2 April 2026

"Doet dit tot Mijn gedachtenis" Witte Donderdag 2026

Het is alweer heel wat jaren geleden dat ik mij nog kwaad maakte over het feit dat mijn vrouw, als leerkracht op nota bene een katholieke basisschool, op Witte Donderdag niet naar de avondmis kon, omdat er op school een Goede Doelenmarkt gehouden moest worden. Hoewel goedbedoeld als uitvloeisel van de Vastenaktie; maar Witte Donderdag is geen markt, ook geen Goede Doelenmarkt. En als deze weg naar, wat men noemt, eigentijdse vormen, eenmaal is ingeslagen, valt het te verwachten dat op den duur de hele betekenis verdampt. De school doet inmiddels dan ook niets meer met Witte Donderdag.

“Gedenk de Sabbath, die moet heilig voor u zijn”: lezen we bij de Tien Geboden. En over het begin van de uittocht uit Egypte horen we in de eerste lezing; “Van geslacht tot geslacht moet ge deze dag, als een eeuwige instelling, vieren.’ Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer”: “Doet dit tot mijn gedachtenis”: zegt Jezus als Hij begint aan zijn Uittocht.

Gedenken, gedachtenis. Die woorden kunnen bij ons een misverstand oproepen want we zijn daarbij geneigd te denken aan iets uit het verleden. Iets wat we in herinnering roepen, maar wat eigenlijk voorbij is. Dat is niet wat de bijbel verstaat onder “gedachtenis”: Bijbels gedenken betekent dat het verleden hier en nu werkelijkheid wordt. Het gebeurt opnieuw, het is nu aanwezig. Zo betekent bv. “Gedenk de Sabbath” natuurlijk niet dat je er een keer aan terugdenkt. Nee, de Nederlandse vertaling heeft er, deels terecht, ook van gemaakt; “onderhoudt de sabbath”. Voor ons de zondag; maar je moet er iets mee doen. De zondag, de dag des Heren, moet een werkelijkheid voor je worden. Hij moet je losmaken uit de slavernij van Egypte, die symbool staat voor onze drukke werkweek. Even staken, even verwijlen in de ruimte die God ons geeft. Dus “gedenk de Sabbath” betekent nèt iets meer dan “houdt je aan de Sabbath”.

Jezus viert het Paasmaal met zijn leerlingen. En als Jezus het Paasmaal viert dan gedenkt Hij met zijn leerlingen datgene wat alle Joden gedenken; die laatste maaltijd voor de Uittocht uit Egypte. Voor Jezus is dit gedenken wel akelig dichtbij. Hij voelt in alle rumoer die er inmiddels rond zijn persoon ontstaan is, aan, dat Hij voor een beslissend punt staat op Zijn levensweg. Hij voorziet dat Hij zelf wel eens dat Lam zou kunnen zijn dat de Joden gewoon zijn te slachtten voor de Uittocht die met Pasen herdacht wordt. En zo is het ook gegaan. Jezus heeft in Zijn lijden, sterven en verrijzen de mensheid tot een beslissende bevrijding geleid. Hij heeft ons niet bevrijdt uit de slavernij van Egypte, maar uit de slavernij van zonde en dood. Voorgoed bevrijdt uit de boeien van dit tijdelijke aardse bestaan waarin zonde en dood ons steeds weer naar beneden drukken. Ik meen echt wat ik zeg en tegelijk met dat ik het zeg krijg ik het gevoel dat ik maar amper besef wat het betekent. Want eeuwig leven bij God blijft toch zo’n ondoorgrondelijk iets! Je kunt je dat toch niet voorstellen! En toch. Je moet het geloven, omdat Jezus het zegt. Je kunt het geloven, omdat Jezus het zegt. En je mag het geloven, omdat Jezus het zegt. En zo is de Eucharistie ook zo’n onbegrepen groot feest. “Doen tot Zijn gedachtenis” niet een beetje terugdenken aan vroeger, maar hier en nu binnengaan in dat grote feestmaal; eeuwige geborgenheid, deel uitmaken van Vader, Zoon en Geest. Een mysterie zo groot als het leven zelf.

En tot wat voor een levenshouding zou dat besef van eeuwige geborgenheid leiden? Ook daarin gaat Jezus ons voor bij de voetwassing. Me dunkt dat dat verder geen uitleg nodig heeft. 

Tenslotte nog dit: Witte Donderdag de dag van de Eucharistie, is ook een beetje het feest van de priesters. Gisteren is in de St. Jan de Chrismamis gevierd, maar die hoort eigenlijk thuis op deze dag, de ochtend van Witte Donderdag. En in die viering, waarin de heilige oliën gewijd worden, vernieuwen de priesters heel nadrukkelijk hun wijdingsgelofte. En voor ons, niet priesters, is het misschien goed om eens stil te staan bij de bijzondere opgave waarvoor zij getekend hebben. Afzien van de stichting van een gezin en je helemaal geven aan Christus en de Kerk. De priesters zijn daarin voor ons, net als de Eucharistie een teken. Een teken dat het leven met God veel groter is dan onze aardse  gehechtheden en beslommeringen. Laten we God danken dat we Eucharistie mogen vieren en laten we Hem ook danken dat Hij ons daartoe priesters gegeven heeft. Amen.