Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

20 Juli 2026

Geduld. 16e zondag dhjr. A

Vandaag horen we opnieuw over de zaaier, met wie we vorige week kennis hebben gemaakt. Vorige week ging het over zaad dat op verschillende plekken terecht kwam en alleen op goede grond vrucht voortbracht. Vandaag horen we dat het ook op goede grond nog mis kan gaan. Want op goede grond, zo weten wij, gedijt ook onkruid uitstekend. Tegenwoordig gaan we daar dan met de gifspuit overheen, maar vroeger moest onkruid met de hand worden verwijderd. En dat stellen de knechten van de landeigenaar dan ook voor; om het onkruid zo vlug mogelijk uit te trekken. U hebt het gehoord; de eigenaar is bang dat ze dan de tarwe mee uittrekken.

Jezus vertelt de parabel aan de grote menigte die naar Hem is komen luisteren, maar als Hij later met de leerlingen alleen is, vragen ze Hem naar de betekenis. “Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, de tarwe zijn de kinderen van het Rijk Gods: het onkruid de kinderen van het kwaad. De vijand die het onkruid zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen”. Eén groep noemt hij niet bij deze uitleg; de knechten die het onkruid uit willen trekken.

Die ongeduldige knechten zijn de mensen van alle tijden met de neiging om het kwaad in hun omgeving zo vlug mogelijk uit te roeien; “onkruid hoort niet thuis in de akker”. Maar God heeft meer geduld met ons. En daar kennen we de nodige voorbeelden van; Jezus zag in de onrechtvaardige tollenaar Matheüs, de toekomstige evangelist, die inderdaad het Evangelie dat we vandaag hoorden heeft opgetekend. Hij zag in Simon Petrus, degene die Hem drie keer heeft verraden, de rots waarop Hij zijn kerk zou bouwen. Hij zag in de zondaar Saulus, die de kerk vervolgde en christenen liet stenigen, de toekomstige apostel die het evangelie zou brengen in het hele middellandse zeegebied. Wie vandaag een zondaar is, kan morgen een heilige worden en daarom heeft God veel geduld met ons. Meer geduld dan dat wij mensen doorgaan hebben met elkaar.

Er is nog een andere reden om het onkruid niet uit te trekken; want zijn wij, mensen, wel in staat om goed onderscheid te maken tussen goed en kwaad? Is het oordeel daarover wel ons werk? Nee, wij vergissen ons zo vaak en zo gemakkelijk bij het beoordelen van onze medemens, dat het beter is om dat oordeel aan God over te laten.

En er is nog een derde reden om de hand af te houden van het menselijke onkruid. Wij zijn nogal geneigd om bij onkruid vooral te denken aan andere mensen. Wij zelf behoren natuurlijk bij de goede tarwe! Maar in werkelijkheid is het allemaal niet zo zwart-wit. De meeste mensen zijn complexe wezens en de meesten van ons vormen een mengsel van goed en kwaad. In onze harten groeit zowel tarwe als onkruid. Wij ervaren allemaal hoe vaak onze zwakheden het winnen van onze goede bedoelingen.

En moeten wij onszelf dan niet gelukkig prijzen dat Jezus ons een God presenteert, Die daar weet van heeft? Onze God, die zijn geduld als een beschermend schild boven ons hoofd houdt. Die ons laat leven met onze onhebbelijkheden en Die ons laat groeien in geloof en liefde zodat wij tussen alle wederwaardigheden van het leven door, mogen rijpen tot de tijd van de oogst daar is. Dan zal God zijn engelen sturen om het kaf van het koren te scheiden. Mogen we zo leven dat ook wij eens, zoals het Evangelie zegt; zullen schitteren als de Zon in het Koninkrijk van de Vader. Amen.