God op de eerste plaats. 13e zondag A 2026
Doorgaans zijn wij meer bezig met de vraag wie Jezus eigenlijk is, dan met Zijn onderricht, Zijn levenslessen. Kijk maar naar de geloofsbelijdenis die we straks zullen zeggen; geen woord over wat Jezus ons geleerd heeft, maar alleen over wie Hij was en wat er met Hem gebeurd is. En het is ook van het grootste belang om te weten wie iemand is en waar hij voor staat. Als iemand, die een grote puinhoop van zijn leven gemaakt heeft, jou gaat vertellen wat je moet doen, dan zul je dat niet gauw serieus nemen. Daarom eerst onze geloofsbelijdenis; weten wie Jezus was; één Heer Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God. –voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald – voor ons gekruisigd, geleden onder Pontius Pilatus en begraven – verrezen op de derde dag – zittend aan de rechterhand van de Vader – aan Zijn rijk komt geen einde.. Nou, toch bepaald niet de eerste de beste, zou ik willen zeggen. Hij is ook Degene waar ik in mijn existentiële crisisperiode naar op zoek was; Iemand die iets voor de wereld betekent heeft, zonder daar zelf beter van te worden. Alles gegeven, Zichzelf gegeven; hoger goed kan toch niet! De levenslessen van zo Iemand, die zijn in elk geval de moeite waard.
Nu zijn er nogal wat mensen die de lering van Jezus samenvatten in één zin; “Lief zijn voor elkaar”. Daar hebben ze in elk geval wel één punt, want dat is zeker belangrijk. Maar het is allemaal veel te simpel en te oppervlakkig natuurlijk. Bijvoorbeeld alleen al de vraag wat dat dan precies is; “Lief zijn voor elkaar”? Alles goedvinden? De hele dag ijsjes laten eten?
Nee, de levenslessen van Jezus gaan wel een stapje verder en dat zien we meteen in de eerste twee zinnen uit het Evangelie van vandaag. “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig”. Onze reactie op deze ogenschijnlijk keiharde woorden gaat twee kanten op; Of je luistert gewoon niet of je schrikt ervan en je eerste reactie is afwijzing. Hoe kan Jezus zoiets nou toch zeggen? Let wel goed op; Jezus zegt niet dat je niet van je ouders moet houden of van je kinderen, maar dat je nog meer van Hem moet houden.
En dat lijkt voor ons toch een onmogelijkheid. Onze ouders, onze kinderen, onze broers en zussen zijn ons toch heilig. “Ja”, zegt Jezus, “laat dat ook zeker zo zijn, maar zij zijn niet het belangrijkste”. Hoeveel ouders hebben sinds de 60-er jaren God en de Kerk niet links laten liggen, omdat de kinderen zondagsochtend op de koffie zouden kunnen komen?
Waar het om gaat is dat alles wat wij in deze wereld tegenkomen –en het belangrijkste daarvan zijn onze ouders en kinderen of partner- maar dat alles wat voor ons belangrijk is, behoort tot de Schepping, het geschape. En dat dat allemaal belangrijk is daarvan getuigt God zelf ook bij de schepping; “God zag dat het goed was” en bij de schepping van mens “God zag dat het heel goed was”. Maar hoe goed het geschapene ook allemaal is het kan natuurlijk nooit groter en beter zijn dan de Schepper zelf.
En dat is waar het Jezus hier om te doen is; dat wij onze Schepper hoger achten dan alles, maar dan ook alles wat geschapen is. Zoals het boek Deuteronomium ook al zegt; “Hoor Israel, de Heer is onze God en de Heer alleen. Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw hart met heel uw ziel en al uw krachten”.
Jezus zoekt het hoogste goed. “Wie zoon of dochter meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waardig”. De intense band tussen ouder en kind, de mensen waar je het meest van houdt, ontzettend belangrijk, maar niet het allerhoogste goed. Wij mogen onze liefde voor al het geschapene, ook voor onze geliefden, niet boven de liefde voor de Schepper zelf laten gaan. De grootse problemen in een mensenleven ontstaan dan ook daar waar één schepsel hoger geacht wordt dan de Schepper zelf. Mèt die geobsedeerde aandacht voor het ene grote doel, veronachtzaamd men de grote ruimte die God ons geeft om te leven. De hele schepping is goed, niet dat ene waar jij je leven aan ophangt, niet dat ene wat jij als het ware tot afgod gemaakt hebt, niet iets of iemand die voor jou belangrijker is dan de Schepper zelf.
Maar die grote ruimte die God ons geeft ontdek je alleen als je Hem inderdaad op de eerste plaats zet. Liefde voor God, liefde voor de Schepper zelf, bevrijdt je van te grote gehechtheid aan het geschapene. Dat is wat Jezus ons wil leren met dit Evangelie; “Wat je ook denkt te verliezen, er is er Eén die je nooit verliest”. “Hoor Israël, de Heer is onze God en de Heer alleen”. Amen.