Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

16 Januari 2026

Bevrijdt uit de slavernij. Doop van de Heer A jaar 2026

Bij de voorbereiding van jonge ouders op het Doopsel van hun kindje  stel ik altijd een beetje een gemene vraag. Nou, echt gemeen is het natuurlijk niet, het is meer om een soort schokeffect teweeg te brengen waarmee zij zich realiseren dat het Doopsel niet zomaar een vanzelfsprekend symbool is, maar dat het geworteld is in het leven. Ik laat ze nooit lang zwemmen want ik weet van te voren dat ze het antwoord dat ik zoek, nooit zullen geven. De vraag is; hoe zijn de mensen er ooit toe gekomen om te dopen met water? Waarom dat hele doopritueel? Waarom niet gewoon een kruisje of een ander teken? In de beste gevallen geven de ouders een antwoord in de zin van “Water reinigt, wast schoon”. Of; Johannes de Doper riep daarmee op tot bekering. Maar dan nog: hoe is hij ertoe gekomen om te dopen? Die vraag brengt ons terug bij de meest fundamentele ervaring van het Joodse volk; de Uittocht uit Egypte, meer precies; de doortocht door de Rode Zee. Dáár ligt de kiem van wat later ons Doopsel geworden is. Want hier wordt het volk opgeroepen om, onder de bescherming van Gods machtige hand het onmogelijke te doen; door het water heen te trekken, de vrijheid tegemoet, bevrijding uit de slavernij van Egypte. Ook al hebben ze daarna nog heel wat beproeving te doorstaan in de woestijn. Wellicht niet toevallig dat Jezus ook meteen na zijn Doop, zoals het Evangelie zegt; “door de Geest de woestijn wordt ingedreven” om daar “door de duivel op de proef gesteld te worden”. Als Johannes de Doper begint met zijn doopsel is dat dus niet iets wat hij zomaar zelf verzonnen heeft . Hij wil het ontspoorde volk terugbrengen bij haar gelovige wortels; die doortocht door de Rode Zee, die fundamentele ervaring van Gods reddende aanwezigheid. “Herinner je toch hoe God ons volk bevrijdt heeft, keer je om van de goddeloosheid, maak een nieuwe Exodus en trek opnieuw door het water”. Dat water is dan nu de Jordaan". 

Maar dan het Doopsel van Jezus. Dat is zoveel meer. En Johannes de Doper weet dat; “Hij komt dopen met de heilige Geest en met vuur”. De Doop van de Heer is zó rijk dat alle aspecten van onze geloofsbelijdenis er als het ware in samenkomen. In het Evangelie van vandaag zien we allereerst de openbaring van de Goddelijke Drie-eenheid; de Vader wijst Zijn veelgeliefde Zoon aan, ware God uit de ware God, één in wezen met de Vader. En de Heilige Geest, die voortkomt uit de Vader en de Zoon, daalt neer uit de hemel in de gedaante van een duif. In het mysterie van het Doopsel van de Heer zien we hoe de hemel, waar God woont, zich opnieuw opent en Zijn scheppende Geest laat neerdalen. Zoals in de Schepping van de aarde, zweeft ook nu de “Geest van God over de wateren”. Het Doopsel van De Heer is een nieuwe schepping, een schepping die veel verder gaat dan de eerste schepping. Een schepping waar God zich volledig laat onderdompelen in het water van deze wereld: Hij is zélf uit de hemel neergedaald en mens geworden.

De symboliek van water komt inderdaad goed tot uitdrukking in haar reinigende en zuiverende kracht: water maakt schoon wat bezoedeld is. En wij weten dat geen mens leeft zonder de smet van de zonde. Daarom precies, om ons te bevrijden van de slavernij van de zonde, heeft God ons Zijn eigen Zoon gezonden. Waar het bij de uittocht nog ging om bevrijding uit de slavernij van Egypte, gaat het bij ons Doopsel om iets fundamenteels; bevrijding uit de slavernij van zonde en dood. Onze geloofsbelijdenis zegt dan: Hij is voor ons mensen, en omwille van ons heil mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd. En Christus deed dat om onze zonden op zich te nemen: “Hij die geen zonde heeft gekend” , mengt zich onder onder de zondaars en laat zich, zoals zij, door Johannes dopen, als voorafbeelding van Zijn dood en opstanding.

Maar met al deze symboliek rond het Doopsel, zouden we kunnen vergeten dat het in ons geloof niet louter  om symbolen gaat. Wij belijden dat Christus geleden heeft onder Pontius Pilatus, en het Evangelie vermeldt ook dat Johannes doopte “in het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd van Judea was”. Ons geloof is dus gebaseerd op  historische feiten, op waarheden die in de objectieve werkelijkheid bestaan, los van gevoelsmatige belevingen. Anderzijds is het ook waar dat Gods openbaring pas vruchtbaar wordt, als wij haar tot een bewust deel maken van ons leven. Het mysterie van vandaag gaat dus  over ons; wij die geloven dat wij door het éne Doopsel vergeving van zonden verkrijgen en opstanding van de doden:  

Vandaag vieren wij  het Mysterie van het éne Doopsel, maar ook van het éne geloof dat sinds de eerste Apostelen onveranderlijk werd doorgegeven tot nu toe. In de neerdaling van de Heilige Geest wordt zo ook al het Mysterie van Pinksteren aangekondigd, waar de Kerk en wij dus, onze wezenlijke zending ontvangen; In de Geest van Christus licht te zijn voor deze wereld. Vandaag zullen enkele jonge mensen hun eerste stappen zetten in die richting, en dat vraagt van ons wij hen ondersteunen met gebed en hen tot voorbeeld zijn als gedoopte, geliefde kinderen van God. Amen.