Groter dan ons hart

Pieter Raaijmakers

24 September 2026

"Ben je kwaad omdat Ik goed ben?" 25ste zondag A 2026

Zojuist kregen we weer een van die fantastische parabels te horen, waarmee Jezus op een onnavolgbare manier helder maakt wie God is. En vaak zijn die parabels van zichzelf zo helder en duidelijk, dat het haast genant is om er nog iets aan uit te leggen. Want hoe kun je duidelijker spreken dan Jezus zelf? En ook al hebt u de clou natuurlijk al lang begrepen, ik heb bij mijn voorbereiding op de preek van vandaag toch wel wat elementjes gevonden die me de moeite waard lijken.

Het gaat hier natuurlijk niet om een letterlijk verhaal; Jezus zegt het er zelf bij; “Het is met het Rijk Gods als met een wijngaardenier”. Het gaat over God. Het gaat over het Rijk Gods en hoe God daarin handelt. Het beeld van een koortsachtig heen en weer lopende wijngaardenier, die mensen probeert te vinden om zijn oogst maar op tijd binnen te krijgen, staat voor God, die onophoudelijk in de weer is om mensen te winnen voor Zijn Rijk. En Gods roepen wordt dan ook op verschillende momenten gehoord; de een hoort het vroeg, de andere later, eerst de joden, dan de heidenen. De ene mens is gevoelig voor Gods Rijk vanaf zijn of haar geboorte, de andere pas vijf minuten vóór zijn dood. Maar de beloning, om in termen van de parabel te spreken, de beloning is toch voor iedereen dezelfde. 

En dan even naar die onrechtvaardig aandoende manier van betalen. Is het eigenlijk toch geen schending van het heilig principe; “loon naar werk”?  Een inbreuk op het economisch fatsoen, een schending van het arbeidsrecht en een zonde tegen de rechtvaardigheid? Hier gooit Jezus toch wel een hele zware steen in de vijver. Hij ondergraaft zonder blikken of blozen één van de fundamenten van de samenleving. En nou was het publiek er wel al aan gewend dat Jezus regelmatig de joodse wetten ondergroef, hier lijkt Hij ook een bom te leggen onder één van de voornaamste beginselen van een geordende samenleving; loon naar werk. In deze zin dus begrijpelijk dat de leiders van de joodse maatschappij plannen smeden om deze ordeverstoorder het zwijgen op te leggen.

Het ongewone gedrag van de wijngaardenier heeft een tweeledige boodschap. Als eerste leert het ons iets over het wezen van God, en als tweede houdt het ons voor hoe wij als christenen moeten handelen in navolging van onze God. Vandaag gaat de sympathie van velen vanzelfsprekend uit naar de mopperaars van het eerste uur. Wij vinden dat ze het gelijk aan hun kant hebben en dat er iets mis is aan de wijze van betaling door de wijngaardenier. Die reactie toont aan dat de gedachten van God vaak niet onze gedachten zijn, onze wegen niet de wegen van God, zoals we ook in de eerste lezing hoorden. Maar de wijngaardenier, God, verdedigt zich met verve; “Vriend ik doe u toch geen onrecht? Wij zijn toch overeengekomen voor een denarie? Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies? Of zijt ge kwaad omdat ik goed ben?” De landeigenaar doet de rechtvaardigheid niet tekort, maar hij overstijgt haar met goedheid. “God is geen boekhouder”, zie de pastoor vorige week al. “God is een liefhebbende vader die evenveel houdt van al zijn kinderen, ongeacht of ze langer of korter gewerkt hebben”. Waar zouden wij belanden als God als een boekhouder al onze verdiensten zou noteren, optellen en aftrekken?

Voor een goed begrip van die vreemde betaling door de landeigenaar is het misschien nog nuttig om een enkel detail te verduidelijken. De landeigenaar betaalt één denarie; dat is genoeg voor de arbeider om zijn gezin voor een dag te eten te geven. Als de landeigenaar zou rekenen volgens de beginselen van de kapitalistische rechtvaardigheid dan zou de arbeider van het laatste uur maar een fractie krijgen van wat hij nodig heeft om zijn gezin te onderhouden. Om te voorkomen dat hij in de problemen komt betaalt de landeigenaar dus niet op basis van het geleverde werk, maar volgens de concrete nood van het gezin. Hij handelt niet op grond van de wet van de rechtvaardigheid, maar op grond van de wet van de liefde.

En zo is de parabel die we vandaag mochten beluisteren een levendig commentaar bij wat Jezus elders in het Evangelie zegt; namelijk dat de liefde het eerste en voornaamste gebod is. Al de andere geboden zijn daaraan ondergeschikt, ook dat van de rechtvaardigheid. Amen.